Eenzame uitvaart #313, verslag

Dinsdag 30 juni 2026, 9:45 uur
begraafplaats De Nieuwe Ooster, Amsterdam
Dichter van dienst: Ellen Deckwitz
Auteur verslag: Joris van Casteren

Elvis

Buurman Ben rijdt een paarse Galaxy II. Best een snel scootmobiel, merk ik als we ons dinsdag 30 juni om negen uur ’s ochtends naar de begraafplaats begeven. Ik op de fiets, hij in de Galaxy II.

Buurman Ben was niet echt een vriend van meneer O., eerder een bekende. Ze woonden bij elkaar om de hoek, in de Indische buurt. Meneer O. in de Molukkenstraat, buurman Ben in de Tweede Ceramstraat.

Daar, in die Tweede Ceramstraat, heb ik hem opgehaald, op verzoek van Team Uitvaarten. Aan de telefoon klonk buurman Ben zo fragiel dat ze vreesden dat hij op weg naar de begraafplaats zou verdwalen of bezwijken.

Ik dacht dat we onderweg nog wat zouden kunnen praten over meneer O., want ik weet het een en ander, en hij waarschijnlijk ook. Aan de telefoon wilde ons gesprek niet echt vlotten, in het huis aan de Tweede Ceramstraat stond de televisie hard aan en buurman Ben was de afstandbediening kwijt.

*

Onderweg komt het ook niet tot een conversatie, in de Galaxy II raast buurman Ben, een geel petje van gereedschapsmerk Stanley op het hoofd, over de stoepen van Amsterdam-Oost. Hij lijkt te vergeten dat ik daar niet mag komen met mijn fiets, met de grootste moeite houd ik hem bij.

Hij weet ook precies waar de begraafplaats is, behendig ontwijkt hij wegafzettingen en obstakels. Ditmaal is de uitvaart op De Nieuwe Ooster, aan de Kruislaan, en dus niet op Sint Barbara.

Doorgaans is het op Sint Barbara, dat hebben we zo laten vastleggen, omdat Sint Barbara eenzame uitvaarten altijd aannam, ook toen de baten amper tegen de kosten opwogen.

Tegenwoordig willen alle begraafplaats wel een eenzame uitvaart, misschien omdat ze er goede sier mee denken te maken. Eenzame uitvaarten zijn populair terwijl ze ongewenst zouden moeten zijn.

*

Eigenlijk komt het door buurman Ben dat we naar de De Nieuwe Ooster gaan. Op een tafel in de woning van meneer O. hadden medewerkers van Team Uitvaarten zijn telefoonnummer gevonden.

Behalve een halfzus die niet op brieven reageerde was er geen familie te vinden. Mogelijk zou er nog een halfbroer in Canada zijn, maar die was niet te traceren. Daarom belden ze dat nummer van buurman Ben.

Hij was verbaasd dat meneer O. bleek te zijn overleden. Maar vooral dat ze hem belden, want zo goed kende hij hem nou ook weer niet. Hij wilde best naar de uitvaart komen, als het maar niet te ver was.

Door het hoge tempo van de Galaxy II zijn we vroeg op De Nieuwe Ooster. Ik ga op een bankje zitten, buurman Ben parkeert ernaast. Uit zijn bevlekte jas diept hij een buidel shag op, rolt behendig met z’n gele vingers en steekt op.

*

Meneer O. werd op 18 juli 1949 in Nijmegen geboren. Zijn moeder was zeventien, valt op te maken uit gegevens van het Amsterdams Stadsarchief. Ze was afkomstig uit Batavia, Nederlands-Indië, maar had Surinaamse wortels.

Zijn vader, zoon van een Nijmeegs rioolreiniger, was tien jaar ouder. Mogelijk werd hij als dienstplichtige uitgezonden naar Nederlands-Indië en hebben de twee elkaar daar ontmoet. De aanstaande tienermoeder keerde met de al dan niet dienstplichtige terug naar het vaderland.

In 1951 verhuisde de vader met zijn jonge vrouw en het kleine kind van Nijmegen naar Amsterdam, waar hij in diverse fabrieken werkte. Hij was ook een poosje magazijnbediende en ijzerwerker.

Het huwelijk liep in 1955 op de klippen, de jonge moeder van meneer O. vertrok daarop zonder hem naar Canada, waar ze van een andere man nog een kind zou krijgen.

De vader hertrouwde in 1959 met een uit Den Haag afkomstige naaister die zes jaar ouder was dan hij, alsof hij wel heel erg zijn bekomst had van zijn eerste, al te jonge bruid.

De oudere naaister uit Den Haag had al een dochter uit een eerder huwelijk: de nog levende halfzus die niet op de brieven van Team Uitvaarten reageerde.

Mogelijk zouden er nog een zoon en een dochter uit dat eerdere huwelijk zijn voortgekomen maar deze telgen hebben afgezien van een vermelding op de persoonskaarten van de ouders nergens sporen nagelaten.

*

Dit alles vertel ik aan buurman Ben, die me wat glazig aankijkt. Hij herhaalt nog eens dat hij meneer O. amper kende.

Toch zou het misschien wel kunnen dat meneer O. wel eens iets heeft opgemerkt  over Nijmegen en een moeder die hem in de steek liet, dat staat hem vaag wel ergens bij.

Vaag staat hem ook bij dat de oude naaister met wie zijn vader hertrouwde niet aardig voor meneer O. zou zijn geweest. Maar ik moet dat niet voor de absolute waarheid aannemen want zijn geheugen is niet al te best meer.

Buurman Ben denkt dat het misschien wel vijfendertig jaar geleden is dat hij kennis maakte met meneer O. Hij weet niet meer waar, vermoedelijk ergens op straat in Amsterdam-Oost.

Meneer O. was zeven jaar ouder dan hij. Buurman Ben keek best tegen hem op, zegt hij, want meneer O. was een imposante man, fors van gestalte, die duidelijk niet met zich liet sollen. Hij trok zich van niets of niemand wat aan.

*

Om een of andere reden slaagde meneer O. erin zijn leven lang werkloos te blijven. Volgens buurman Ben had hij makkelijk een baan kunnen nemen maar wilde hij simpelweg niet.

Zelf hield buurman Ben ook niet van werken, maar de uitkerende instanties wisten hem altijd weer ergens geplaatst te krijgen, terwijl meneer O. zich er telkens onderuit wist te draaien.

Het was echt een gave. Misschien kwam het wel, opper ik, omdat zijn opa, die dus kennelijk rioolreiniger was, en zijn vader hun leven lang allerlei rottige baantjes hadden moeten uitvoeren.

Zowel de opa als de vader waren veel te jong gestorven. Zij hadden meer dan genoeg gedaan voor de maatschappij. Moest hij er dan ook aan onderdoor gaan? Nee, dat zou hem niet gebeuren.

*

Meneer O. hield wel van een slok. Dat was al zo toen buurman Ben hem leerde kennen. Misschien was dat trouwens niet ergens op straat, maar in het Oosterpark, want daar zat meneer O. graag.

Voor een werkloze hield hij er best een geregeld leven op na. Het was niet iemand die extreem lang uitsliep. Wel keek hij graag televisie, maar altijd naar het nieuws en actualiteitenprogramma’s. Aan reclame en commerciële zenders had hij een hekel.

Voor een alcoholist was zijn huis verbazingwekkend netjes. De boel was spaarzaam ingericht, dat wel. Alles was verouderd, zoals de gaskachel die allang door centrale verwarming vervangen had moeten zijn, maar niets was smerig.

Hij hield het allemaal zelf bij, hulp in de huishouding wenste hij niet. De wc-pot reinigde hij met chloor, de primitieve douche ontvette hij zo nu en dan met ammonia in lauwwarm water.

Zijn haren waste hij met Andrélon, voor de rest van het lichaam was een groen stuk zeep afdoende. Hij kookte zelf, meestal soep uit blik. De oude gemeentelijke afvalbak stond op een lap stof, zodat het blauwe zeil schoon bleef en er geen afdruk in ontstond.

*

Aan het begin van de middag, vertelt buurman Ben, ging meneer O. de hort op. Bij de Albert Heijn aan de Molukkenstraat kocht hij halveliters Klokbier, bij de slijterij haalde hij een flesje whisky van Famous Grouse.

Hij streek neer op z’n vaste bankje in het Oosterpark en dan begon het hijsen. Dat ging de hele middag door. Als het regende school hij onder een boom. Al was hij nog zo lam, meneer O. wist altijd thuis te komen.

Dat was volgens buurman Ben ook echt een gave. Hij struikelde onderweg wel eens, maar het was nooit echt een probleem om de Molukkenstraat te bereiken.

’s Avonds at hij dan z’n soep en soms kwam buurman Ben dan actualiteitenprogramma’s bij hem kijken. Meneer O. was erg geïnteresseerd in politiek maar politieke opvattingen zou hij zelf niet echt hebben gehad, zegt buurman Ben.

Meneer O. was best tevreden met zijn bestaan. Het werd er nog beter op toen er uit Canada ‘een erfenisje’ kwam. Waarschijnlijk was de tienermoeder overleden, maar buurman Ben weet het niet zeker.

Hij vroeg er ook niet naar want het was zijn zaak helemaal niet. Wel viel het hem op dat meneer O. na een slempsessie in het Oosterpark steeds regelmatiger met de taxi thuiskwam.

Het geld vergrootte zijn actieradius aanzienlijk. Bij slecht weer ging hij niet meer onder een boom zitten maar begaf hij zich naar een heuse kroeg. Buurman Ben weet niet welke kroeg behalve dat die kroeg zich ‘in de hoerenbuurt’ bevond.

Een tijdje zou meneer O. zelfs een vriendin hebben gehad, een dame uit de buurt die volgens buurman Ben soms bij hem sliep. Hij was er altijd wars van geweest, uit angst dat hij nakomelingen zou verwekken, maar op zijn leeftijd, en vooral ook op de leeftijd van de dame uit de buurt, kon dat helemaal niet meer.

*

Op woensdag 3 juni voelde meneer O. zich niet lekker. Al een poos was hij veel minder mobiel, zijn benen waren enorm opgezwollen. Hij had krukken gekregen maar die gebruikte hij niet graag.

Die zondag voelde hij z’n opgezwollen benen niet meer, en zijn mond stond in een vreemde positie. Hij belde met z’n ouderwetse telefoon, een vaste lijn, naar de huisartsenpost maar kon zich nauwelijks verstaanbaar maken. Een ambulance kwam, in het ziekenhuis kreeg hij een volgende beroerte.

Hij herstelde, het werd niet verstandig geacht hem weer naar huis te sturen. Zo kwam meneer O. in het Flevohuis in Amsterdam Oud-Zuid terecht. Het was de bedoeling dat hij daar zou revalideren, in plaats daarvan overleed hij op donderdag 11 juni, 76 jaar oud.

Buurman Ben wist van niets. Hij zag meneer O. niet dagelijks, er ging soms lange tijd overheen. Na 3 juni had hij nog een keer bij hem aangeklopt en gedacht dat meneer O. in het park zat of in de kroeg in de hoerenbuurt.

Hij snapt niet dat meneer O. het briefje met zijn nummer dat op de tafel werd gevonden niet had meegenomen naar het ziekenhuis. Meneer O. beschikte niet over een mobiel, hij deed ook niet aan internet, maar had dan in ieder geval de enige persoon met wie hij af en toe nog omgang had op de hoogte kunnen stellen van de opname.

*

In de woning aan de Molukkenstraat hing een poster van Elvis Presley aan de muur. Meneer O. had ook een aantal cd’s van The King of Rock ’n Roll liggen.

Vandaar dat het Team Uitvaarten passend leek om Always On My Mind te draaien. Er werden ook cd’s van Fleetwood Mac aangetroffen, zodoende werd ook You Can Go Your Own Way geselecteerd.

Buurman Ben zegt dat meneer O. helemaal niet van muziek hield. Als gezegd keek hij alleen naar het nieuws op televisie. Maar als er dan muziek gedraaid zou moeten worden zou het Nederlandstalig moeten zijn.

Op het bankje laat ik hem op mijn telefoon de foto’s zien die Team Uitvaarten maakte van het interieur. Aan de muur hangt inderdaad een poster van Elvis Presley. Buurman Ben zegt dat die poster hem nog nooit is opgevallen. Hoe dan ook, de poster hangt er dus dan moeten we het maar draaien.

*

Na de dienst, als stadsdichter Ellen Deckwitz haar vers heeft voorgelezen, begeven we ons naar het veld met algemene graven. Het is een heel eind lopen, maar buurman Ben zit comfortabel in de Galaxy II.

Afgelopen weekeinde heeft het flink geonweerd, regen heeft het gras bij de algemene graven drassig gemaakt. Buurman Ben is bang dat de Galaxy II vastloopt in de blubber.

We spreken hem moed in. ‘Desnoods tillen we je,’ zegt een van de dragers. Zenuwachtig sturend bereikt hij de rand van het graf. Een andere drager zegt dat hij de Galaxy II ‘op de handrem’ moet zetten want niet zolang geleden, tijdens een gewone uitvaart, was iemand op een scootmobiel het graf in gereden, boven op de kist die net was gezakt.

Dat gebeurt nu niet. We zijn nog een minuut stil voor meneer O. Bij het toegangshek aan de Kruislaan neem ik afscheid van buurman Ben. Ik hoef niet met hem terug te fietsen, hij weet zijn weg zelf wel te vinden, zoals op de heenweg al bleek.

Joris van Casteren.

2 gedachten over “Eenzame uitvaart #313, verslag”

  1. Hij is weer prachtig !
    Misschien wil buurman Ben zijn levensverhaal vertellen aan Walkoflife.nl
    Hij lijkt mij een geschikte kandidaat maar ik kan het mis hebben …

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *