EENZAME UITVAART NUMMER 17
Eenzame uitvaart nummer 17
IM mw M. P., 28 januari 1946, Haarlemmermeer – 14 december 2003, Commelinstraat, Amsterdam
Nieuwe Oosterbegraafplaats, woensdag 31 december 2003, 10.30 uur
Dichter van Dienst en verslag: Neeltje Maria Min
Ik heb, in navolging van meneer Fritz, nu ook maar eens vakantiedagen opgenomen. We hebben onze beste wensen immers vorige week al uitgesproken. Dan zul je altijd zien dat in de dagen voor vertrek er nog twee uitvaarten binnenkomen. Ik nummer ze op volgorde van binnenkomst. Twee tegelijk, op de laatste dag van het jaar. Ik zou die dag op een balkon in Alanya over de ruisende Middellandse zee uitkijken, terwijl Menno Wigman zich naar Vredenhof begaf, en Neeltje Maria Min op de Nieuwe Oosterbegraafplaats te vinden zou zijn. Ik had hen beiden gevraagd om een verslag te schrijven van hun bevindingen. Deze laatste ochtend van het jaar bracht Neel eerst mevrouw P. weg, een weduwe van 57 jaar, op aanwijzing van verontruste buurtbewoners op 21 december van dit jaar door de politie dood in haar woning gevonden. P. was kinderloos, de Dienst heeft een ver familielid gevonden, dat het bericht van haar overlijden voor kennisgeving aannam.
Neeltje Maria Min schreef: ‘Beste Starik, hierbij het verslagje van de begrafenis en het gedicht. Ik was blij dat meneer Fritz bij ons was. Hij was weer onvolprezen. Op weg erheen, op de hoek van de Middenlaan en de Kruislaan vond ik een kruisje van een rozenkrans. Zoals ik ooit een prei zag liggen toen ik voor het eerst door de Slatuinenweg liep. Aanwezig waren: twee dames, uitvaartleidsters van de Nieuwe Oosterbegraafplaats, de heer Fritz van de gemeente, en drie dames uit de Dapperbuurt die de overledene gekend hadden, mijn echtgenoot en ik. De kist stond in een kleine, steeds smaller toelopende ruimte. Aan weerszijden van de kist brandde een kaars. Het bloemstuk zag er wat pover uit. Er werden drie stukjes muziek gespeeld op een mijns inziens zeer oude installatie. Eerst obligaat licht klassiek, daarna het gedicht, vervolgens een vocaal en een instrumentaal stukje. Allebei zeer onbenullig maar wel meeslepend door de staat van de apparatuur.
De daadwerkelijke begrafenis geschiedde op een rustige en plechtige manier. In dezelfde ruimte waar de kist gestaan had werd ons aan een in de hoek staande tafel koffie en cake geserveerd. De uitvaartleidsters bleven weg. Meneer Fritz gaf de drie buurtvrouwen gelegenheid hun verhaal af te steken en beantwoordde al hun vragen. De nazit, die ongeveer 25 minuten duurde, eindigde tenslotte zeer ontspannen.’
*
Ouders verloren,
man verloren
kind nooit geboren.
Dat iemand zei:
Zij is mijn vrouw,
Zij is mijn dochter,
Zij is van mij –
was al voorbij.
Wat het geheugen besloot
te onthouden, verdwijnt.
Met haar gaan dood
nogmaals haar ouders,
nogmaals haar echtgenoot.
Dit is het eind.
Eind van het jaar.
Van haar leven.
Van haar.
Neeltje Maria Min