EENZAME UITVAART NUMMER 24
IM: de heer E. M., geboren 2 mei 1946 te Rotterdam, door de politie in zijn woning in de 2e Jan Steenstraat te Amsterdam gevonden op 23 maart 2004.
vrijdag 2 april 2004, 15 uur, begraafplaats Buitenveldert, Fred Roeskestraat, Amsterdam
dichter van dienst: F. Starik.
De heer M. heeft twee broers, waarvan er één naar de Filippijnen is geëmigreerd en de ander geen belangstelling lijkt te tonen. De melding komt dinsdagochtend binnen. Omdat Fritz buitendienst heeft, moet het mapje met gegevens rechts op zijn bureau door een andere medewerker worden gevonden en veel gegevens vindt hij niet.
Wieg is verhinderd. Ruim op tijd fietst Starik op Buitenveldert aan. Hij treft een ijsberende man aan, naast de uitvaartleider, de heer Veldhoen. We schudden handen. ‘Komt u ook voor de uitvaart van de heer M.?’ informeert Starik voorzichtig. ‘Misschien’, antwoordt de man, ‘maar zeker niet als belangstellende.’ Dan beent hij woest weg, om even later op zijn schreden terug te keren. Hij gaat het uitvaartcentrum binnen. Starik blijft nog even buiten staan, het loopt al tegen drieën, hij wacht op de dienstauto met meneer Verbeek, misschien meneer Fritz erin. Niemand.
Dan wenkt de heer Veldhoen dat het tijd geworden is. De woedende man is helemaal verdwenen. De dragers hebben alle vier op de achterste rij plaatsgenomen. De heer Veldhoen neemt terzijde van het podium plaats. Het Ave Maria weerklinkt. Op een knikje van de uitvaartleider neemt Starik plaats achter het marmeren doopvont met het microfoontje dat voor spreekgestoelte door moet gaan en spreekt ten overstaan van zes kaarsen, het bloemstuk op de kist, het grote houten kruis achter hem, de vier dragers op de achterste rij, meneer Veldhoen, de medewerker in het zijkamertje dat de muziek bedient en de kist zelf:
NIHIL MEMORIAM
Je werd gevonden in je woning,
daags nadat de koningin ons allemaal ontviel.
Elf dagen lang verplichte rouw: zij was
maar een gewone vrouw, maar jij,
gewone man, wie huilt er nu om jou?
Je had twee broers: de een is in een buitenland,
de ander is je grotendeels vergeten.
Wie zal dan jouw naam nog weten?
Dinsdag 30 maart was dan de laatste dag
van alle poppenkast. Zij werd voorafgegaan
door tachtig paarden en soldaten, hobbelde
kilometers in een koets, van Den Haag naar Delft,
en ik dacht in de voorjaarszon alleen aan
jou, wie zal tranen
om jou laten. Niet dat huilen helpt tegen de dood,
gezien vanaf de maan is ieder even groot.
Een auto rijdt je aan, van mortuarium
tot Buitenveldert. Vandaag is vrijdag twee april.
Er is een bloemstuk van de dienst, er zijn vier
dragers en de uitvaartleider
Er is een dichter die dit zeggen wil
en daarmee niets van jouw bestaan verheldert.
Als de dichter is uitgesproken, weerklinkt een tweede aria, en bij de derde is de tijd gekomen op te staan. De dragers komen naar voren. Scharen zich achter de uitvaartleider en de man met de stok, die juist nog de muziek bediende, en die straks met de stok op de knop gaat drukken waarna de kist het graf in daalt, dan de vier dragers langs de baar waarop de kist staat.
Voor het eerst loopt de dichter helemaal alleen achter de kist aan.
Bij de laatste rustplaats aangekomen houdt de kleine stoet stil. Doorgaans worden de toebereidselen in afwezigheid van de nabestaanden volbracht; wenkt de uitvaartleider even stil te blijven staan, buiten zicht van de werkzaamheden rond het graf. Vandaag laten we deze formaliteit achterwege, er is niemand om zoiets te vragen. De man met de stok en de dichter slaan gezamenlijk de werkzaamheden gade. Dan is de kist geplaatst, verdwijnt de stok in het gaatje, de halve slag, en dalen maar. Daar staan we, hoed in de hand.
De dragers verdwijnen linksom, met de lege baar, de man met de stok erachteraan. Veldhoen en Starik nemen nog een kopje koffie in de aula. ‘Fijn, dat de dragers erbij zaten’, merkt Starik op. ‘Dat doen we vaker hoor, als er verder niemand is,’weet Veldhoen. ‘Zeer elegant’, besluit Starik: zeer elegant.
Dan fietst hij langzaam terug in de richting van de stad. Een half uur later staat hij in zijn begrafenispak in de Arti-sociëteit gebogen over lange snoeren en maakt hij zich alweer zorgen over de kwaliteit van de geluidsinstallatie.
F. Starik
© F. Starik, maandag 5 april 2004