Eenzame uitvaart #314, verslag

Donderdag 9 juli 2026, 10:00 uur
begraafplaats St. Barbara, Amsterdam
Dichter van dienst: Joris van Casteren
Auteur verslag: Joris van Casteren

Bederfelijke waar

Buurman Walter is gekomen. Terwijl hij dat helemaal niet van plan was. Hij kende meneer Van der W. amper Ze woonden aan dezelfde gang in de Koornhorst, een berucht seniorencomplex in Amsterdam-Zuidoost, maar daar was alles ongeveer wel mee gezegd.

Buurman Walter komt met een gewone taxi aan. Hij gaat tekeer tegen de chauffeur. Die moet eerst de rollator uit de achterbak pakken en uitklappen. Dan het portier openen en de fragiele gestalte vooral niet helpen want hij kan het allemaal best zelf.

Met een hoop gevloek hijst buurman Walter zich uit de taxi. Hij heeft een witte pet opgezet en beweegt zich, gebogen over de rollator, zeer langzaam op aangepast schoeisel voort. Al een hele poos is er iets gebroken in zijn onderrug, hij weet niet eens precies wat.

*

Het slaat nergens op, zegt hij, dat hij vanuit Zuidoost in alle vroegte en op eigen kosten helemaal naar begraafplaats Sint Barbara moest komen, voor een zo goed als onbekende nog wel.

Natuurlijk was het niet verplicht, dat snapt hij ook wel. Maar het voelde wel zo. Gelukkig had hij niets te doen vandaag. Eigenlijk heeft hij nooit iets te doen, wat dat betreft is hij minstens zo eenzaam als meneer Van der W. was.

Hij had nog geprobeerd om buurman Hans te bereiken maar die nam zoals gewoonlijk z’n telefoon niet op. Buurman Hans kende meneer Van der W. ook niet maar dan had buurman Walter in ieder geval niet alleen naar deze eenzame uitvaart hoeven gaan.

Buurman Hans had aan dezelfde gang in de Koornhorst gewoond. Tot verhuurder Rochdale hem eruit gooide, wat uniek mag heten want in de Koornhorst vindt zoveel misdaad plaats dat je het wel heel erg bont moet maken.

Buurman Hans maakte het ook bont, hij liet dealers en verslaafden in z’n seniorenappartement. Feitelijk was het daar bij hem binnen een grote gebruikersruimte geweest.

Buurman Walter zegt nooit aan ‘dat spul’ te zijn begonnen, meneer Van der W. trouwens ook niet. Buurman Walter heeft wel ontzettend veel gezopen. Vijfentwintig halve liters ‘daklozenbier’ per dag.

Maar hij is er vanaf gekomen. Op het gebied van de verslaving zit hij nu alleen nog aan de zware shag. Uit een recente longscan in het ziekenhuis zou zijn gebleken dat z’n luchtwegen er nog uitstekend bij liggen.

*

Gisteren nam buurman Walter contact op met Aanvullend Openbaar Vervoer, want daar heeft hij als zeventigjarige Amsterdammer recht op. De rit naar de begraafplaats had hem dan twee euro vijftig gekost in plaats van de tachtig euro die hij nu moet betalen, bovendien had zijn scootmobiel dan meegekund.

Maar vanochtend had Aanvullend Openbaar Vervoer ineens geen chauffeurs beschikbaar. Dus boekte hij noodgedwongen de rit met de dure Mercedes, die veel minder comfortabel was verlopen dan hij had verwacht.

Onderweg was er voortdurend naar hen getoeterd, omdat de chauffeur bij het tanken de benzineklep had laten openstaan. Buurman Walter zei dat hij moest stoppen om de klep dicht te doen maar de chauffeur had daar geen zin in.

*

Daar is de rouwwagen met het lichaam van meneer Van der W. De mevrouw van de uitvaartonderneming neemt een gepaste stilte in acht als de dragers de kist voor de kapel op de rolbaar plaatsen.

Buurman Walter kletst gewoon door. Hij vertelt dat hij meneer Van der W. ongeveer een half jaar jaar geleden voor het eerst en meteen ook voor het laatst sprak. Het gesprek vond plaats op de gang, waar Koornhorstbewoners elkaar doorgaans zwijgend passeren.

