Donderdag 12 maart 2026, 10:00 uur
begraafplaats St. Barbara, Amsterdam
Dichter van dienst: Rob Schouten
Auteur verslag: Joris van Casteren
Patatje stoof
In augustus werd meneer K. (66) onwel op straat. Met zijn rollator was hij onderweg van zijn woning aan de Johan Kernstraat in Amsterdam Nieuw-West naar een supermarkt aan het Sierplein.
Hij wilde daar goedkope wijn inslaan want hij hield wel van een slok. Ter hoogte van de Johan Huizingalaan zeeg hij ineen. Voorbijgangers bogen zich over de graatmagere gestalte met het vettige, sluike haar en de kromgegroeide zwarte nagels.
In het ziekenhuis lapten ze hem op. Er leek iets met z’n prostaat aan de hand, en vermoedelijk ook met de lever. Nader onderzoek moest worden verricht maar meneer K. had daar helemaal geen zin in.
Achter de rollator sjokte hij het ziekenhuis uit. Tegen de verplegers zei hij dat hij buiten een shaggie ging roken. Toen hij niet terugkeerde nam het ziekenhuis contact op met z’n huisarts.
De huisarts liet weten dat meneer K. ‘een vervelende man’ was, die zich niet liet helpen en nooit op afspraken verscheen. Om die reden had het volgens de huisarts geen zin om nadere actie ondernemen.
Daarop besloot het ziekenhuis Hygiënisch Woningtoezicht van GGD Amsterdam te informeren. Misschien konden zij een kijkje gaan nemen bij het huis aan de Kernstraat.
*
De ervaren beambte van Hygiënische Woningtoezicht moest erg z’n best doen, verschillende keren klopte hij aan. In september deed meneer K. zowaar de voordeur op een kiertje.
Na een kort overleg mocht de beambte binnen komen. Meneer K. was z’n portefeuille kwijt. Hij hoopte dat de beambte wilde helpen met zoeken in de meurende rotzooi.
De vervuiling was zo extreem dat de beambte een speciaal team van zorginstelling Cordaan opriep. Meneer K. vond het goed dat ze kwamen, als die portefeuille met z’n pinpas maar tevoorschijn kwam.
Het vierkoppige team ging aan de slag, ze droegen beschermende kleding. De hele dag waren ze bezig met ruimen. Het toilet van meneer K. was al twee jaar verstopt, hij deed z’n behoefte in vuilniszakken die hij zelf nooit naar de vuilcontainer had gebracht.
*
Bevend zat meneer K. op de besmeurde huiskamerbank, terwijl om hem heen het oorspronkelijke interieur langzaam tevoorschijn kwam. De trap naar boven werd opnieuw toegankelijk gemaakt, zodat hij de slaapkamer op de eerste verdieping weer zou kunnen bereiken.
Toen de portefeuille dan eindelijk tevoorschijn kwam schoot meneer K. overeind. Hij pakte de rollator en trok de voordeur achter zich dicht. Een half uur later keerde hij terug, met z’n flessen.
Op de bank schroefde hij de dop los en nam gulzig in. Het team werkte door, alles werd gereinigd, het toilet werkte weer, het bed op de slaapkamer werd voorzien van schone lakens.
*
Meneer K. voelde zich stukken beter, met een volgende fles in de hand vertelde hij Cordaan-medewerker René over zijn leven. Hij had in de jaren tachtig psychologie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam, verder dan de propedeuse was hij niet gekomen.
Vervolgens kwam hij in de informatica terecht, als systeemontwikkelaar. Een poosje was hij mede-eigenaar van een ICT-bedrijfje, dat helaas over de kop sloeg.
Tot 2011 had hij als programmeur gewerkt bij Centric Logistic Solutions, gevestigd in Almere. Hij was het computergedoe al heel lang zat, nam ontslag en besloot kok te worden. In Leiden volgde hij de cursus ‘vakbekwaamheid van het restaurantbedrijf’.
De passie voor koken zat er bij hem altijd al in. Hij was goed in simpele, oerdegelijke gerechten en besloot als traiteur te beginnen. Zijn zaak heette De Smulderie maar kwam niet echt van de grond.
Vanaf 2013 werkte hij in diverse snackbars en bedrijfskantines. Hij dronk toen naar eigen zeggen al behoorlijk, in 2015 werd hij wegens liederlijkheid op het werk de laan uit gestuurd.
Het deerde hem niet, al heel lang was hij van plan een kookboek voor de gewone man te gaan schrijven. Met recepten voor simpele gerechten, zoals patatje stoof of bal gehakt met jus. Het zou, dacht hij, een bestseller kunnen worden.
Hij had een nieuwe keuken laten installeren, om naar hartenlust te kunnen experimenteren. Als culinaire eenmansonderneming registreerde hij zich bij de Kamer van Koophandel. ‘Initiatiefrijke teamspeler, kritisch doch praktisch, realistische doorzetter,’ schreef hij over zichzelf in een profiel.
Ten slotte had hij het manuscript bij een in kookboeken gespecialiseerde uitgeverij aangeboden, maar die hadden er geen heil in gezien omdat de gewone man dergelijke gerechten zelf al wist te koken.
*
Ooit had hij een vriendin gehad, ontmoet in het cafetaria waar hij kortstondig werkte. Het was niets geworden omdat ze volgens hem leugenachtig zou zijn geweest. Broers of zussen had hij niet, zijn ouders waren overleden.
Zijn vader was van beroep verwarmingsmonteur geweest, zijn moeder ontwerpster van hoeden. Het drinken zou er bij de ouders ook al in gezeten hebben, de moeder werd 52, vader 63.
Nadat het manuscript was afgewezen zag meneer K. het leven niet meer zitten. Hij belandde in de bijstand, het drinken werd zuipen. Hij verloederde. Een carrière als kok zat er absoluut niet meer in, gelet op de ranzigheid die hij om zich heen creëerde. Hij schaamde zich voor zijn mislukte leven en bleef zoveel mogelijk binnen.
*
Toen de derde fles openging was de woning schoon en op orde. Meneer K. sprak met Cordaan-medewerker René af dat hij gewoon weer open zou doen als hij in oktober ter controle zou langskomen.
Meneer K. beloofde dat hij zijn ouderwetse mobiele telefoon zou opladen, en direct zou bellen als hij hulp nodig had. Ook zou hij opnemen als iemand hem belde.
Toen René in oktober verscheen bleef de deur gesloten. De telefoon werd niet beantwoord. Er klonk gerucht in de woning, meneer K. riep dat hij met rust gelaten wilde worden.
De beambte van Hygiënisch Woningtoezicht deed ook nog een poging, maar kreeg eveneens nul op rekest. Cordaan wilde in december nogmaals langsgaan, maar door de enorme drukte die er als gevolg van bezuinigingen is ontstaan, kwam het er niet van.
Op 12 februari zag een oplettende buurtbewoner meneer K. dood in de gang liggen. Hij lag daar al een hele tijd, minstens een maand.
*
In de kapel van begraafplaats Sint Barbara laat ik op donderdag 12 maart wat nummers van Fleetwood Mac voor meneer K. draaien. In de inmiddels alweer flink vervuilde woning werden talloze cd’s van deze formatie teruggevonden.
Cordaan-medewerker René is gekomen, samen met een collega. ‘Met heel veel moeite liet je ons toe,’ zegt René als Rob Schouten het gedicht heeft voorgelezen. ‘Ik heb de glimlach op je gezicht gezien toen de portefeuille met je pinpas door ons werd teruggevonden.’
Joris van Casteren.