EENZAME UITVAART NUMMER 25
IM: de heer J.M.F. G., 29-5- 1968 Venezuela, op 3 april 2004 aangetroffen op zijn hotelkamer aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam.
begraafplaats St Barbara, dinsdag 20 april, 9:00 uur.
dichter van dienst Rogi Wieg.
Een gulle lentezon straalt over St Barbara, alwaar zwaar bloesemende bomen en struiken de dodenakker haast frivool verluchten. Wieg, dichter van dienst, gehuld in een trainingspak alsof hij de gehele weg is komen hollen, met een wollen muts op want de ochtend is nog winters fris, de heer Fritz, met zijn winterjas nog aan, de heer Verbeek als altijd casual, de heer Starik in zijn aubergine begrafeniskostuum, de dragers donkergrijs met witte shawl, de heer Degenkamp, de uitvaartleider, we zijn kompleet. Fritz maakt zijn vaste grapje over de oppersmurf, de geitenbreier, van de fillum van ome Willem, die kent u toch wel, meneer Starik? Lust je ook een broodje poep, riposteert Starik dan. Juist ja. Dat bedoel ik.
Ik geef meneer Klaver, zoals vorige keer geleerd de baas der dragers, een hand, maar meneer Klaver is meneer Klaver niet, dat is die kale daar, wijst hij. En inderdaad, ook die is kaal. Wieg beschikt slechts over één kopie van zijn gedicht. Zal ik hem aan jou geven? Ik neem zijn gedicht in ontvangst. En lever het gedicht weer in als blijkt, dat hij nu zelf zijn gedicht niet meer bezit. De auto komt voorgereden. De dragers nemen achterin de aula plaats. Wij van de dienst bezetten de voorste rij. Het past maar net, vier mannen in het bankje.
Na het Air van Bach treedt Wieg naar voren. Hij heeft zijn muts op de leuning van de bank gelegd. Hij spreekt een kort woord waarin hij uiteenzet dat dit zijn laatste gedicht van dienst zal zijn. Hij bedankt de Dienst, spreekt van een waardevol initiatief en uit de wens, dat zijn gedicht aan de overledene zal worden meegegeven. Waarbij hij niet nalaat op het nijpende gebrek aan een kopie te wijzen. Het komt allemaal in orde, meent de uitvaartleider.
Dan wendt Wieg zich tot de kist en spreek zijn gedicht:
SPEEL!
Ergens in een vreemd hotel, de dood vinden
als een gevonden voorwerp, nergens, zo vond
men jou. Och, het bestaan is krom als de rug
van een stokoude Vrouwe Justitia – of zeg maar ‘Schepper’-,
die ooit met een kromme rug geboren werd.
Een U-turn misschien zelfs, zo gebogen,
al kom je nooit meer uit waar je begon als kindje.
Je kwam uit bij 2004, zacht april. Begonnen in 1968
in de schoot van mamma Maria, Mamma Theresa,
mamma, in elk geval. En nu? Weet je nu dat er geen
recht is dat langdurig stand kan houden?
Je ademt, boekt een kamer gaat te jong dood.
Was dan liever uit een hotelraam gevallen als
een wat oudere, beroemde jazz-muzikant.
Dus moge J.M.F. G.
nog lang op zijn denkbeeldige trompet spelen
in het denkbeeldige hiernamaals van Vrouwe Justitia,
– of zeg maar ‘Schepper’-. Speel!
Dan klinkt Enya, en knettert Vivaldi door de aula, de dragers treden naar voren, Wieg zet zijn muts weer op, we staan recht en achter de kist aan stappen we naar buiten, het zonlicht in. De klok luidt. De kist zakt één steek diep de aarde in, we scheppen ons schepje zand. Zwijgend staan we om de kist geschaard. Dan bukt Fritz zich en knijpt een bloem van het dienstboeketje af, en werpt die op de kist. Een nieuw, klein extra gebaar. Lief. We slenteren terug naar de aula. Degenkamp neemt het gedicht van Wieg mee naar zijn kopieerapparaat, terwijl mevrouw Degenkamp de koffie schenkt. Verbeek meent dat hij heeft opgevangen dat meneer G. aan een maagbloeding overleed. Op zijn kamer werd, naast zijn paspoort, slechts een biljet van duizend ‘bolivaren’ aangetroffen, wat voor muntsoort dat ook moge wezen, vertegenwoordigend een waarde van drie en een halve euro, dat hebben ze opgezocht. Niet genoeg om de kamer van te betalen, nee. We komen te spreken van de beroemde jazz-muzikant, Chet Baker, die uit het raam van zijn hotel sprong of viel. Het kan heel goed dat hij dacht dat het raam een deur was, meent Fritz, wiens familie het hotel beheert waar Chet Baker zijn laatste dagen sleet. Als de kopieën zijn gearriveerd, nemen we langzaam afscheid. Starik krijgt de uitvaartpen cadeau. Het is zijn derde. Drie uitvaartpennen bezit hij nu. Uitvaart Zorgcentra Nederland, staat erop. En een gratis telefoonnummer. Kun je altijd bellen. Ook hij, die slechts duizend ‘bolivaren’ bezit.