Eenzame uitvaart #253, verslag

Eenzame uitvaart #253
donderdag 20 augustus 2020, 9.30 uur
begraafplaats St. Barbara, Amsterdam
Dichter van dienst: Rob Schouten
Auteur verslag: Joris van Casteren

Onwel op de Wallen

De telefoon gaat, Gerald Rosenberger van TRUP. Hij heeft twee eenzaam overledenen voor me, ze gaan, zegt hij, volgende week achter elkaar de grond in op begraafplaats Sint Barbara.
De heren W. (65) en H. (78) – naar alle waarschijnlijkheid geen bekenden van elkaar – kwamen beiden omstreeks dezelfde tijd in hetzelfde Amsterdamse hospitaal terecht, OLVG-Oost, waar ze respectievelijk op 4 en 5 augustus overleden.
Omdat zijn teraardebestelling als eerste staat ingepland begin ik met meneer H. Rosenberger heeft vernomen dat hij op de Wallen ineen is gezakt, niet in een peeskamer maar op de Majoor Bosshardtbrug.
Meneer H. huurt een goedkope woning in Arnhem, iemand van die gemeente heeft twee broers weten op te sporen: zij willen zich niet over hun overleden verwant ontfermen.
Omdat er ook geen testament is, en bovendien geen noemenswaardige inkomsten – de Arnhemse ambtenaar meldt aan inkomsten slechts een aow-uitkering – zal Amsterdam, de plaats van overlijden, de begrafenis op zich moeten nemen.
De politie maakt nog melding van een vreemd detail. In de portefeuille van meneer H. werd een briefje aangetroffen. Pas op, ik heb corona, stond er op. In het ziekenhuis, meneer H. zou niet meer bij kennis zijn geweest, werd hij direct geïsoleerd en tot tweemaal getest: negatief.

Misschien was meneer H. een practical joker, sommigen zullen menen dat het geen toeval is dat hij uitgerekend op de Wallen bezweek. Ik denk na over een dichter en besluit Rob Schouten te vragen: hij heeft oog voor het absurde, bovendien kan ik me levendig voorstellen dat hem iets soortgelijks zou kunnen overkomen; niet het sterven – Schouten lijkt me eeuwig jong – maar het terechtkomen in een situatie waarin je ten onrechte de schijn tegen hebt.
Schouten kan en doet het graag, meldt vervolgens hoe toevallig het is dat de man dezelfde achternaam heeft als zijn moeder, die trouwens ook uit Arnhem komt. Straks is het nog familie, zeg ik voor de grap.
Het blijkt geen grap maar werkelijk waar, Schouten heeft de stamboom nageplozen, meneer H. is een achterneef van hem. Er is dus toch familie op de uitvaart!

Een week later, donderdag 21 augustus, arriveer ik met Schouten om kwart over negen in de ochtend op Sint Barbara. Voor de kapel keuvelen we druk over het onwaarschijnlijke toeval, Schouten heeft zijn 95-jarige moeder gisteren nog even gesproken, die meende zich de achterneef van een bepaalde familiebijeenkomst te kunnen herinneren, al wist ze het niet helemaal zeker.
Daar komt de rouwauto al aan, na een sierlijk rondje over het voorplein tillen de dragers de kist op de rolbaar. Op de kist – ook dat heb ik niet eerder meegemaakt – ligt een rolkoffer, waar met een wasknijper een Amsterdams vlaggetje aan is bevestigd, er hangt ook een knuffelbeestje aan.
De uitvaartleider vertelt dat ze meneer H. met rolkoffer en al in het ziekenhuismortuarium hebben opgehaald. Omdat niemand wist wat ermee moest hebben ze het ding maar meegenomen.
Het treft dat Schouten familie is, hij kan de koffer als erfstuk accepteren. Gedurende de dienst, ik laat Debussy en tweemaal Bach voor hem spelen, Schouten leest prachtig en ook wel ontroerd zijn vers voor, staar ik nieuwsgierig naar de koffer, die bij de rolbaar is geplaatst.
Ook Schouten is nieuwsgierig, als de kist is gezakt slurpen we snel de koffie op. Bij zijn auto, we willen geen pottenkijkers, ritsen we de koffer open. Er vallen kledingstukken uit, waaronder bretels en een afwijkend paar sokken.
Voorts stuiten we op een blik leverworst, een flesje alcoholvrij bier, een gebruiksaanwijzing van een oud fototoestel, een broodtrommeltje en een aantal voorwerpen – kookwekker, liniaal – die volstrekt overbodig zijn voor een Arnhemmer die een dagje Amsterdam bezoekt.
Mijn oog valt op een map die op A4-formaat uitgeprinte foto’s blijkt te bevatten. We zien meneer H. op Bali, in gebatikt hemd, soms met bloemenkrans op het hoofd. Hij laat zich omringen door Indonesische schonen, beduidend jongere verschijningen die nogal contrasteren met zijn licht corpulente postuur, grijze ringbaard en ongekamde, zilverwitte haardos.
Ondanks zijn bescheiden inkomsten is meneer H. regelmatig op Bali geweest, meerdere jaren achtereen, zeker tot 2016 aan toe. Hij verbleef er in hetzelfde hotel, het Wirisana Inn in Denpasar, voor achttien euro per nacht huur je er een kamer.
Met een aantal van de meiden correspondeerde hij, hun onleesbare kattebelletjes treffen we in een ander mapje aan. Voorts stuiten we op foto’s die verraden dat meneer H. in de jaren negentig te Amsterdam zogenoemde blootcafé’s als Hooters en Teasers bezocht, ook daar, stellen we vast, namen vooral Aziatische dames plaats op zijn schoot.
Schouten is toch wel geschokt, stiekem hoop je toch op een intellectueel type, een boekenschrijver, net als jij. We ritsen de koffer vlug weer dicht, concluderend dat dit ook maar één aspect is van een leven.
We nemen ons voor naar Arnhem af te reizen, u hoort er nog van. Wie weet treffen we in Arnhem alsnog iets diepzinnigs aan, Schouten zal alvast contact zoeken met andere verwanten, die allicht nog iets weten.

Joris van Casteren.

(Verslagen van eenzame uitvaarten worden in opdracht van Stichting De Eenzame Uitvaart geschreven en vallen buiten de verantwoordelijk- en aansprakelijkheid van de gemeente)