Meneer Van der W. zei dat z’n alvleesklier eruit moest, een zware ingreep. Hij had geen idee hoe lang hij in het ziekenhuis zou blijven. Kon buurman Walter misschien z’n plantjes water geven?

Als hij na het weekeinde nog niet terug was mocht buurman Walter de bederfelijke waar uit de koelkast halen en zelf opeten. Buurman Walter stemde toe, hij had toch niets te doen. Meneer Van der W. had hem de sleutels gegeven en z’n telefoonnummer opgeschreven.

*

Ruim een week bleef meneer Van der W. in het ziekenhuis. Buurman Walter kon de woning van zijn ganggenoot op z’n gemak bekijken. Het was een net appartement, veel netter in ieder geval dan het zijne.

In de woonkamer stond een hometrainer. Dat was wel gek want meneer Van der W. maakte bepaald geen sportieve indruk. Het was net als hij een klein mannetje dat je zo omver kon blazen.

In de woonkamer stond ook een merkwaardige uitstalkast, gevuld met oosters aandoende voorwerpen die meneer Van der W. kennelijk verzamelde. Buurman Walter had geen idee of het iets waard was want van kunst wist hij niet veel.

Aan de muren hingen prenten waar Chinese of Japanse tekens op waren aangebracht. Er waren her en der ook maskers opgehangen, op een kast in de keuken zag buurman Walter een aantal schedels staan.

Twee schedels waren van een dier met grote, scherpe hoektanden, een leeuw of tijger misschien. De andere schedel leek aan een aap te hebben toebehoord. Er was ook nog een mensenschedel.

Op het dak van die mensenschedel was een tooi van klatergoud bevestigd, een soort hanekam maar dan overdwars overgebracht. Het zag er luguber uit, buurman Walter voelde zich niet op z’n gemak.

Meneer Van der W., op 2 juni 1956 geboren in Amsterdam, leek een doodnormale Hollandse man maar misschien dat hij op een bepaald moment aan voodoo of iets dergelijks was gaan doen.

In de slaapkamer stond naast het keurig opgemaakte bed een zonnebank. Dat was ook alweer zo raar. Het was dit jaar alweer ontzettend heet geweest, wie ging er tegenwoordig nog onder een zonnebank liggen?

Buurman Walter was blij toen meneer Van der W. thuiskwam. Niet langer hoefde hij naar die curieuze woning toe. De bederfelijke waar uit de koelkast, een pond vlees en wat zuivel, had hij trouwens niet opgegeten maar weggegooid.

*

Nadat hij de sleutel had teruggegeven spraken ze elkaar eigenlijk niet meer en dat vonden ze allebei wel prima. Kalmpjes kabbelden hun levens voort.

Zondag 21 juni werd buurman Walter gebeld. Z’n telefoon ging bijna nooit. Hij heeft een broer en een zus – de een woont in Woerden, de ander in Oegstgeest – maar die willen om een of andere reden al heel lang geen contact meer met hem.

Zelf had hij het nog regelmatig geprobeerd, voor het laatst een jaar of tien geleden. Hij zag toen op de sociale media dat zijn broer, die inmiddels zestig was, nog een kind had gekregen. Buurman Walter stuurde een felicitatie die onbeantwoord bleef.

De broer en de zus hadden normale banen en normale levens, terwijl hij altijd een beetje de onverantwoordelijke bohémien had uitgehangen. Waarschijnlijk was dat de reden van de verwijdering.

De persoon die belde was een onbekende. Iemand van het ziekenhuis, een mevrouw met een aardige stem. Ze condoleerde hem met het overlijden van zijn vriend.

Een vriend? Hij had helemaal geen vriend. De mevrouw van het ziekenhuis zei dat het om meneer Van der W. ging. De vorige nacht was hij met spoed naar het ziekenhuis gebracht, buurman Walter had daar helemaal niets van gemerkt, omdat er ‘een nabloeding’ was opgetreden. Helaas hadden de artsen hem niet meer kunnen redden.

De mevrouw van het ziekenhuis zei dat meneer Van der W. hem als contactpersoon had opgegeven. Buurman Walter zei dat hij helemaal niets van meneer Van der W. wist. Hij had geen idee of er familie was, meneer Van der W. had daar nooit iets over gezegd.

*

Omdat zijn lichaam door niemand werd opgeëist had meneer Van der W. bij Team Uitvaarten van de gemeente Amsterdam moeten worden aangemeld. Die zouden dan zoeken naar eventuele nabestaanden.

Dat gebeurde om een of andere reden niet, pas op 3 juli ging Team Uitvaarten met de casus aan de slag. Meneer van der W. lag toen al twee weken in een koelcel in het mortuarium van het ziekenhuis.

Levende familieleden waren er volgens de Basisregistratie Personen (BRP) niet. Meneer Van der W. had geen broers of zussen. Zijn moeder, een Amsterdamse die ooit als ‘gezinsverzorgster’ had gewerkt, was al geruime tijd dood.

De vader, zoon van een Amsterdamse fabrieksarbeider, was in 1986 naar West-Duitsland vertrokken. In theorie zou hij nog in leven kunnen zijn – hij werd in 1928 geboren – maar in Duitse systemen, stelde Team Uitvaarten vast, komt hij vreemd genoeg niet voor.

Misschien heeft meneer Van der W. vroeger gewerkt. Dat zou dan in ieder geval geen langdurige betrekking zijn geweest want hij bouwde nergens pensioen op.

Uit bankafschriften blijkt dat hij zeer spaarzaam leefde. Digitaal – tegenwoordig een knappe prestatie – liet hij net als zijn vader in het geheel geen sporen na.

De huisarts van meneer Van der W. liet weten dat meneer Van der W. met een evenwichtsstoornis kampte. Om die reden mocht hij van hem niet meer buiten fietsen, wat hij daarvoor nog geregeld zou hebben gedaan. Binnen op de hometrainer mocht het wel.

Omdat meneer Van der W. veel te lang in het mortuarium lag, de koelcellen daar zijn niet gratis, moest hij met spoed worden begraven. Om die reden besloot ik zelf het gedicht te schrijven.

*

De dienst in de kapel verloopt rommelig. Terwijl Bach speelt zit buurman Walter te priegelen op z’n telefoon. Op de website van De Telegraaf leest hij een bericht over een te hoog geladen vrachtwagen die een viaduct over de A4 heeft geraakt.

Als ik mijn gedicht heb voorgelezen rinkelt zijn telefoon. Buurman Walter neemt op, omdat hij vrijwel nooit wordt gebeld of omdat hij simpelweg geen schaamte kent.

Terwijl Satie speelt en de kist tussen zes brandende kaarsjes voor ons staat begint een vrouwenstem te kwetteren. ‘Nee kan niet, ik ben bij een begrafenis,’ zegt buurman Walter.

Hij hangt op maar de telefoon gaat opnieuw. ‘Godverdomme.’ Hij is nu echt boos, de vrouw aan de telefoon, die niet eens Nederlands spreekt, krijgt de volle lading. ‘Wegwezen nou, opzouten!’

*

We lopen achter de kist aan richting het veld met algemene graven. Wie was de vrouw die hem belde? ‘Een of andere troelala,’ zegt buurman Walter.

Een poos geleden werd hem in de Koornhorst gevraagd of hij eenmalig tweehonderdvijftig euro wilde inleggen. Er zou dan elke maand honderd euro aan hem worden overgemaakt.

Het klonk als een fantastische investering, meerdere bewoners van het schimmige seniorencomplex zouden er op die manier hun karige aow mee aanvullen.

Buurman Walter zei dat hij zou meedoen. Dan moest hij wel eerst een account aanmaken bij een bank ‘in Verweggistan’. De dame die belde werkte bij die bank. Ze vroeg waar zijn tweehonderdvijftig euro bleef.

*

Aan het graf, dat buurman Walter met zeer veel moeite bereikt, lukt het hem zowaar om een minuut te stilte in acht te nemen voor zijn onbekende ganggenoot.

Hij heeft twee miezerige plantjes meegenomen, gisteren bij de Albert Heijn gekocht. Ik zet ze voor hem neer, zelf is hij niet tot bukken in staat. De kist zakt, we werpen een handje zand in het graf.

Dan gaan we weer, terug naar de kapel, met opnieuw flink wat geklaag. Zware shag wordt opgestoken. De chauffeur zit te wachten in zijn dure mercedes, de klep van de benzinetank is dicht.

Joris van Casteren.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *