Vrijdag 9 oktober 2026, 10:00 uur
begraafplaats Sint Barbara, Amsterdam
Dichter van dienst: Robin Block
Auteur verslag: Joris van Casteren
Een onbekende schrijver
Mevrouw B. verkeerde al geruime tijd in deerniswekkende conditie. Een buurtbewoner vertelt dat hij haar altijd in dezelfde zwarte regenjas en zwarte broek zag lopen. De zwarte broek was aan de achterzijde gescheurd.
De buurtbewoner constateerde dat op haar benen rauwe, bloeddoorlopen plekken zaten. Mevrouw B. woonde midden in de Pijp, in de Eerste Jan van der Heijdenstraat, niet ver van de kruising met de Ferdinand Bolstraat waar het altijd druk is.
De haren van mevrouw B. waren in jaren niet gekamd of gewassen. Ze verspreidde een akelige geur die alsmaar sterker werd. Volgens de buurtbewoner liet ze haar ontlasting lopen.
Ze woonde op een ruime etage op de tweede verdieping, in een pand dat er van buiten prijzig en goed onderhouden uitzag. Mevrouw B. hield de ooit witte gordijnen altijd gesloten, in de vensterbank stonden sierobjecten die heel wat stof verzamelden.
*
De buurtbewoner, een gelovige man die de protestantse kerk bezoekt, woont al dertig jaar in de naastgelegen Eerste Jan Steenstraat. Hij komt vaak in de Eerste Jan van der Heijdenstraat omdat daar een bewaakte stalling is waar hij zijn fiets parkeert.
Mevrouw B. woonde nog langer dan hij in de buurt, aan het einde van de jaren tachtig betrok ze de woning. De andere appartementen in het pand waren allang verkocht door de woningcorporatie, zij was de enige die nog huurde, voor een naar de huidige maatstaven uitermate schappelijk bedrag.
*
De protestantse buurtbewoner was mevrouw B. altijd blijven groeten. Hij had zich voorgenomen dat te blijven doen, hoe haveloos ze er ook bij liep. Hij was de enige die dat nog deed, waarop zij dan schuchter knikte. Andere bewoners keken al jarenlang een andere kant op als zij in de zwarte lompen en op de afgetrapte sportschoenen passeerde.
Meestal liep ze naar de Albert Heijn. Op een keer zag de protestantse buurtbewoner haar daar met kant-en-klaarmaaltijden bij de kassa staan. Ze betaalde contact, terwijl hij haar nooit naar een pinautomaat had zien gaan.
Nadat mevrouw B. had afgerekend sprak de kassière haar op bezorgde toon aan. Ze vroeg of mevrouw B. wel eens douchte. De vraag was niet kwaad bedoeld, net als de protestantse buurtbewoner maakte de kassière, die al lang in de winkel werkt, zich zorgen.
Een andere klant, die ook in de rij stond, riep getergd dat dat een ongepaste vraag was; zoiets vroeg men niet aan een dame. Terwijl zich tussen de klant en de kassière een discussie ontspon maakte mevrouw B. zich met haar boodschappen uit de voeten.
*
Niet lang daarna zag de protestantse buurtbewoner mevrouw B. opnieuw. Bij de vintagewinkel om de hoek. Daar stonden onder een luifel in houten kratjes alfabetisch gerangschikte langspeelplaten uitgestald.
Met haar ongewassen vingers haalde mevrouw B. enkele platen tevoorschijn. Geschrokken ging ze er vandoor toen de verkoopster van de vintagewinkel bozig tegen de winkelruit tikte.
Lang geleden kwam mevrouw B. regelmatig in die vintagewinkel, ze kocht er wel eens iets. Op een gegeven moment wilde verkoopster haar niet meer binnen hebben, vanwege de kwalijke lucht die ze verspreidde.
Mevrouw B. liep verder, in de richting van de Albert Heijn. Toen ze de schoenmaker passeerde zag de protestantse buurtbewoner dat ze vluchtig zwaaide. Zou de schoenmaker een bekende van haar zijn?
Nieuwsgierig glipte de protestantse buurtbewoner naar binnen. De schoenmaker vertelde dat mevrouw B. een voormalige klant was. Ze bracht soms schoenen waar iets aan moest gebeuren, ook had ze wel eens een sleutel door hem laten kopiëren.
Omdat ze onaangenaam rook mocht ze van hem na verloop van tijd ook niet meer naar binnen. Van een andere klant hoorde de schoenmaker dat mevrouw B. vroeger een relatie zou hebben gehad met een bekende schrijver. De naam van die schrijver was hij helaas vergeten.
De schoenmaker zei tegen de protestantse buurtbewoner dat mevrouw B. nog lang werd toegelaten in lunchroom Hannibal, verderop aan de Ferdinand Bolstraat.
Dat verbaasde de schoenmaker wel een beetje. Zelf haalde hij tussen de middag bij Hannibal ook wel eens een broodje. Hij vond het eigenlijk niet zo’n fris idee.
Toen ze Hannibal niet meer in mocht ging ze naar de Febo. Daar trok ze een saté-kroketten uit de muur.
*
De protestantse buurtbewoner vond dat hij als goed christen iets moest doen aan deze situatie. Toch durfde hij mevrouw B. niet zomaar aan te spreken, zoals de kassière van de Albert Heijn dat had gedaan.
Hij had geen flauw idee of ze zijn bemoeienis op prijs zou stellen. Er leek geen enkele agressie van haar uit te gaan maar met zulke mensen wist je het natuurlijk maar nooit.
Mevrouw B. zag er best sterk uit. Ze was gedrongen maar zeker niet mager, in de loop der jaren werd ze steeds omvangrijker. Ooit was ze knap geweest, dat kon de protestantse buurtbewoner wel zien.
Het zat hem niet lekker, er moest iets gebeuren. Midden in de bruisende stad ging zij compleet kapot zonder dat het iemand iets leek te kunnen schelen.
*
Misschien moest hij een van de andere bewoners van het best wel fraaie pand benaderen. Hij begreep niet waarom zij niets deden, als bij hem in het portiek zo iemand woonde had hij allang actie ondernomen.
Op een hete dag in augustus zag hij na het stallen van zijn fiets een blonde mevrouw van middelbare leeftijd uit de woning komen. De protestantse buurtbewoner stapte op haar af en knoopte een gesprekje aan.
Ze bleek al geruime tijd op de etage boven mevrouw B. te wonen. Het was een dure koopwoning, net als de andere bewoners van het pand – in het achterhuis bevonden zich ook nog drie appartementen – had ze er veel geld voor neergeteld.
De blonde mevrouw van middelbare leeftijd deelde de zorgen van de protestante buurtbewoner. Voor haar was het ook niet leuk; het stonk in het trappenhuis en soms leek die geur ook door haar vloer omhoog te komen.
Voor de Indiase expat die de verdieping onder mevrouw B. had gekocht, was de situatie evenmin aangenaam. Met z’n tweeën hadden ze bij mevrouw B. aangeklopt, dat was alweer bijna tien jaar geleden.
Na lange tijd was de deur op een kier gegaan, een zoetige walm benam hen de adem. Besmuikt vroeg de blonde mevrouw van middelbare leeftijd of mevrouw B. hulp nodig had. Dat hoefde ze absoluut niet, alles was in orde, de deur ging toen weer dicht.
De Indiase expat en de blonde mevrouw van middelbare leeftijd lieten het er niet bij zitten. Ze schakelden Meldpunt Zorg en Woonoverlast van de gemeente Amsterdam in.
Dat leidde ertoe dat team Hygiënisch Woningtoezicht van GGD Amsterdam bij mevrouw B. aan de deur verscheen. De gespecialiseerde medewerker slaagde erin haar vertrouwen te winnen maar er moest een machtiging aan te pas komen voor ze aan de slag konden.
De woning zou tot viermaal toe zijn opgeruimd en schoongemaakt, mevrouw B., die toen al verschillende tanden miste, wachtte telkens op de gang. Er lagen zeer veel kranten in de woning, in de stapels zaten muizennesten. Aan de muur hingen plaatjes die mevrouw B. uit tijdschriften knipte.
Het bleef niet lang fris na de laatste schoonmaak. De stank keerde terug, mevrouw B. werd schuwer dan ooit.
De blonde mevrouw van middelbare leeftijd beloofde de protestantse buurtbewoner dat ze opnieuw contact zou zoeken met Meldpunt Zorg en Woonoverlast. De protestantse buurtbewoner, die erg schoon is op zichzelf, raadde haar aan de vettige leuningen in het trappenhuis met een sopje af te nemen.
*
Begin september klopte Hygiënisch Woningtoezicht opnieuw bij mevrouw B. aan. Pas na zeer lange tijd ging de deur weer een beetje open. Mevrouw B. liet weten dat ze niemand binnenliet en haar woning onder geen beding wilde verlaten. Op de rauwe, bloeddoorlopen plekken zou ze zelf wel wat zalf smeren. Ze had geen idee wie haar huisarts was.
De medewerkster van Hygiënisch Woningtoezicht kon een glimp opvangen van de chaos in de woning en de vreselijke staat waarin mevrouw B. zich bevond. Het was van belang dat de huisarts van mevrouw B. erbij betrokken zo worden.
Met Hygiënisch Woningtoezicht ging de huisarts enkele dagen later naar de woning. Mevrouw B. wilde hem niet binnenlaten. De huisarts overlegde met het ziekenhuis, besloten werd mevrouw B. niet tegen haar wil te laten opnemen. Mevrouw B. was op 27 mei 1960 geboren, ze was dus niet op hoge leeftijd en leed ook niet aan een bepaalde ziekte.
*
De blonde mevrouw van middelbare leeftijd ging met vakantie. Na twee weken keerde ze verkouden terug. De Indiase expat klaagde over vliegen in zijn woning. De blonde mevrouw van middelbare leeftijd was blij dat ze de geur dankzij haar verkoudheid eventjes niet rook.
Op zaterdag 26 september kwam haar vader op bezoek. Hij was wel vaker bij haar. De stank, zei hij, is heel anders dan gewoonlijk. Zwaarder en nog wat zoeter. Hij informeerde naar de onderbuurvrouw.
De onderbuurvrouw had ze sinds ze terug was van vakantie niet gezien, maar dat was helemaal niet vreemd. Ze was ook altijd heel erg stil, je hoorde nooit geluiden van muziek of televisie uit haar woning komen.
De vader zei dat ze de politie moest bellen. Ze deed het, de agenten kwamen vrij snel en forceerden na lang tevergeefs kloppen en roepen de deur van mevrouw B.
Het lichaam lag in de woonkamer, waar grote wanorde heerste. Na uitgebreid forensisch onderzoek in de woning ging het lichaam naar het gerechtelijk laboratorium.
Met veel moeite werd de zwarte kleding van het lijf gepulkt. Op het dijbeen vond de forensisch arts haar paspoort, dat droeg ze kennelijk bij zich in haar broekzak. Het paspoort, dat niet goed leesbaar was, zat aan mevrouw B. vastgeplakt.
*
Team Uitvaarten van de gemeente Amsterdam zag in de Basisregistratie Personen dat mevrouw B. een drie jaar jongere broer had. Tot een jaar of tien geleden zag ze hem nog wel eens, hij zou hebben geholpen met haar administratie.
Na het eerste bezoek aan de vervuilde woning had Hygiënisch Woningtoezicht contact met de broer. Hij vertelde toen dat zijn zus een groot deel van haar jeugd in kindertehuizen had doorgebracht. De broer overleed in december 2025, net als zij had hij geen kinderen.
De ouders trouwden op 28 februari 1957 in Amsterdam, waar ze beiden ook waren geboren. De moeder was naaister, fabrieksarbeider en inpakster geweest. Van de vader is niet bekend of hij een baan had.
In het najaar van 1950 stond hij plotseling in Eibergen ingeschreven. Daar was een grote legerplaats gevestigd, mogelijk ging hij toen in dienst. Op 12 juni 1974 werd het huwelijk in Amsterdam ontbonden. Maar een jaar later, 27 juni 1075, trouwden de twee merkwaardig genoeg opnieuw.
*
Het is niet duidelijk of mevrouw B. ooit heeft gewerkt, al geruime tijd ontving ze een uitkering. Team Uitvaarten ging naar de woning maar besloot die vanwege de extreme vervuiling, er liepen ook ratten rond, vooralsnog niet te betreden.
In 1986 scheidde mevrouw B. van een zekere meneer G. Hij is niet de bekende schrijver, misschien dat mevrouw B. na dit huwelijk een relatie kreeg met deze enigmatische figuur.
Ik deed navraag bij collega’s. Niemand kende een schrijver die een relatie met zekere mevrouw B. zou hebben gehad. Het Literatuurmuseum in Den Haag doorzocht de collectie, zonder resultaat. Ik hoopte dat de onbekende auteur misschien ooit brieven aan haar had gericht.
Het raadsel van de schrijver kan mogelijk worden opgelost als Team Uitvaarten de woning alsnog gaat betreden.
*
Begraafplaats Sint Barbara, vrijdagochtend 9 oktober, het regent dat het giet. De protestante buurtbewoner is gekomen, net als de blonde mevrouw van middelbare leeftijd, de Indiase expat en de GGD-medewerkster die op onwil bij de huisarts stuitte.
In de kapel laat ik twee strijkkwartetten van Antonín Dvořák voor mevrouw B. draaien. Robin Block, nieuw in de Poule des Doods, leest zijn gedicht. Kletnat arriveren we met de rolbaar aan het graf waar de protestantse buurtbewoner een gebedje opzegt.
Joris van Casteren.
Ja, intriest … altijd te laat. Waarom zijn we zo weinig doortastend. De huisarts kan zich beter thuisarts noemen. Die komt niet zo makkelijk de deur uit.
Wat een hartverscheurend verhaal. Misschien raakt het me extra omdat mevrouw B. ongeveer mijn leeftijd had. We lezen over haar laatste levensjaren, maar weten eigenlijk niets over wie ze was, waar ze van hield, wat haar leven kleur gaf. Dat vind ik misschien nog wel het verdrietigste. Dank aan iedereen die haar zo’n respectvol en waardig afscheid heeft gegeven.
❤️
Beste Joris,
U heeft (al weer!) een prachtig, indringend verhaal over een uiterst droevig gebeuren geschreven. Hartelijk dank ervoor!
Dank zij uw verhaal zie ik mevrouw B. in De Pijp over straat schuifelen, haar boodschappen dragend, hoofd ingetrokken, schuw blikkend of een auto of fiets haar bij het oversteken zal hinderen.
Net als de protestante buurtbewoner zeg ik nu een gebed voor haar.
Beste groeten,
Craig
❤️