Vrijdag 5 juni 2026, 10:00 uur
begraafplaats St. Barbara, Amsterdam
Dichter van dienst: Jos Versteegen
Auteur verslag: Joris van Casteren
Schwarzenegger
Meneer R. was een bodybuilder uit Iran. Op 21 juli 1985 werd hij geboren in Teheran. Als jongen zag hij in een obscuur theatertje een film met Arnold Schwarzenegger.
Zo’n lichaam als Schwarzenegger, gespierd en glimmend, dat wilde hij ook. Thuis begon hij aan krachttraining te doen. Hij gebruikte de aandrijfas van een kapotte auto en hing daar jerrycans aan die hij vulde met water.
Om spiermassa te kunnen kweken volgde hij eiwitrijke diëten. Soms kookte zijn moeder wel vier keer per dag voor hem. Gerechten met kip, aardappelen, rijst, pasta en witvis.
Meneer R. was ook best lang. Toen al die spieren tot ontwikkeling kwamen zag hij er vervaarlijk uit. Dat uiterlijk contrasteerde nogal met zijn innerlijk. Hij was een verlegen, introverte jongeman die geen vlieg kwaad zou doen.
Nooit was hij betrokken bij gevechten, figuren uit de onderwereld ging hij uit de weg. Ze waren christelijk thuis, hun voorouders kwamen uit Armenië. Gedoe met het islamitische gezag konden ze zich niet permitteren, ze hielden zich gedeisd.
Ze waren arm, de vader was vuilnisman geweest, hij had iets aan zijn longen. Voor schoolboeken was geen geld, meneer R. en zijn broer en zus moesten het doen met verouderde exemplaren waar aantekeningen van anderen in stonden.
*
Soms trainde meneer R. met zijn zelfgebouwde gewichten op straat. Op een dag sprak een oudere man hem aan. Deze man was nog veel gespierder dan hij. Hij zei dat meneer R. over een fenomenaal lichaam beschikte.
Dat lichaam zou nog veel beter ontwikkeld kunnen worden, als meneer R. bereid was bepaalde adviezen op te volgen. De man hoefde niet betaald te krijgen, hij deed het uit generositeit, niet om er beter van worden.
Op de leeftijd van meneer R., vertelde de oudere man, was hij zelf onder zijn hoede genomen door een leermeester. Deze leermeester droeg al zijn kennis op hem over.
Zo hoorde de oudere man over spieren waarvan hij niet wist dat ze bestonden. Het menselijk lichaam bevatte er ruim zevenhonderd. Een deel van die spieren kon je niet trainen, zoals de hartspier of spieren in het oog.
Maar de gewrichtsspieren wel, en daar waren er meer dan genoeg van. Armen, benen, borst en rug zaten er vol mee. Voor elke spier bestond een trainingsprogramma.
Ze gingen aan de slag, niet met de aandrijfas van de kapotte auto maar op apparaten in een sportschool in een betere buurt van Teheran. Daar stonden halterbanken, roeimachines, crosstrainers en spinningfietsen.
De leermeester was streng, soms spraken ze meerdere keren per dag bij de sportschool af. Als meneer R. zei dat het niet meer ging moest hij nog een half uur door, tot het zweet in grote hete druppels van hem afdroop.
De gerechten die z’n moeder maakte waren niet voldoende, de leermeester gaf hem voedingssupplementen met creatine en aminozuren. Ze dronken eiwitshakes vol proteïne die de leermeester zelf brouwde.
Na ruim een jaar trainen was meneer R. één en al spier. Hij leek nu echt op Schwarzenegger. De leermeester gaf hem olie om het opgepompte lichaam mee in te smeren. Biceps, triceps en quadriceps lagen glanzend aan de oppervlakte.
Nog was het niet genoeg. Verborgen schouderspieren, de deltoïden, moesten rijzen als gezwellen. De buik was nog blubberig, het moest een strakke sixpack zijn.
Meneer R. verkeerde in topvorm. Hij behaalde allerlei certificaten en mocht zelf als fitnesscoach aan de slag gaan. De leermeester kon hem niets meer bijbrengen, het was tijd om afscheid te nemen.
*
Enkele jaren werkte meneer R. in verschillende sportscholen. Hij verdiende wel wat maar nooit genoeg om echt vooruit te kunnen komen. Om zijn arme familie fatsoenlijk te ondersteunen was meer nodig.
Meneer R. kreeg minder betaald dan andere coaches. Hij kon het niet bewijzen maar hij wist dat het kwam omdat hij christen was. Nooit zouden ze volledig worden geaccepteerd, het bleven leprozen.
Steeds kritischer werd meneer R. op het regime, hij had geen zin meer om zijn mond te houden en sloot zich aan bij protesten. Familieleden waarschuwden hem, op deze manier bracht hij ook anderen in gevaar.
Dat vervelende regime van ayatollahs had enkele malen gewankeld maar leek nooit om te vallen. Meneer R. zag de toekomst somber in. Hij besloot Iran te verlaten, in Europa zou hij zijn slag gaan slaan.
Met hulp van smokkelaars reisde hij in 2016 via Turkije naar Griekenland, een tocht vol ontberingen. Naar Nederland zou hij gaan, daar woonden kennissen van kennissen en naar verluidt hadden die het daar goed.
Hij kwam in een aanmeldcentrum terecht. Aan de immigratiedienst vertelde hij zijn verhaal. In 2017 kreeg hij een vluchtelingenstatus, omdat de omstandigheden van Iraanse christenen verslechterden.
*
Meneer R. kreeg een huurwoning in Amsterdam, hij kon het niet geloven. Trots lichtte hij de familie in. Hij zou hier een bestaan opbouwen. Met het vele geld dat hij zou gaan verdienen konden zijn ouders, broer en zus ook deze kant op komen.
Hij wilde zich vestigen als erkend fitnesscoach, hij beschikte immers over z’n certificaten. Maar die Iraanse certificaten werden niet geaccepteerd door de Nederlandse branchevereniging.
Om het vereiste diploma te verkrijgen zou hij helemaal opnieuw moeten beginnen. De opleiding was niet goedkoop. Hij had geen geld, dat wilde hij nou juist gaan verdienen.
Zijn rijbewijs werd na wat gedoe wel geaccepteerd. Meneer R. ging als koerier aan de slag. Het was een zware baan, hij moest pakketjes ophalen bij een distributiepunt.
Als hij de pakketjes niet op tijd bezorgde kreeg hij minder betaald. Het salaris dekte de vaste lasten, verder hield hij niet veel over. Hij zat de hele dag maar in die autostoel, het kwam zijn figuur niet ten goede.
*
De woning van meneer R. bevond zich aan de Johan Ramaerstraat, in stadsdeel Nieuw-West, niet ver van station Lelylaan. Een klein, enigszins tochtig appartement met balkon op de derde verdieping, gebouwd in de jaren vijftig.
Hij zocht een sportschool in zijn buurt, naast de ringweg zat een BasicFit, dat was de goedkoopste. Meneer R. trainde zich het apezuur, hij ging zo vaak als hij kon want als hij alleen thuiszat in de woning voelde hij zich somber.
Regelmatig zag hij in BasicFit een jongeman fanatiek trainen. De jongeman was Nederlands, meneer R. probeerde een praatje met hem aan te knopen.
Zijn Nederlands was niet zo goed, al had hij veel geoefend met hulp van een vrijwilliger die ook uit Iran kwam. Hij zei tegen de jongeman dat hij op de goede weg was.
Maar sommige oefeningen deed hij verkeerd. Er waren nog heel veel spieren die tot ontwikkeling konden worden gebracht. De jongeman was verbluft over zoveel kennis van zaken.
Zo begon meneer R. de jongeman te trainen, hij werd de leermeester die zijn vroegere leermeester voor hem was geweest. Hij wilde geen geld, wel was het fijn als de jongeman hem vooruit hielp met het Nederlands.
Meneer R. beulde hem flink af, zoals zijn leermeester hem ook had afgebeuld. Hij vertelde ook wat de jongeman moest eten en schreef hem voedingssupplementen voor.
*
De Nederlandse jongeman kende een aannemer die op zoek was naar een sterke kracht. Meneer R. nam de baan graag aan, het was beter dan de hele dag in de auto zitten.
Via de organisatie van de vrijwilliger die ook uit Iran kwam had meneer R. wel wat mensen leren kennen maar dat bleven oppervlakkige contacten. Met de Nederlandse jongeman ontstond voor zijn gevoel een echte vriendschap.
Soms aten ze samen, meneer R. brouwde dezelfde eiwitshakes die zijn vroegere leermeester brouwde. De Nederlandse jongeman kwam in topvorm te verkeren.
Het was de bedoeling dat ze aan evenementen zouden gaan meedoen. Meneer R. stond al op het punt hem in te schrijven voor een bepaalde competitie toen de Nederlandse jongeman vertelde dat hij aan een nieuwe baan begon.
Die nieuwe baan slokte zijn tijd op, bovendien kreeg hij een vriendin. Het contact verwaterde. De baan in de bouw hield na een poosje op, meneer R. begon weer met het bezorgen van pakketjes.
*
Jaren verstreken, meneer R. voelde zich steeds minder goed. Hij kon maar weinig geld aan zijn familie sturen. Zijn ouders zouden nooit naar Nederland komen, ze kampten met gebreken. Zijn broer was ernstig ziek.
Hij vereenzaamde in het flatje. Een paar keer was hij naar een festival geweest, met een meisje dat hij via de vrijwilligersorganisatie kende. Het leidde nergens toe. Steeds vaker ging hij naar de coffeeshop om wiet te kopen.
Zijn lichaam raakte in verval, hij was Schwarzenegger niet meer. Treurig nieuws bereikte hem, zijn zieke broer was overleden. Hij had niet eens genoeg geld om de uitvaart bij te kunnen wonen.
*
In februari begonnen Israël en de Verenigde Staten met het bombarderen van Iran. Meneer R. was aanvankelijk opgetogen, hij hoopte dat het ellendige regime dan eindelijk ten val zou komen.
Op sociale media plaatste hij filmpjes en hij bezocht een demonstratie in Den Haag. Opnieuw wankelde het regime maar viel niet om. Het was moeilijk om contact met zijn familie te onderhouden, het internet lag daar voortdurend plat.
Hij dacht aan de Nederlandse jongeman, in maart stuurde hij hem een bericht. Ze spraken af bij BasicFit aan de ringweg, even was het als vanouds. Opnieuw trainden ze fanatiek en aten ze gezond.
Maar eigenlijk ging het helemaal niet goed. Meneer R. probeerde het verborgen te houden, hij was immers de leermeester. Hij rookte steeds meer wiet, na het bezorgen reed hij met de pakketbus naar de coffeeshop.
De Nederlandse jongeman had het eerst niet eens in de gaten. Totdat meneer R. vreemde dingen begon te zeggen. Ineens was hij ervan overtuigd dat hij kanker had, net als zijn broer.
De huisarts had hem gerustgesteld maar meneer R. geloofde de huisarts niet. Hij geloofde de tandarts ook niet meer. Die zou een microfoontje in de holte van een kies hebben geplaatst.
Hij dacht dat zijn buren hem bespioneerden. Dat was helemaal niet zo, wel hadden ze een keer gevraagd of hij wat stiller kon doen op het fitnessapparaat dat hij in zijn huis had opgesteld, de woningen waren erg gehorig.
Hardop las hij zichzelf voor uit de bijbel. In de woning hing hij vlaggen op met de afbeelding van Jezus.
*
Vrijdag 1 mei kwam de Nederlandse jongeman bij hem langs. Ze zouden gaan trainen op het fitnessapparaat van meneer R. Maar meneer R. was in de war, hij kon geen Nederlands meer spreken.
Aan het plafond hing een strop. Op een tafel lagen een mes en een bijl. Meneer R. rookte de ene joint na de andere. De Nederlandse jongeman nam hem mee naar buiten.
Ze wandelden door de buurt. Meneer R. dacht dat ze werden achtervolgd, hij keek voortdurend om. De Nederlandse jongeman zette hem in zijn auto, misschien kalmeerde hij als ze een stukje gingen rijden.
Rijden hielp helemaal niet, meneer R. zei dat zijn leerling samenspande met de tandarts en de buren. Hij was Jezus, waarom geloofde niemand hem?
De Nederlandse jongeman bracht hem terug naar huis. De volgende dag zouden ze bellen. Meneer R. zou dan beter zijn, hij was altijd stabiel, dit was gewoon een gekke bui.
De leerling kon zich niet voorstellen dat de leermeester zichzelf iets zou aandoen. Waarschijnlijk was dit hele gedoe een psychologisch onderdeel van de training.
Hij zou niet aan de bel gaan trekken, zo lagen de verhoudingen niet. De leermeester zou het hem kwalijk nemen als hij alarm sloeg. Hij zou gezakt zijn voor de test.
*
Meneer R. belde niet, hij nam zijn telefoon niet op. Dat kon ook niet, hij had het apparaat kapot geslagen, er zou afluisterapparatuur in hebben gezeten.
Maandagavond 4 mei ging de Nederlandse jongeman terug naar de woning. Direct na zijn werk, het was al laat. Hij belde aan en bonsde op de deur, meneer R. deed niet open.
Het duurde lang voor de politie kwam, pas rond een uur of twee in de nacht. Al die tijd stond de leerling bezorgd te wachten voor de deur. Binnen hoorde hij iets suizen, hij dacht dat het een föhn of een stofzuiger was.
Agenten gebruikten een boor om de deur te openen. Ze roken gas, het pand werd ontruimd, buren kwamen in hun pyjama’s op de stoep te staan. Brandweermannen gingen naar binnen. Ze vonden meneer R., hij lag met zijn hoofd op het fornuis.
*
Begraafplaats Sint Barbara, vrijdagochtend 5 juni. De leerling is gekomen, er zijn ook wat mensen van de vrijwilligersorganisatie. Ik heb Iraanse muziek uitgekozen van Rasoul Najafian en Reza Vali.
Familie van meneer R. in Teheran werd aanvankelijk niet gevonden, vanwege de geopolitieke spanningen kon Team Uitvaarten van de gemeente Amsterdam de Iraanse ambassade niet benaderen.
Dankzij mijn vriend Metis Gavami en Nasir Higazi van de vrijwilligersorganisatie lukte het alsnog. In Teheran schreeuwde een moeder naar de hemel, waarschijnlijk schreeuwt ze nog steeds.
De kist met de veertigjarige bodybuilder is zwaar. Zinloos verdwijnt het lichaam waar zo hard aan werd gewerkt in de grond.
Joris van Casteren.
Wat een verloren gegaan en hier in Nederland nog ongelukkiger leven van die zachte man. Joris…..geweldig beschreven weer. Ik was even in dat leven.
❤️
Zo goed beschreven. Tranen sprongen in m’n ogen .. het ene verhaal nog droeviger dan het andere .. en toch geef je al die mensen bestaansrecht , zij het dan posthuum. Dank Joris van Casteren !
❤️