Eenzame uitvaart #317, gedicht

Nazomer

Het welkomstmatje ligt er nog, maar je opende
niet. Hoe hard er ook werd geklopt. Hoeveel briefjes
ze maar onder je deur door schoven. Je zat je tijd uit,
achter roze gerafelde gordijnen.

Hoe ontsluit je een mens?
En waarvoor moet je haar bewaren?

Wie je was hield je dicht op je huid geplakt.
Een hartzeer dat niet meer van kleren wisselde.
Een hartzeer dat zich verschool
in een regenjas, zelfs in de volle nazomer.

De ramen klepperden op hun kiepstand.
Je vertrek waaide de straten in. Je vroeg je af
of hij je straks herkennen zou. In de afdruk van jaren,
nu de rouwplekken door de kuiten van je broek heen staken.

Die dag deed je nog eenmaal je ronde.
De sleutelmaker zag je naderen. Op weg
naar je laatste smikkelmaal. Je geliefde
drie-eenheid van saté-kroketten.

Midden op de stoep hield je stil
en bewoog, heel even, je hand,

alsof je alvast zwaaide.

Robin Block

4 gedachten over “Eenzame uitvaart #317, gedicht”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *