Eenzame uitvaart #3

EENZAME UITVAART NUMMER 3

IM de heer C.L. S., 29 januari 1941, Amsterdam – 30 november 2002, Kempering, Amsterdam

Begraafplaats Vredenhof, 9 december 2002

Dichter van dienst: Rogi Wieg

Rogi Wieg verzorgde zowel gedicht, hij schreef er twee, als het verslag. Dit is wat hij mij na afloop stuurde:

Het was een zeer aangrijpende ochtend. Het is onvoorstelbaar treurig dat mensen worden gevonden en dat niemand iets van hen weet. Meneer S. werd op zijn balkon in Amsterdam Zuidoost gevonden, daar lag hij anderhalf jaar.

We zijn ook in de kinderhoek gaan kijken. Daar lagen twee begraven babietjes, de ene was gevonden in een boodschappentas, van de ander weet ik niets. De babies hebben geen namen.

Er lagen ook oudere kinderen. Ik kan niet begrijpen dat ouders de dood van hun kind kunnen overleven. Ik moest mijn tranen inhouden, maar de depressie sloeg niet toe. Dit was te treurig om depressief van te worden.

Op zo’n moment cijfer je jezelf helemaal weg en kijk je vol verbijstering naar de gruwel van de schepping. Pijn, pijn, pijn.

1.

Meneer S., dacht ik. 29 januari 1941,

een jaargang jammer van de botten, slecht voor het gebit.

Meneer S., gevonden, december 2002.

Ruim zestig jaren, niets van over: helemaal wit.

 

Niemand, niets. De een gaat langer mee

dan de ander voorbij.  Bent u rustig weggegleden,

weggezakt voor de teevee, dan zie ik de van lijkvocht

doortrokken bekleding van de bank.

 

Wanneer u viel, uitgleed over het vloerkleed,

‘s nachts, op zoek naar een oorzaak of een gids

voor uw slapeloosheid, ongekleed: ruik ik de stank.

 

Ik zie u liggen in uw goedkope kist, u stinkt nog wat

in mijn gedachten na op maandagmorgen 9 december 2002.

in de koude aula van Vredenhof, uitgewist. Kwijt.

 

Maar ik was erbij. Ik ging met u mee.

2.

Na afloop

Het gedicht voor u was klaar.

Uw vadertje haat, uw zuster angst.

Dacht ik bijvoorbeeld aan uw broer,

die schuwer was, uw moeder schuwst?

 

Bang voor de wereld, weg van de mensen,

hun doffe ogen die toch niets meer zagen.

Ik zou mijn leven wagen voor een mens als u,

die uiteindelijk alleen zichzelf verliest.

 

Vanochtend vertelden ze dat u niet in de kamer lag

maar werd gevonden op uw eigen balkon.

Onder de voortjagende wolken, hemelgewelf.

 

Maandenlang dus in de zon op uw balkon gezeten.

Keek de overbuurvrouw uit het raam en verbaasde zich niet?

Of dacht ze, dat u sliep? Kwam er een duif zitten op uw blauwe hoed?

 

Rogi Wieg.