Eenzame uitvaart #31

EENZAME UITVAART NUMMER 31

IM de heer H. G., geboren 14 april 1924, Anlo, overleden 17 september 2004, verpleeghuis De Poort, Amsterdam

Begraafplaats Vredenhof, dinsdag 21 september 2004, 13 uur: dichter van dienst: Tsead Bruinja.

De heer G. trouwde vijfmaal, alle vijf huwelijken eindigden in een scheiding. In totaal acht kinderen. De kinderen hadden geen contact meer met vader, en ook onderling niet of nauwelijks. In 1995 kwam de heer G. met de Dienst in contact, nadat hij eenzaam en verwaarloosd in zijn woning werd aangetroffen. Sinds die tijd beheert de Sociale Dienst zijn financiën en verbleef hij in verpleeghuis de Poort.

Bij de uitvaarten zal aanwezig zijn documentairemaakster Coco Schrijber. Ze komt 1 keer in de filmfestival catalogi van de afgelopen 6 jaar voor met een documentaire over oorlog en de moordenaar in iedereen: First Kill. kreeg kalf. Ze was vroeger regie-assistente van Theo van Gogh.

Ze kreeg mijn toestemming om geluidsopnamen van één uitvaart te maken. Het filmen van de uitvaart zelf wordt niet toegestaan. Ik heb haar uitgelegd dat de dichter alleen voor de overledene staat, die zelf niks meer zeggen kan over wat er tijdens zijn uitvaart gebeurt. Op het moment dat je draaiende camera’s in die intieme gebeurtenis toelaat, spreek je over het hoofd van het lijk een fictief publiek toe. Dat begreep ze, helemaal. Zei ze. Aan de telefoon.

Een heldere septembermiddag: weer van alle mensen, zou Reve zeggen. Terwijl ik mijn fiets het terrein opdraai, zie ik een complete cameraploeg het terrein van Vredenhof oplopen. Geluidsman, cameraman en de documentairemaakster zelf. ”Wat hebben we afgesproken?” verontwaardig ik mezelf, ”jullie mochten geluid opnemen. Geen beeld.”

De filmmaakster meent dat wij ons eerst netjes moeten voorstellen. Dat doen we. Ze verzekert dat er geen opnamen zullen worden gemaakt. Maar wat doet die camera hier dan? Oh, die is voor een paar sfeerbeelden, van de begraafplaats en zo.

Buiten tref ik Tsead, binnen vinden we Fritz in gesprek met zeven familieleden: twee, drie  dochters met hun aanhang. Fritz legt de aanwezigheid van de dichter uit. Men gaat akkoord, want heeft niets voorbereid, en dat het wel zo hoort, dat er iets gezegd wordt, daarover is men het eens. De zorgzame samenleving staat paraat voor ons.

Tsead Bruinja schrijft even later: “Toen de lijkwagen het pad opkwam, gevolgd door vier auto’s, vermoedde ik al, dat dit geen erg eenzame uitvaart zou worden. De kinderen uit de verschillende huwelijken van de heer G. hadden blijkbaar besloten om toch afscheid te nemen van hun vader. Na overleg bleek dat ze toch graag wilden dat ik het gedicht voor zou lezen. Er werd een klassiek deuntje afgespeeld, ik las en vervolgens werd er nog een klassiek deuntje gedraaid, dat overigens op een rare manier werd weggedraaid. (Maar dat kwam vast omdat het maar niet ophield. Zoiets als het duet uit de Parelvissers, maar dan in een versie die naadloos doorliep in de volgende akte. Na een minuut of tien hield de muziekman het voor gezien. De laatste minuten had hij al staan dralen, van kan die herrie ophouden, maar dan begonnen ze weer. Uiteindelijk besloot hij om de muziek subtiel steeds zachter te zetten, en op een gegeven moment, het geluid was al bijna weg, drukte hij toch nog te vroeg op stop. Stop. F. S.) Sinatra zong ‘I did it my way’ en wij liepen met de kist mee naar het graf. Vader wilde geen contact met de kinderen, maar de kinderen die er waren wilden na het gooien van een schepje zand, gelukkig wel contact met elkaar. Ik vroeg aan de koffiejuffrouw om een tweede kop. Dat was niet gebruikelijk, zei ze, maar omdat ik de dichter was, mocht het.”

 

een benauwde dag

 

de grond wordt op de aarde

gedrukt als een boodschap

op het hart

 

de lucht achter de bomen

loopt vast

 

wij schatten de afstand

en beginnen met rennen

 

wij schatten de afstand

en vangen aan te omhelzen

 

wij schatten de afstand

en blijven van elkaar af

 

de hand door het warme haar

van een man

van een kind

 

herfstzon door de takken

 

de wind

 

het mechaniek knarst

 

de lucht achter de bomen

loopt vast

 

Tsead Bruinja

Aldus Bruinja. Tegen tweeën moet de familie eruit: de volgende komt eraan, de heer O. Ik zie de familie buiten door de ramen van de aula in een kring staan praten. Zij ontmoeten elkaar. Pas als de auto met meneer O. komt voorrijden, vertrekken ze langzaam. En ik weet wat ze zeggen: we houden contact. Er is vandaag alvast een goede daad gedaan.