Eenzame uitvaart #309, verslag

Vrijdag 10 april 2026, 10:00 uur
begraafplaats St. Barbara, Amsterdam
Dichter van dienst: Dorien Dijkhuis
Auteur verslag: Joris van Casteren

Excellentie

Amsterdam zit met een dode Russische mevrouw opgescheept. Geruime tijd lag ze onopgemerkt in haar woning aan de Potgieterstraat in stadsdeel West. Buren sloegen alarm toen de stank begon te spreken.

Ze ging nog wel eens naar de tandarts, dus kon aan de hand van gebitsgegevens worden vastgesteld dat het om de 69-jarige mevrouw K. ging. Geboren op 31 mei 1956 in Reutov, een voorstad van Moskou.

Na inspectie in het gerechtelijk laboratorium kwam vast te staan dat van een misdrijf geen sprake was. Het ging hier om een natuurlijk overlijden, stelde de schouwarts vast.

Naar de doodsoorzaak werd geen onderzoek gedaan, nabestaanden moeten daar opdracht toe geven, het kost een lieve duit. Nabestaanden leken er niet te zijn, in ieder geval kon de politie hen niet vinden.

De officier van justitie sloot het dossier en gaf het lichaam vrij. Voorlopig bleef het in de koeling liggen want niemand wilde het hebben. De gemeente moet het dan begraven.

Mevrouw K. had geen uitvaartpolis, noch enig vermogen. Steeds vaker komt dit voor, het kost de gemeente geld. Nabestaanden worden opgespoord zodat zij afscheid kunnen nemen van hun dierbare. Maar ook in de hoop dat ze de rekening willen betalen: zo’n vierduizend euro in het goedkoopste tarief, plus nog wat bijkomende kosten.

*

In geval van een buitenlandse dode schrijft Team Uitvaarten de ambassadeur van het betreffende land aan. We hebben een overleden onderdaan gevonden, Excellentie. Kunt u nagaan of er bij u thuis familie is te vinden?

Doorgaans reageert Excellentie hoffelijk. Een fatsoenlijke staat is er immers voor z’n onderdanen en niet andersom. Een fatsoenlijke staat doet z’n best om familieleden op te sporen.

De Russische vertegenwoordiging werkt anders. ‘Deze kwesties liggen buiten de bevoegdheid van consulaire instellingen van de Russische Federatie,’ liet de ambassade aan Team Uitvaarten weten.

Dode onderdanen zijn ‘kwesties’ voor de Russen. Kwesties waarvoor helaas geen bevoegdheden bestaan. Terwijl deze kwesties bij uitstek kwesties voor consulaire instellingen zouden moeten zijn.

Onder het dictatoriale juk van eeuwige bruut P. gebruiken de Russen hun ambassades liever als uitvalsbasis voor treiterige inlichtingendiensten. Het zijn broeinesten van spionage, manipulatie en intimidatie.

De intriganten die er te werk zijn gesteld bekommeren zich niet om een dood mevrouwtje, onderdaan of niet. Ze zijn te druk met het stelen van gegevens of het beramen van gifmoorden.

*

De woning van mevrouw K. aan de Potgieterstraat werd door Team Uitvaarten doorzocht. Het was er geen rommeltje maar ook niet heel schoon. De stank viel op zich nog wel mee.

Het leek alsof mevrouw K. best netjes was geweest en op een dag besloot dat opruimen geen zin meer had. Het clusteren van volstrekt afwijkende voorwerpen begint dan vanzelf.

Zo kwam een verrijdbaar tafeltje vol te liggen met kerstversiering, een vettig onderdeel van een friteuse, een oude printer en een setje fonkelnieuwe tennisballen.

De keuken was niet per se smerig. Wel werden de boodschappen om een of andere reden niet langer in bij voorbeeld de koelkast opgeborgen maar lukraak op de grond uitgestald.

Het bed in de slaapkamer oogde schoon en comfortabel, maar overal slingerden dekens, dekbedden, lakens en kussenslopen in het rond. Alsof mevrouw K. had willen verdwijnen in al dat textiel.

Een kledingkast, gevuld met elegante jurken. Een deel keurig aan de met fluweel beklede hangertjes. De rest in een grillig spoor van kleurige hoopjes richting de spiegel, die haar nooit meer dupliceert.

In de donkere woonkamer (gesloten schuifgordijnen) hingen reproducties van kunstwerken aan de muur. Onder meer iets van Kazimir Malevich. Waterpas en keurig ingelijst.

Op het zachte tapijt, voor een driezitsbank met hocker, stond dan weer heel onbegrijpelijk een aftands lampje te branden, naast een oude, lege schoenendoos. Alsof hier een of ander ritueel werd voorbereid.

De boekenkasten hadden hun oorspronkelijke functie behouden, in die zin dat er nog boeken in stonden. Maar die waren ver naar achteren gedrongen, zodat op de planken ruimte voor allerhande prullaria was ontstaan.

*

Uit haar administratie bleek dat mevrouw K. in 1994 naar Nederland was gekomen. In Moskou had ze aan het prestigieuze Maksim Gorky Instituut voor Literatuur gestudeerd.

Ze specialiseerde zich in de poëzie van de avantgardisten, zoals Vladimir Majakovski, Sergej Jesenin en Marina Tsvetajeva, die hardhandig met de Sovjet-autoriteiten in botsing waren gekomen.

Op het Maksim Gorky Instituut kwam je niet zomaar terecht. Haar ouders waren van goede komaf. De vader maakte deel uit van de nomenklatoera, de hoge ambtenarij, die profiteerde van repressie.

In haar studietijd was Michael Gorbatsjov aan de macht. Dankzij zijn hervormingspolitiek (glasnost, perestrojka) was er plotseling veel meer mogelijk. Mevrouw K., die zelf ook poëzie schreef, organiseerde bijeenkomsten waar jonge dichters rebelse verzen declameerden.

*

In de portefeuille van mevrouw K. vond Team Uitvaarten een verfrommeld papiertje met een adres in Volendam. Andere aanknopingspunten leken er niet te zijn.

Mevrouw K. was altijd Russische gebleven, om de zoveel tijd vroeg ze bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een nieuw verblijfsdocument aan, dat probleemloos werd verstrekt.

Ze was niet getrouwd en had geen kinderen gekregen, in ieder geval niet langs officiële weg in Nederland. Om een eenzame uitvaart te voorkomen werd het adres in Volendam aangeschreven.

Een oudere man reageerde. In Moskou, dat hij kort na de val van het IJzeren Gordijn bezocht, was hij mevrouw K. tegengekomen. Ze dronken wat en hij zei dat ze maar een keer naar Nederland moest komen.

Op een dag stond ze bij hem op de stoep, volstrekt onverwacht. Ze ging er vanuit dat hij wel met haar wilde trouwen. Dat was hij niet van plan, mevrouw K. droop beledigd af.

Het was een erg dwingende dame, liet de man nog weten. Ze zou beroemd worden met haar poëzie, hij zou nog van haar horen. Dat gebeurde niet, hij had geen idee dat ze nog in Nederland verbleef.

*

Zo kwam mevrouw K. bij mij terecht. Ik ontdek dat ze eind jaren negentig ‘Nederlands-Russische poëziesalons’ organiseerde in De Waag, de voormalige stadspoort op de Amsterdamse Nieuwmarkt.

Een van de dichters die er voorlas herinnert zich mevrouw K. als een ‘aantrekkelijke, wat struise dame’ die zeer dominant aanwezig was. Achteraf was er gedoe, het toegezegde honorarium werd niet of half betaald.

Terwijl voor deze salons best wat geld beschikbaar was. In het kader van het driehonderdjarig bestaan van culturele banden tussen Nederland en Rusland waren allerlei subsidies aan de organisatie beschikbaar gesteld.

Enkele door mevrouw K. geselecteerde dichters uit Rusland werden ingevlogen. Het waren de voormalige rebellen die ook hadden voorgelezen op de bijeenkomsten die ze in Moskou belegde.

Na de manifestatie vond er een drankgelag plaats waarbij mevrouw K. bijkans slaags raakte met de Russische delegatie. Ze vonden het maar decadent dat zij naar Nederland was uitgeweken, typisch iets voor de bevoorrechte dochter van een nomenklatoersjtsjiki.

*

In 2012 liet mevrouw K. bij uitgeverij Pegasus een dichtbundel verschijnen. De uitgeverij ging tot publicatie over nadat een hoogleraar Slavische letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam hiervoor uit eigen zak betaalde.

De hoogleraar had de gedichten zelf ook vertaald. Want mevrouw K. beheerste het Nederlands gebrekkig. Aan het bundeltje besteedde de pers geen aandacht.

De gedichten van mevrouw K. zijn intrigerend maar nogal experimenteel, met veel typografische tierelantijnen en wilde metaforiek. ‘Het Tranendal is aan het draaien gebracht / tot de snelheid van de draaias’, lees ik onder meer.

Ik bel met de hoogleraar, hij doet afstandelijk, wat met zijn hoge leeftijd te maken kan hebben. Mevrouw K. zou niet meer dan ‘een kennis’ zijn geweest. Volgens een oud-docent, die ik daarna spreek, ligt het toch een beetje anders.

De hoogleraar betaalde niet alleen voor de bundel, hij liet mevrouw K. ook gastcolleges geven, zodat ze kon aantonen dat ze een economische binding met Amsterdam had en een verblijfsvergunning kreeg.

Mevrouw K. eiste dat er nog een bundel kwam, de hoogleraar hield de boot af, hij wilde niet nogmaals vertalen en betalen. Zodoende zou er een breuk zijn ontstaan.

*

Bij Pegasus hadden ze heel wat te stellen met mevrouw K. Ze gedroeg zich als een auteur met wereldfaam, nam voortdurend boeken mee en voerde tijdens presentaties het hoogste woord.

Via Pegasus kom ik in contact met een slaviste. Zij leerde mevrouw K. in 2007 kennen, tijdens een cultureel festival. Mevrouw K. las daar enkele gedichten voor.

Er leek een soort vriendschap te ontstaan, al was mevrouw K. er absoluut niet van gediend dat de slaviste – met goede bedoelingen, want mevrouw K. zag er zo stralend uit – informeerde naar haar leeftijd. ‘Je snapt niets van de Russische ziel, zoiets vraag je niet aan een dame,’ brieste ze.

De slaviste organiseerde soirées aan huis. Mevrouw K. mocht daar gedichten in het Russisch komen voorlezen. Ze verscheen anderhalf uur te laat, in een theatrale outfit en zwaar opgemaakt. Ze was ontzet dat haar voordracht intussen was geannuleerd.

Een vertaalclubje waar mevrouw K. en de slaviste deel van uitmaakten ging aan oneingheid ten onder. Mevrouw K. eiste dat alleen levende Russische dichters aan bod zouden komen, de grote Poesjkin was taboe voor haar. ‘We zijn toch geen necrofielen?’ riep ze uit.

Toen daarop een nog levende dichter werd voorgesteld mocht dat ook weer niet. Want dat was een van de rebellen met wie ze het in de Waag aan de stok had gekregen.

Met haar gedrag stootte ze degenen die haar juist van dienst wilden zijn tegen het hoofd. Langzaam verdween ze uit zicht, verbitterd over gebrek aan waardering. Nog een poosje zou ze aan particulieren Russische les hebben gegeven.

Kennelijk  wilde ze in Rusland de indruk blijven wekken het gemaakt te hebben in Nederland. Haar Cyrillische Wikipedia-pagina vermeldde dat de bundel een groot verkoopsucces was en dat ze onder meer had opgetreden bij ‘een beroemde Amsterdamse societyfiguur’, waarmee de slaviste werd bedoeld.

*

Volgens buren aan de Potgieterstraat zonderde ze zich steeds meer af. De onderbuurvrouw zette met kerst 2019 een fles rode wijn met een vriendelijk kaartje voor haar deur. De fles werd teruggebracht, knorrig merkte mevrouw K. op dat ze geen alcohol dronk.

Vreemde incidenten vonden plaats. Met natte kranten boende mevrouw K. het stenen trapportaal. Vervolgens gooide ze de doorweekte proppen tegen geparkeerde auto’s aan.

Bij haar in huis ontstond een lekkage, de onderbuurvrouw zag een gele kring in haar plafond. Toen mevrouw K. na zeer lang kloppen opendeed ontkende ze dat het bij haar vandaan kwam.

De onderbuurvrouw liet haar de plek op het plafond zien. ‘Dat komt omdat jij met champagne hebt gespoten,’ zei mevrouw K. in alle ernst. Pas na lang aandringen mocht de onderbuurvrouw bij haar binnenkomen.

Haar oude wasmachine bleek de boosdoener. ‘Die heb jij met de champagnekurk kapot geschoten,’ zei mevrouw K. Na lang soebatten gaf ze toe, een reparateur verhielp het euvel.

Op een keer braken onverlaten bij haar in. Mevrouw K. was thuis. Ze begon hard te gillen, de inbrekers sloegen op de vlucht. Ze liet extra sloten op haar deur monteren, vanaf dat moment vertrouwde ze niemand meer.

*

Begraafplaats Sint Barbara, vrijdag 10 april. De onderbuurvrouw is gekomen, met nog twee bewoners van het pand. De slaviste en een mevrouw van uitgeverij Pegasus zijn ook van de partij.

We draaien Bach en Saint-Saënts. Als Dorien Dijkhuis heeft voorgelezen brengt de slaviste een van de gedichten van mevrouw K. in het Russisch ten gehore.

Ze houdt ook een toespraakje. ‘Je maakte het je omgeving niet makkelijk en deed vaak een beroep op het geduld en begrip en het incasseringsvermogen van anderen,’ zegt ze onder meer.

In Rusland heeft mevrouw K. waarschijnlijk nog een broer. De slaviste herinnert zich dat mevrouw K. over hem vertelde, zoiets staat de mevrouw van Pegasus ook bij. En het blijkt uit foto’s die in de woning zijn gevonden.

De broer en eventuele andere familieleden zijn niet getraceerd, er is niet eens naar hen gezocht. Dat komt er van als kwesties buiten de bevoegdheid blijven liggen.

Joris van Casteren.

6 gedachten over “Eenzame uitvaart #309, verslag”

  1. Weer een geweldige beschrijving van een geleefd leven. En van een gevoelloze overheid daar (voorlopig beter maar even niet die kant op gaan).

  2. De vrouw om wie het gaat wordt zeer beeldend beschreven, zag haar door de beschrijving voor mijn oog verschijnen. Moest ook wel grinniken om haar zijn, hoe triest ook haar einde is geweest.

Laat een antwoord achter aan Fokkina McDonnell Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *