Eenzame uitvaart #318, verslag

Vrijdag 9 oktober 2026, 11:45 uur
begraafplaats Sint Barbara, Amsterdam
Dichter van dienst: Erik Lindner
Auteur verslag: Joris van Casteren

Erts

De heer M. kwam uit Eiserfeld, een stadje in het Siegerland, gelegen aan Autobahn 45, halverwege Dortmund en Frankfurt am Main. Er woonden voornamelijk mijnwerkers die ijzererts dolven in de Eisenzecher Zug, een van de diepste mijnen van Europa.

Op 8 september 1957 werd hij geboren, anderhalf jaar later gevolgd door een zus. De vader van meneer M. was Hauwer, diep onder de grond hakte hij in de Eisensecher Zug ertsbrokken los, aanvankelijk met pikhouweel, later met een pneumatische boor.

In Eiserfeld waren de mensen welvarend. Het mijnwerk betaalde bovengemiddeld goed, het stadje floreerde. Het was ook risicovol, in 1953 woedde in de Eisenzecher Zug een brand, regelmatig raakte een mijnwerker onder vallend puin bedolven.

Van de moeder van meneer M. is niet bekend of zij werkte. Hoewel de mensen er massaal op de progressieve SPD stemden, de nazi’s hadden in Eiserfeld amper voet aan de grond gekregen, heerste er wat familiewaarden betrof conservatieve opvattingen waardoor het waarschijnlijk is dat zij voor de kinderen en het huishouden zorgde.

*

In 1960 werd de Eisenzecher Zug gesloten, het was veel goedkoper om erts afkomstig uit buitenlandse dagbouwmijnen te importeren dan het in het Siegerland met veel moeite uit de diepte te blijven opgraven en omhoog te takelen.

De sluiting van de Königin der Eisenerzgruben, zoals de Zug ook wel werd genoemd, was voor Eiserfeld een grote klap; de ziel verdween uit het stadje. Sinds 1465 waren generaties mannen ondergronds geweest.

Gevreesd werd voor armoede en werkloosheid. Dat viel mee. De sluiting vond plaats tijdens het Wirtschaftswunder, waardoor er in de regio meer dan genoeg vraag was naar arbeidskrachten in de staalverwerking.

Meneer M. was de eerste telg uit de mijnwerkersfamilie die niet naar beneden ging. Zijn vader vond dat hij in ieder geval van staal zijn beroep moest maken en stuurde hem naar de Berufsschule in Siegen waar hij metaaltechniek kreeg onderwezen.

*

Op de Berufsschule ontdekte meneer M. dat hij niet op meisjes viel. Volgens een schoolgenoot, opgespoord met hulp van een Duitse collega, werd meneer M. hierom nogal belachelijk gemaakt.

‘Hij was niet alleen een Schwul, hij zag er ook uit als een Schwul,’ aldus de vriend. Voortdurend was hij mikpunt van grappen. Op een keer zei een medeleerling dat de Hauswirtschaftlige Berufsschule für Mädchen zich elders in de stad bevond.

Meneer M. had blond haar en blauwe ogen, hij was een beetje pafferig, in de zomer verbrandde zijn bleke huid gemakkelijk. Hij had een tweelingbroer van Philip Seymour Hoffman kunnen zijn.

De ouders van meneer M. accepteerden zijn seksuele geaardheid niet, de zus schaamde zich voor hem. Hij werd de risee van Eiserfeld. Mensen riepen hem na, nergens voelde hij zich op z’n gemak.

Na het behalen van zijn diploma, hij mocht zich Feintechniker noemen, besloot hij het Siegerland voorgoed te verlaten. Hij vertrok naar Amsterdam, waar homoseksuelen, in die tijd althans, zichzelf konden zijn.

*

Het is onduidelijk of meneer M. in Amsterdam een relatie kreeg. Het lijkt er niet op dat hij in de homobeweging actief is geweest; in archieven van lhbti-organisaties komt zijn naam niet voor.

Meneer M. vond een baan bij KLM op Schiphol. Daar werkte hij als cabinemonteur in een grote hangar. Collega’s uit die tijd zijn inmiddels met pensioen, er is geen vereniging van oud-cabinemonteurs waar ik navraag zou kunnen doen.

In de jaren negentig betrok meneer M. een appartementje op driehoog aan de Naaldwijkstraat. Het was een sombere portiekflat – acht woningen verdeeld over vier verdiepingen met één centrale voordeur – die uitkeek op een lapje groen en het geluidsscherm van ringweg a10.

Een paar muren verfde hij geel, enkele rood, de rest grijs. Op de vloer kwam laminaat. Hij maakte zelf zijn gordijnen. Behalve met metaal was hij ook goed met stof.

Eigenlijk had hij kunstschilder willen worden, iets waar ze in Eiserfeld ook lacherig over hadden gedaan. In Amsterdam volgde hij een cursus. Hij kocht linnen, olieverf en penselen.

Hij schilderde stillevens – vazen, kannen en kruiken met fruit en wat bloemen – en abstractere taferelen die invloed van Esscher, Magritte en Dalí hebben ondergaan.

In de werken doken regelmatig adonissen op, verstrengeld in touwen en lianen; alsof hij op symbolische wijze het vroegere tumult om zijn geaardheid verbeeldde.

Meneer M. hoopte op een artistieke doorbraak, dan hoefde hij niet meer aan vliegtuigen te sleutelen in de hangar op Schiphol, waar het er weinig fijnzinnig aan toe ging.

Hij bood zijn schilderijen aan bij verschillende kunstinstellingen. Meestal hapte men niet toe, maar het lukte hem twee Dalí-achtige stillevens bij de Brabantse galeriehouder Henk Rijkers geëxposeerd te krijgen. De doekjes zouden in 1998 in het kader van een benefietactie ook nog even in de Leidse Pieterskerk hebben gehangen.

Toen verkoop via reguliere kanalen niet lukte probeerde meneer M. het via Facebook, het online sociale netwerk dat in 2008 in Nederland werd gelanceerd. De doeken moesten tussen vijftienhonderd en achttienhonderd euro opbrengen.

*

Het Facebookprofiel van meneer M. is nogal in onbruik geraakt. In 2013 plaatste hij een laatste bericht, om zijn schilderijen (‘Mijne Kunstwerke’) nog eenmaal aan te prijzen.

Niemand van zijn zeven Facebookvrienden reageerde, dat deden ze nooit; geen van zijn berichten kreeg ooit een like. Dat het geen echte vrienden waren bleek ook wel toen ze werden benaderd met de vraag of zij iets meneer M. konden vertellen: niemand reageerde.

Uit het profiel valt op te maken dat hij in januari 2012 vermoedelijk voor het laatst op vakantie is geweest. Meneer M. ging duiken in de Rode Zee. Hij liet een onderwaterfoto van zichzelf maken, het blonde haar wuift als een anemoon.

Iemand maakte tijdens die vakantie nog een foto van hem, terwijl hij in een strakke spijkerbroek en een in wit overhemd verpakt embonpoint danst op een onbekend nummer op een verlaten plein.

Misschien werd de foto gemaakt door de knappe Arabische man van wie meneer M. tijdens diezelfde vakantie een foto maakte. ‘Mij vriend in midden oost,’ noteerde hij.

*

Vanwege gezondheidsklachten, meneer M. kampte met steeds meer overgewicht, ging hij in 2017 vervroegd met pensioen. Volgens een uit Ghana afkomstige buurvrouw uit de portiekflat zat hij vanaf dat moment hoofdzakelijk thuis.

Aan schilderen deed hij volgens haar niet meer. Wel zou hij nog met z’n naaimachine in de weer zijn geweest. Hij versierde z’n kleren met vreemde stiksel en patronen.

Nooit heeft ze iemand bij hem naar binnen zien gaan. Heel af en toe maakte hij met haar een praatje. Zo vernam ze dat hij op Schiphol in de hangar had gewerkt.

Meneer M. vertelde dat zijn ouders waren overleden. Ook zei hij dat hij een zus had die geen contact met hem wilde. Hij vertelde niet waarom de zus dat contact niet wilde.

Hij kon zich volgens de Ghanese buurvrouw erg opwinden over de mensen die boven hem woonden, een Marokkaans gezin dat nogal luidruchtig was. Als er herrie was stormde hij naar boven, maar dat was al lang geleden want de laatste jaren was hij daar veel te dik voor geworden.

*

Steeds moeizamer sjokte hij naar de Lidl aan het Delflandplein. Hij slaagde er amper nog in de boodschappen de trappen naar de derde verdieping op te tillen.

Een jaar geleden bestelde meneer M. een elektrische katrol, die een monteur op het balkonhek aan de voorzijde bevestigde. Als hij boodschappen ging doen liet hij de stalen kabel met de metalen haak alvast naar beneden zakken. Eenmaal terug van de Lidl haakte hij de boodschappentas aan, strompelde naar boven en zette de katrol in werking.

Voor de buren onder hem was het een vreemd gezicht. Een paar keer per week werd er de volle boodschappentas als een brok erts voor hun raam langs omhoog gehesen. Ze vonden het raar dat hij geen overleg had gepleegd, ze hadden die tas ook best voor hem omhoog willen tillen.

In de zomer werd het erg heet. Het Turkse gezin onder hem had een zonwering laten bevestigen, om het binnen nog een beetje dragelijk te houden. Dat zonnescherm werd ’s ochtends uitgedraaid en ’s avonds als de zon was gezakt weer opgerold.

De Turkse onderburen constateerden na verloop van tijd dat er schade aan het scherm was ontstaan. Dat kwam door meneer M., die de katrol gewoon bediende als hun scherm was uitgedraaid.

De stalen kabel met de boodschappentas schuurde met veel geweld over het scherm, dat nog een eindje mee omhooggetrokken werd ook. Ze klopten bij hem aan, hij deed de deur niet open.

Ze gooiden een briefje in zijn brievenbus. Als hij de boodschappen omhoog wilde takelen zouden ze het scherm voor hem dichtdraaien.

*

De zomer was lang en heet. Aan de Naaldwijkstraat was het stil. Veel gezinnen waren met vakantie. De katrol was al een poos buiten werking, de brievenbus van meneer M. zat vol.

Toen de Marokkaanse bovenburen terugkwamen roken ze een afschuwelijke lucht. Met de Ghanese buurvrouw klopten ze aan bij meneer M. Hij deed niet open, de politie werd gealarmeerd.

Meneer M. lag op z’n bed in de slaapkamer. Hij was geheel verpulverd. Het was een vieze bedoening, volgens de schouwarts lag hij er minimaal zes weken. Onderzoek wees uit dat het om een natuurlijk overlijden ging.

Team Uitvaarten van de gemeente Amsterdam bezocht de woning. Aan de geel geverfde muur in de huiskamer hing een deel van de onverkochte schilderijen.

Een ander deel hing in de bijkamer, waar meneer M. ook aan zijn kleding had gewerkt. Behalve de slaapkamer waar hij had liggen ontbinden was het huis opmerkelijk netjes. Op een tafel met geordende post lag het briefje van de Turkse onderburen.

Verder werd niets gevonden dat wees op contact met medemensen. Geen correspondentie, helemaal niets. Fotoalbums waren ook nergens te bekennen.

De zus in Duitsland werd aangeschreven en vervolgens opgebeld. Ze nam haar telefoon niet op, het spraakbericht van Team Uitvaarten liet ze onbeantwoord.

*

Vrijdagochtend 9 oktober laat ik in de kapel van begraafplaats Sint Barbara enkele pianosonates van Beethoven voor meneer M. spelen. Dichter van dienst Erik Lindner leest zijn vers voor terwijl de regen roffelt op het dak.

Bij het openbaar ministerie is een officier vergeten een handtekening te zetten, waardoor het lichaam formeel nog niet is vrijgegeven. De uitvaartondernemer is druk aan het bellen, als Beethoven is uitgespeeld is het zaakje alsnog rondgekomen.

Meneer M. mag gewoon de grond in, anders hadden ze hem mee moeten terugnemen, en zou hij op een later moment stilletjes zijn bijgezet. Zo was hij bijna ook na zijn dood vergeten.

Joris van Casteren.

4 gedachten over “Eenzame uitvaart #318, verslag”

  1. Delflandplein zul je waarschijnlijk bedoelen, als locatie van de dichtstbijzijnde Lidl. Verder weer een triest relaas van een verschrompelde levensloop. Hoopje mens dat ooit vol goede moed aan en eigen leven begon.

  2. Wat een treurige droefheid, maar wel weer prachtig verwoord.
    Mooi dat deze functie bestaat en zo goed wordt ingevuld door Joris van Casteren.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *