Eenzame uitvaart #310, verslag

Donderdag 23 april 2026, 10:00 uur
begraafplaats St. Barbara, Amsterdam
Dichter van dienst: Twan Vet
Auteur verslag: Joris van Casteren

Een snelle Kawasaki

Na het heengaan van de vader, in 2012, voltrok zich een radicale verandering in de woning aan de Overslaghof in Amsterdam-Noord. Meneer Van O. besloot voortaan de nacht door te brengen in het grote bed in de ouderlijke slaapkamer.

Hij was toen vijftig jaar oud. Het jongensbed in zijn slaapkamer, waar ook nog het bureautje stond om huiswerk aan te maken, bleef vanaf dat moment onbeslapen.

De teddybeer verhuisde niet mee, die bleef op de stoel naast het jongensbed zitten. Alsof meneer Van O. begreep dat zijn jeugd definitief voorbij was. Hij was nu de oudste thuis, en ook de enige.

*

In december 1976 waren ze er komen wonen. De Overslaghof was net opgeleverd, een bakstenen complex met centrale voordeuren. Drie adressen per verdieping, voor iedereen een krap balkon. Zij woonden op vierhoog, helemaal bovenin, er was geen lift.

De vader van meneer Van O. had ervoor aan de Polanenstraat gewoond, verderop in Noord, in het huis van zijn ouders. Hij werd verliefd op een buurmeisje, vlak na de oorlog trouwden ze en trok zij bij hem in.

Vijf kinderen werden aan de Polanenstraat geboren, meneer Van O. was de jongste. Behalve hij en de één na jongste broer was iedereen uit huis toen ze naar de Overslaghof vertrokken. De zus, oudste van het stel, had zelf al kinderen gekregen.

*

De nieuwe woning werd ingericht op een manier die toen al niet echt modern meer was. Wanden bekleed met lambrizering, zware eikenhouten meubelen. Een klok met gewichten, leren lampenkappen met bruine franjes.

In het halletje hingen barometers aan de muur, olieverfschilderijtjes en een tegel met een wat merkwaardige spreuk: ‘Niet wat je meemaakt brengt je van streek. Maar hetgeen je ervan vindt.’

De moeder van mevrouw Van O. zorgde voor de kinderen. Haar echtgenoot was een poosje automonteur, werd toen fietsenmaker en vervolgens touringcarchauffeur.

De nog thuiswonende broer werd vrachtwagenbestuurder. In 1979 vertrok hij naar het Verenigd Koninkrijk. Tijdens een internationaal transport had hij een Engels meisje leren kennen.

Meneer Van O. deed zijn huiswerk maar was gewoon niet heel erg goed in school. Zijn vader vond dat hij een technische opleiding moest gaan volgen. Het kwam er niet van, liever hing meneer Van O. met zijn vrienden in winkelcentrum De Banne rond.

Met snor en lange haren in de nek zag hij er vervaarlijk uit. Op zijn linker bovenarm liet hij een tatoeage zetten. Hij hield van een biertje en rookte zware shag.

*

Hij kocht een brommertje en ging aan de slag als pizzabezorger. Het aan huis leveren van verse pizza’s, die in reclamefolders uit die tijd ook wel ‘Italiaanse pannekoeken’ werden genoemd, was een nieuw verschijnsel in die tijd.

Met deze moderne, blitse baan genoot hij aanzien. Omdat meneer Van O. aan zijn ouders geen huur hoefde te betalen kon hij sparen. Hij nam motorrijlessen en kocht een snelle Kawasaki.

Op de Kawasaki racete hij naar het Rembrandtplein of maakte tochtjes richting de kust. De zus en de broers vonden dit gelanterfanter maar niks, ze vonden dat de ouders, die zelf best krap zaten, hem niet zo moesten verwennen. ‘Laat die jongen op z’n minst wat huur betalen,’ zei een van hen.

Meneer Van O. werd verliefd op een meisje uit Zaandam. Hij was twintig, zij pas zeventien. Ze volgde een opleiding tot verpleegster. Op het Rembrandtplein ontmoetten ze elkaar, in 1982.

Op een zondag in mei van dat jaar haalde meneer Van O. haar op in Zaandam. Met de Kawasaki scheurden ze richting Egmond aan Zee. In Heiloo kwam meneer Van O. op hoge snelheid in botsing met een auto die plotseling linksaf sloeg.

Meneer Van O. brak een rib en een been, het meisje smakte zo hard tegen het asfalt dat ze overleed in de ambulance op weg naar het ziekenhuis. ‘Vanaf dat ze klein was hoorde ze bij ons,’ schreven haar ouders in de rouwadvertentie. ‘Het zal nooit meer zijn als vroeger.’

*

Voor meneer Van O. zou het ook nooit meer als vroeger zijn. Hij voelde zich verschrikkelijk schuldig. De Kawasaki lag in puin maar sowieso zou hij nooit meer op een motor stappen.

De zus en de broers verweten hem roekeloosheid. ‘Dat komt er nou van als je je verantwoordelijkheden niet neemt.’ Behalve de een na jongste broer in Engeland, die zich niet wilde mengen in de twist.

Z’n ouders kozen voor hem partij, wat konden ze anders? De familiebanden bekoelden. Verjaardagen werden niet meer gezamenlijk gevierd, het gezin dreef uit elkaar.

De ouders van het meisje waren woedend. Van begin af aan hadden ze het niks gevonden, een oudere vriend op zo’n levensgevaarlijk voertuig. Waarom waren ze niet gewoon met de trein naar Zandvoort gegaan?

Meneer Van O. was niet welkom op de uitvaart, hij kon ook helemaal niet komen want hij lag op dat moment nog in het ziekenhuis met zijn been in het gips. Een neef van het meisje wilde wel even langskomen om de rest van zijn ledematen te breken.

Eenmaal thuis aan de Overslaghof zette meneer Van O. het op een drinken. Omdat de vader vaak meerdere dagen weg was met de touringcar, had vooral zijn moeder veel met hem te stellen.

Nog onaangenamer werd het toen meneer Van O. er drugs bij ging gebruiken. Sjofel volk verscheen aan de centrale voordeur, buren werden er tureluurs van omdat er constant op de verkeerde bel werd gedrukt.

De broer in Engeland had hulp kunnen bieden, door hem had meneer Van O. zich misschien uit de put laten praten. Maar de broer was met zijn vrachtwagen zelf ook betrokken geraakt bij een ongeval en in een rolstoel beland.

Hem viel helemaal niets te verwijten, de Britse verzekeraar van de tegenpartij keerde een flink bedrag uit waarmee hij en z’n partner een fijne woning konden kopen.

De moeder kon de teloorgang van haar jongste zoon niet aan. Het verwaterde contact met kinderen en kleinkinderen vrat aan haar. In 1993 stierf ze van verdriet, 63 jaar oud.

*

De vader ging met vervroegd pensioen, vanwege een staaroperatie die compleet was mislukt. Na de ingreep zag zo hij slecht dat hij als touringcarchauffeur niet langer de weg op mocht.

Samen probeerden vader en zoon er het beste van te maken. Meneer Van O. moest van de drank en de drugs af. Instanties werden ingeschakeld, verschillende malen werd de zoon opgenomen in allerhande klinieken.

Nog een paar keer verviel hij in oude gewoonten maar omstreeks de eeuwwisseling zou hij de verdovende middelen voorgoed links laten liggen. Als voormalige junkenvrienden hem lastigvielen joeg de vader hen weg.

Gezamenlijk hielden ze het huis netjes, om de orde waar de moeder zo op gesteld was geweest in stand te houden. Nooit kwamen er aan meubilair iets nieuws de woning binnen.

Meneer Van O. werkte niet, door het hele gebeuren had hij een sociale stoornis ontwikkeld. Hij werd door de instanties ‘arbeidsbeperkt’ verklaard en ontving een minimale uitkering.

Vaak hielp hij z’n vader, die hobbymatig fietsen repareerde, beneden in het berghok. Hoewel de oude man amper iets zag hanteerde hij z’n gereedschap nog verbazingwekkend goed.

Hij kon zelfs banden plakken met dat slechte zicht, de buren verbaasden zich erover. Meneer Van O. was goed in het vinden van fietswrakken, hij kamde de hele buurt uit, viste ze desnoods uit de sloot. Als zijn vader er één had opgelapt wisten ze het altijd wel aan iemand te verkopen.

De vader werd ziek, van de thuiszorg kreeg hij een rolstoel, om zich in het huis te kunnen verplaatsen. De thuiszorg zei dat hij in aanmerking kwam voor een woning op de begane grond maar dat wilde hij absoluut niet.

*

Na de dood van de vader besloot meneer Van O. een kat te nemen, een jonge zwarte, die hij in Oostzaan uit het asiel haalde. Na het verruilen van bed was dit nog zo’n extreme transformatie.

Misschien dacht hij dat z’n ouders het wel goed gevonden zouden hebben, want vroeger hadden ze een hond gehad, ook een zwarte. Een foto van dat dier stond in de eikenhouten buffetkast, in een gouden lijstje.

De foto was gemaakt in de huiskamer, de hond ligt op de grond voor het bankstel en de salontafel met ingelegde stenen. Toen de kat kwam was het interieur nog geheel hetzelfde, al waren de kussens en kleedjes verkleurd en best versleten.

Meneer Van O. hoestte als een oud kanon. Een medewerker van het Leger des Heils, die een poosje zijn financiën beheerde, stuurde hem naar de huisarts, waar hij in geen eeuwigheid was geweest.

De huisarts stelde COPD vast, een chronische longziekte. Meneer Van O. stopte met de zware shag, vanaf dat moment zoog hij alleen nog aan een inhalator.

De kat was zijn lust en zijn leven, verder fietste hij een paar keer per week naar winkelcentrum De Banne, waar hij vroeger op zijn brommertje had rond geknetterd.

Af en toe moest hij zich melden bij de sociale dienst, waar ze hem doorgaans snel weer wegstuurden, want de kloof tussen meneer Van O. en de arbeidsmarkt was onoverbrugbaar.

Hij at niet goed, steeds moeilijker kwam hij de trap op. De zoon van een onderbuurman zag dat hij op weg naar het winkelcentrum telkens zijn fiets parkeerde om even uit te rusten.

Op een gegeven moment liep meneer Van O. alleen nog maar en rustte hij tijdens de wandeling ook om de haverklap op bankjes uit. Hij vond vaste tussenstops, die steeds dichter bij elkaar kwamen te liggen.

De trappen naar de bovenste verdieping vormden een ware beproeving, op elke verdieping moest hij een lange pauze in acht nemen. In huis verplaatste hij zich in de oude rolstoel van zijn vader.

De directe buurman en de zoon van de onderbuurman hielpen hem een beetje, door af en toe een boodschap voor hem te doen of hem op de trappen te ondersteunen.

Meneer Van O. vermagerde enorm. Hij leek te zwemmen in de leren jas waarin hij er altijd best netjes had uitgezien. De buren zeiden dat hij hulp moest zoeken, dat was volgens hem niet nodig.

Woensdag 11 maart was zijn verjaardag. Meneer Van O. werd 64. Keek hij naar de spreuk op de tegel? Dacht hij aan het ongeluk? Misschien gaf hij de kat wat extra brokjes.

*

Begin april viel het de buren op dat de kenmerkende, rochelende hoest al een poosje niet meer door het trapportaal schalde. De zoon van de onderbuurman klopte een aantal keren bij hem aan, binnen zat de kat luid te miauwen.

Een buurvrouw beschikte over een sleutel van de woning, die had de moeder van meneer Van O. ooit voor noodgevallen aan haar gegeven. Ze staken de sleutel in het slot, de deur ging open.

Meneer Van O. lag dood in het bed van zijn ouders, een beetje schuin, alsof hij optimaal gebruik had willen maken van de grotere matras. De politie kwam, de inmiddels bejaarde zwarte kater werd teruggebracht naar het asiel waar hij vandaan was gekomen.

*

Team Uitvaarten van de gemeente Amsterdam constateerde dat de zus van meneer Van O. al een hele poos niet meer leefde, net als twee van de broers. De op twee na jongste broer leefde nog wel.

Hij liet weten dat hij al ruim veertig jaar geen contact met zijn jongste broer had gehad. Onder geen beding wenste hij bij de uitvaart betrokken te zijn, het kon hem allemaal niet zoveel schelen.

De invalide broer in Engeland zou nog in leven zijn. Ondanks verwoede pogingen lukte het niet hem tijdig op te sporen, de administratieve systemen in het Verenigd Koninkrijk zijn bepaald niet optimaal.

Op donderdag 23 april wordt meneer Van O. op de Amsterdamse begraafplaats Sint Barbara begraven. Ik ben alleen met de dichter van dienst. Omdat zijn muzieksmaak onbekend is laat ik iets klassieks voor meneer Van O. spelen.

Joris van Casteren.

3 gedachten over “Eenzame uitvaart #310, verslag”

  1. Beste Joris en Twan,
    Weer een aandoenlijk en triest verhaal, en een prachtig passend gedicht!
    Jaren geleden was ik spreker bij uitvaarten, maar daar waren – bijna altijd – een heel stel nabestaanden bij het gesprek over de overledene aanwezig.

    Ik vind het heel mooi dat j(ulli)e dit in Amsterdam doet/n! Ieder mens doet ertoe!
    Zoiets zou overal moeten kunnen, ook in Leeuwarden…

    P.S. 1 In de laatste alinea staat 23 mei; die datum moet nog komen, maar 23 april klopt wel.
    P.S. 2 De website http://www.eenzameuitvaart.nl is niet beveiligd. Daar werd ik voor gewaarschuwd… Maar jullie hebben (helaas) altijd berichten die mij wel interesseren.

  2. Altijd ontroerd door de aandacht die jullie schenken aan soms Bijzondere Vogels op de Voederplank, ook wel Maatschappij geheten.
    Hulde.

Laat een antwoord achter aan Joris van Casteren Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *