UITVAARTEN

Omschrijving van de eenzame uitvaarten in Nederland bijgewoond door de dichters in dienst van de stichting Eenzame uitvaart

vrijdag 5 maart 2010

Eenzame uitvaart nummer 113


I.M. Oleksandr Polishchuk – 11 november 1974, Drogobytsj, Oekraïne.
Overleden 20 februari 2010, om vijf over drie 's nachts, in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, Amsterdam.
Donderdag 4 maart, 10 uur, begraafplaats St. Barbara.
Dichter van dienst: Wim Brands.


Oleksandr werd op 20 november 2009 aangehouden op de Wallen in Amsterdam en overgebracht naar het politiebureau aan de Beursstraat. Daar heeft hij kans gezien zich door het eigen hoofd te schieten. Hij werd overgebracht naar het OLVG, alwaar hij op20 februari overleed. Hij verbeef illegaal in ons land. Er zijn een neef en een oude opa in het land van herkomst getraceerd. Er zijn geen middelen om hem daar te begraven, dus het wordt één steek diep, op St. Barbara. Dat meldt de Dienst.

Google geeft: 'Een man heeft zichzelf gisteravond neergeschoten in een politiebureau in Amsterdam. Hij gebruikte een vuurwapen dat hij zelf bij zich had. Kort daarvoor was hij gearresteerd en binnengebracht bij het bureau aan de Beursstraat op de Wallen. De man schoot zichzelf door het hoofd toen hij al in de cel zat. Hij is zwaargewond naar het ziekenhuis gebracht. Bij het schieten zijn geen agenten gewond geraakt. De politie had de man opgepakt na een vechtpartij op straat. De rijksrecherche onderzoekt hoe het kan dat de man na zijn arrestatie zijn vuurwapen nog kon grijpen.'

Het Parool vult aan: 'Zaterdagavond werd de man, volgens persofficier Otto van der Bijl waarschijnlijk tussen de twintig en dertig jaar oud, gearresteerd na een vechtpartij. In de ruimte waar hij moest wachten tot hij zou worden voorgeleid aan de hulpofficier, een meer ervaren agent die de arrestatie beoordeelt, was hij een moment alleen gelaten. Toen heeft hij zich in het hoofd geschoten en levensgevaarlijk verwond. Een traumateam kwam ter plaatse; het slachtoffer is per ambulance afgevoerd naar het ziekenhuis. Er vielen verder geen gewonden. Het bureau Beursstraat is ontruimd en geldt sinds het incident als plaats delict. Het onderzoek van de rijksrecherche spitst zich toe op de vraag hoe deze man nog toegang kon hebben tot een vuurwapen. Tussen arrestatie en voorgeleiding aan de hulpofficier hoeven, volgens justitie, maar een paar minuten te zitten. Van der Bijl: ,,We kijken nu of deze man in de tussentijd is gefouilleerd, en waarom daar eventueel van is afgeweken." Onduidelijk is of de man, vermoedelijk iemand die de Nederlandse taal niet machtig was, als enige is gearresteerd na de vechtpartij. Getuigen op straat meldden dat ze een groepje mensen herrie zagen schoppen bij het politiebureau, direct na de arrestatie. De ambulance waarin de arrestant om 22.40 uur werd afgevoerd, werd ook gevolgd door een personenauto.'

De politie meldt op haar eigen site: 'Noot voor de redactie: In deze zaak zullen er verder geen mededelingen worden gedaan.'

Uit televisiefilmpjes op het net over het incident wordt duidelijk dat de man op het moment dat hij schoot geboeid was. Zijn handen waren op zijn rug gebonden. Hij moet zich dus van achteren door het hoofd hebben geschoten. In hetzelfde filmpje ventileert een woordvoerder van de politievakbond de mening dat de politie aangehouden verdachten al op straat moeten kunnen fouilleren. Alle berichten op internet dateren van enkele dagen na de arrestatie, er worden inderdaad geen verdere mededelingen gedaan. Onder de berichten vind ik telkens rauwe commentaren van reageerders, doorgaans in de trant van 'net goed.' Opgeruimd staat netjes. En dat de politie er niks van bakt. Lafaards. Hoe stom kun je zijn. Dat zeggen de mensen ervan. Nooit eens iemand die denkt: 'Jezus wat erg. Arme man.' Of hebben de mensen die zulke normale dingen denken eenvoudig geen behoefte om dat op te schrijven?

Zijn overlijden, drie maanden later, is geen nieuws: hij is waarschijnlijk al vergeten. Hij was een incident, niet meer. Toch wordt hij netjes weggebracht. Veel te netjes naar de zin van zulke reageerders, neem ik aan. 'Ze draaiden bij de uitvaart zelfs muziek uit de Oekraïne, stelletje maffe uitslovers. Kennen ze niet gewoon Hazes draaien? Een gezond stukje inburgeringsmuziek?'

Donderdagochtend. Ik wandel door het Westerpark naar de begraafplaats, hier en daar ligt er rijp op het gras, sommige sloten zijn met een aarzelend flinterdun laagje ijs bedekt, maar de zon heeft alweer genoeg kracht gewonnen om hier snel een einde aan te maken. Ik draag een snoeischaar in de zak van mijn keurige uitvaartjas. Langs de rand van de begraafplaats is een enorme berg aarde gestort, daaromheen is men bezig hekken te plaatsen. Een vrouw in een oranje hesje draait verbindingsstukken tussen de hekken vast, ziet me lachend aan en groet dan, bijna enthousiast. Een man in het zwart, een man zonder hond, maar toch duidelijk onderweg. Ik geef haar mijn melancholiekste glimlach terug.

Op de begraafplaats tref ik de dichter van dienst, de uitvaartleider, de oude meneer Degenkamp, en ook de jonge meneer Degenkamp komt even langs, op laarzen, in modderige werkkledij gestoken. Twee heren van de Oekraïnese Ambassade, een woord waarvan ik denk dat het met een hoofdletter moet, Ambassade, dat maakt het instituut nog indrukwekkender. En ook de heren zelf maken indruk: strak in het pak, de kleinste van de twee draagt een zonnebril, achterstevoren in zijn haar geschoven. Precies wat je je van een bodyguard voorstelt. Zal wel de chauffeur wezen. Hij heeft een merkwaardig, wijdbeens loopje, alsof hij van zijn vak eigenlijk paard rijdt en niet auto. Hij beweegt zich nochtans traag, maar soepel. We giechelen besmuikt. Het is een bijna angstaanjagende verschijning. De dragers maken hun eigen grapje. 'Wilt u het gedicht heel langzaam lezen? Anders kunnen we het niet verstaan. Omdat het in het Russisch is.'

De kist was vroeg, arriveerde al om half tien, waar een kwartier voor aanvang gebruikelijk is. Ik toon mijn enige cd met muziek uit de Oekraïne, waarop ik, min of meer op goed geluk, een vijftal korte nummers heb geselecteerd: twee voorafgaand aan het gedicht, liedjes die op deze Unesco-uitgave in het Engels worden aangeduid met 'Why do you weep, why do you lament' en 'The willow tree with many leaves.' Na het gedicht zal dan de ouverture klinken: 'Trembitas with folk orchestra' mijn favoriet van deze compilatie: hartverscheurend koperwerk. Ik toon mijn cd aan de mannen van de Ambassade. De lange man knikt instemmend, de kleine houdt afzijdig, bemoeit zich nergens mee, zwijgt. We kunnen beginnen. Stappen de aula in, nemen plaats in de banken, ik schuif in op links, daar waar Van Bokhoven eigenlijk hoort te zitten, omdat de Ambassade al op rechts heeft plaatsgenomen. Links dan maar. Van Bokhoven liet zich gisteren excuseren, vanwege de drukte op de zaak. Alles voor het evenwicht. Ik heb nog nooit op links gezeten, onwennig staar ik naar het spiegelruitje waarachter ik de heer Degenkamp weet, bezig met het bedienen van de muziek. Die klinkt zoals het de bedoeling was. De uitvaartleider heet ons, zoals afgesproken, in het Engels van harte welkom op deze bijeenkomst waarop we Oleksandr Polishchuk zullen gedenken, met muziek, bloemen en de woorden van de dichter. Hij geeft Wim het woord.

*

In Memoriam
Oleksandr Polishchuk

Diep in de nacht schiet ik wakker; een van mijn kinderen komt niet lang daarna thuis.
Ik ben op mijn hond gaan lijken

die ruim voor onze komst aanslaat. Ik denk aan jouw laatste nacht, in het ziekenhuis,
werd er op je gewacht? – en die nacht dat je jezelf

het leven probeerde te benemen,

werd er toen aan je gedacht, door je grootvader bijvoorbeeld met wie je – zo verbeeld
ik me – in het voorjaar naar de veulens ging kijken?

Misschien vroegen jullie je wel af hoe het zou zijn om tussen de paarden te slapen in
een warme zomernacht.

Ik denk aan een landgenoot van je die ik ken. Hij slaapt in auto's die hij openbreekt,
soms rijdt hij op en neer naar een naburige stad

om het idee te hebben dat hij iemand anders is, iemand van wie iets wordt verwacht,
een man op wie wordt gewacht.

Diep in de nacht schiet ik wakker, hoe je jezelf door het achterhoofd schoot, het leek
alsof niet jijzelf, maar een ander je had gedood.


© Wim Brands


Ouverture. Schallend koper. 'Mama, the dawn.' 'Chumak song.' -'Chumak songs had an important influence on Ukrainian culture. The themes of the songs deal with every aspect of the wagoners' daily life: their departure, the misery of their families, their nostalgia, the hardships of life on the road, illness and death, longing for a beloved, the hard life of a hired hand, momentary distractions, their return home, love and marriage, the longing of waiting wives'- het klinkt in ieder geval heel verdrietig en berustend.

We staan recht. De dragers komen naar voren. We wandelen in het schitterende zonnelicht achter de kist aan naar zijn laatste rustplaats, pal naast een overdadig met verse bloemen overdekt graf. Een enkele roos daalt met hem mee naar beneden, dat ene bloemstuk blijft achter, als we hem verlaten, na dat ogenblik van stilte, het schepje zand op de kist. In de koffiekamer praten we over wat we weten van wie hij was. Hij was al acht jaar hier, hij had er een vriend, met wie hij dikwijls werkte, hij heeft een tijdlang een verblijfsvergunning gehad. Wat voor werk dat was, waar die vriend nu is, dat weet niemand.

Niemand wenst een tweede kopje koffie. Buiten schudden we handen, Degenkamp blijft achter om wat bij te kletsen. Hij klaagt over de konijnen, die de hyacintenbollen afknagen, die ze helemaal niet lusten, en toch afknagen, zo wordt het nooit een voorjaarsperk hier. In ruil vertel ik over de viooltjes die mijn balkonbak sieren. Dat herinnert mij aan de meegevoerde snoeischaar. We lopen terug door het park, de bewoonde wereld in, Wim met zijn fiets aan de hand. Onderweg neem ik de snoeischaar ter hand en gun me de weelde van een bos wilgenkatjes, die op uitkomen staan. De hekwerkers zie ik niet meer. Ik had die mevrouw op de terugweg nog een keer willen groeten, als een oude kennis, die je verrast terugziet, dat had je niet verwacht.



© voor het verslag: F. Starik



+

donderdag 4 maart 2010

Eenzame Uitvaart Den Haag nummer 24


Datum: 1 maart 2010
Tijd: 9.00
Crematorium Nieuw Eykenduynen, Den Haag
Dichter van dienst: Gilles Boeuf

Crematie van de heer Geert Neskens
Geb. 27 november 1934, Odoorn
Overleden 17 februari 2010, Den Haag

Odoorn is een klein dorp in Drenthe waarvan de naam zou kunnen betekenen: de eenzame woeste hoek. Ik raakte geïntrigeerd door dit dorp omdat een man die hier in Den Haag is overleden uit zo’n klein dorp blijkt te komen. Een man die een pensioen ontving uit het vrachtvervoer en wellicht veel op de weg heeft gezeten. Zo probeerde ik mij voor te stellen hoe het is om in zo’n kleine gemeenschap op te groeien. Wat een afstand tot een leven hier in Den Haag en onderweg is er in dit leven ook weer erg veel gebeurd.

De heer Neskens had twee kinderen, een zoon en een dochter. Met beiden had hij geen contact meer. Bij de scheiding van zijn vrouw waren de kinderen nog klein. In een afscheidsbrief uit 2003 aan zijn zoon, geschreven toen hij al erg ziek was, verontschuldigde hij zich voor het gebrek aan contact. Hij verontschuldigde zich voor het verdriet dat hij had aangericht, maar benoemde ook het grote verdriet dat hij voelde. De kinderbescherming had hem het contact met de kinderen verboden, schreef hij. Ook probeerde hij het standpunt van de zoon te respecteren, die kennelijk geen contact wilde om zijn moeder te beschermen.

Vanaf wanneer precies is niet bekend maar een aantal jaren heeft Mijnheer Neskens in Joegoslavië gewoond. Hij keerde terug naar Nederland met een Joegoslavische vriendin en haar dochter. Hij bleek met deze vrouw een tumultueuze verhouding te hebben. Eens is hij vanwege herrie die hij schopte uit het bejaardentehuis gezet waar deze vrouw inmiddels verbleef. In een brief uit 2006 aan haar dochter schreef hij dat het niet altijd vrolijk was geweest tussen hen, maar dat haar moeder ook een lastige vrouw was. Desondanks, zo schreef hij, hield hij veel van haar. Hij benoemde de dochter tevens tot executeur testamentair, maar deze wilde er niets van weten. Haar moeder bleek op het moment van zijn overlijden bovendien terminaal, dus ze had wel iets anders aan haar hoofd. In diezelfde brief uit 2006 gaf hij haar uiteindelijk ook nog een misschien belangwekkende instructie. Van een speaker links boven op de kast moest ze de schroefjes losdraaien. Dan zou ze iets vinden “waar ze in haar leven nog iets aan zou hebben.” Toen de gemeente in het huis kwam, lagen de schroefjes inderdaad losgedraaid naast de speaker.

Het is fris en zonnig op deze eerste dag in maart. De lente lijkt te beginnen. Er is sprake van geweest dat misschien de dochter van de heer Neskens bij de crematie aanwezig zou zijn, maar er komt niemand. De kist staat kaal zonder bloemen in de aula. We luisteren naar het eerste door mij uitgezochte nummer: ‘The Open Road’ van de CD Highway Trance van Jimmy Lafave. In zijn huis is ondanks de vele installaties en elektronica die er stond geen muziek gevonden. Ik heb daarom muziek uitgezocht die iets van zijn leven zou kunnen weerspiegelen. Nadat ik mijn gedicht heb voorgedragen besluiten we de bijeenkomst met zigeunermuziek uit Belgrado. ‘A#-Rromans’ van The Earth-Wheel-Sky Band.





De Laatste Instructie

Waar kun je in het leven bij gebaat zijn?
Een pakketje geld, een laatste waarheid misschien?

De schroefjes zorgvuldig losgedraaid
van een verouderde speaker. Het huis
elektronisch en verlaten verbergt
nog een laatste schat

Een laatste is een laatste woord

Van liefde naar woede, via brieven met
laatste woorden
naar kinderen, naar de dochter
van de laatste vriendin

Voor haar was de laatste instructie,
de laatste uitleg van liefde
van woede

Van verdriet van misschien
een dader, een slachtoffer
en wat is daar het aller
aller laatste in?





(c) voor gedicht en verslag Gilles Boeuf

+

dinsdag 23 februari 2010

Eenzame uitvaart nummer 112, Amsterdam
I.M. Jan Willem van der Wal, 17 april 1934, Amsterdam, gevonden in zijn woning op 16 februari 2010.
Begraafplaats St. Barbara, dinsdag 23 februari 2010, 13 uur.
Dichter van dienst: F. Starik

De dag nadat Jan Willem werd gevonden word ik gebeld door een aangeslagen Van Bokhoven, die juist is teruggekeerd van een bezoek aan de woning van de overledene, aan het Hygieaplein in Oud Zuid. Van Bokhoven vertelt. 'Het stonk verschrikkelijk. Meneer moet weken, zoniet maanden op de woning hebben gelegen.' In het jargon van de Dienst ligt men op de woning, niet erin. Hij verkeerde 'in verregaande staat van ontbinding.' Zo noemt de politie dat. De staat van ontbinding. Verregaand.

'Alsof er een bom was ontploft. Geen meubels, alleen een matras. Kale vloer. Geen vloerbedekking. Daar was al dat vocht en bloed natuurlijk ingetrokken. Overal rotzooi. Een vuilnisbelt. De stank. De stank. Dat blijft in je neus zitten.' Van Bokhoven zette bij zijn vertrek alle ramen in het trappenhuis wijd open. 'Die lucht moet er toch uit. Onbegrijpelijk dat de buren niet eerder hebben gewaarschuwd.' Van der Wal leefde zeer teruggetrokken, als een kluizenaar, had nooit kontakt met zijn buren.

Hij werd in Amsterdam geboren, zijn moeder overleed aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, in 1945. Jan Willem was toen elf. Hij was enig kind. Van zijn vader is bekend dat hij drie keer is hertrouwd, dat al die huwelijken kinderloos zijn gebleven. Van die vader is verder bekend dat hij in 1962 verhuisde naar Amstelveen. Verdere naspeuringen naar vader lijken overbodig: hij werd geboren in 1903. Mocht hij er nog zijn, dan was met afstand de oudste man van Nederland. Er is dus geen directe familie meer in leven. Jan Willem is nooit getrouwd geweest, zijn leven lang alleen gebleven. Hij heeft sinds 1946 onafgebroken in Amsterdam gewoond, sinds 1979 op het Hygieaplein, in wat zijn laatste woning zou worden. Naast zijn AOW genoot hij een bescheiden pensioen van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, wat erop zou kunnen duiden dat hij een overheidsbetrekking heeft gehad. Veel geld gaf hij niet uit. Hij laat, naast een gezond girosaldo, een forse beleggingsrekening achter.

Van Bokhoven kondigt aan dat hij straks, na deze lange, aangrijpende werkdag een warm bad gaat nemen, als hij thuis komt, eerst een glas wijn, dan lekker lang in bad. Om die verschrikkelijke geur uit te weken. Dat is zijn grootst verlangen, nu. Verder kondigt hij aan dat er een redacteur van het Nederlands Dagblad, Maarten Vermeulen, bij de uitvaart aanwezig zal zijn, alsmede een fotograaf van die krant. Ik herinner me het telefoongesprek dat ik een tijd geleden met hem voerde. De zeven werken der barmhartigheid, daar had hij het over, hij moest een werk van barmhartigheid verrichten, en in dat kader wilde hij iets met de eenzame uitvaart doen. Ik legde hem uit dat er weinig te verrichten valt: we kunnen de dichter moeilijk door een journalist vervangen. En dit huis wil hij niet opruimen. En voor de bloemen zorgt de gemeente al. Maar nu was het toch gelukt, hij zal Van Bokhoven, voorafgaand aan de uitvaart, naar het uitvaartcentrum begeleiden, waar de overledene, uiteraard in een stijf gesloten kist, ligt opgebaard. Van Bokhoven raadt me aan voorzichtig te zijn met het gedicht, gezien het specifieke karakter van die krant. Dat beloof ik. Ik zal er een fijn Bijbels beeld in stoppen.

In de Statenvertaling luidt het volledige (Jesaja 42:3) citaat: 'Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen.' In de Willibrordvertaling leest men knak voor krook en kwijnen voor roken, de wiek werd een pit: 'Het geknakte riet zal hij niet breken en de kwijnende vlaspit blaast hij niet uit. Werkelijk, hij zal recht brengen.' De hoofdletter voor Hem werd onderkast, ook de waarheid heeft het nu opgegeven. In de Nieuwe Vertaling van 2005 gaat het rechtuit van: 'Het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven. Het recht zal hij zuiver doen kennen.' De Naardense Bijbel geeft: 'Het gekrookte riet zal hij niet breken, een verflauwende vlaspit niet doven,– naar zijn trouw zal hij recht doen uitgaan.' Dat moeten ze dan zelf maar met de spaghetti verbinden.

Ik zal beslagen ten ijs verschijnen, mocht het gesprek hierop raken.
Er ligt een zeer recente opname van Peter Gabriel op mijn bureau, Scratch My Back, met een plechtige, klassieke versie van Arcade Fire's 'My Body Is A Cage'. (But My Mind Holds The Key. Set My Spirit Free.) Dat nummer zal door de aula klinken, als het gedicht gelezen is. Bij het binnentreden van de aula zal 'I Think It's Going To Rain Today' oorspronkelijk van Randy Newman, het werk moeten doen, met die heerlijke regel 'Human kindness is overflowing.' En dan vertrekken we weer op de klanken van Street Spirit (Fade Out), Radiohead. Fade out. Again.

Dinsdag, kwart voor een. Kouder dan gedacht, en het zal waarschijnlijk niet gaan regenen vandaag. Acht dragers bij de poort. Natuurlijk. Meneer had geld. Dan word je geschouderd. Bij de aula begroet ik meneer Degenkamp en mevrouw Bussink, die graag eens om 'haar moverende redenen' een eenzame uitvaart zou meemaken, laten we het zo maar noemen. Ik vraag Degenkamp of het mogelijk is het tweede muziekstuk tussen 2:26 en 2.28 out te faden. Het wordt daarna een paar minuten eigenlijk te luid, ziet u, te modern misschien, voor deze gelegenheid. Hij gaat zijn best doen. We herhalen de volgorde van de muziekstukken. Even later verschijnt de lijkwagen. Gevolgd door de witte dienstauto. Bert Kiewik, Van Bokhoven, de journalist. Tezamen met de acht dragers zullen we een heel gezelschap vormen.

De uitvaartleidster stelt zich voor. Nieuw gezicht. Ik onthoud haar naam niet. Ik onthoud die namen nooit. Erger nog, ik versta ze niet, neem het niet op. Hoor een klank. We bespreken het verloop van de dienst. Ze kondigt aan ons welkom te zullen heten, na het eerste muziekstuk, bij binnenkomst. En dan komt daarna het gedicht, en daarna het tweede muziekstuk, dat heb ik er zo bij uitgezocht, zo doen we dat. Alles is duidelijk. We scholen samen voor de aula. Dan is het precies 1 uur geworden. Randy Newman denkt dat het zal gaan regenen vandaag. We gaan naar binnen, ik doe mijn jas uit en leg die naast mij in de bank, en ook mijn das leg ik af. Menselijke vriendelijkheid overstroomt ons. Dan stapt de uitvaartleidster naar voren en heet ons allen, zelfs hartelijk, welkom op de uitvaart van Jan Willem van der Wal, vijfenzeventig jaar oud, gevonden in zijn woning in Amsterdam, die we gaan gedenken met muziek, met deze bloemen, met de voordracht van een gedicht. Dan geeft zij graag het woord aan de heer Starik. Er is geen katheder neergezet. Dat heeft hij al gezien. Kiest positie achter de kist, vouwt zijn papier open en legt zijn hand erop.

*

Al het mijne

In een dansvoorstelling zag ik eens hoe Pina Bausch
van een pak spaghetti een voor een de stengels uitnam
en bij iedere harde dunne sliert uitriep: 'Dies ist meine.
Dies sind alle meine.' Geen idee wat het betekent maar

het ontroerde diep. Ik hoorde van een kluizenaar,
zo hard en dun dat zijn buren weigerden hem te ruiken,
ook toen hij al weken sliep. Hij had zichzelf helemaal in zichzelf
opgesloten. Pas toen werd hij bezocht. Een kaal matras

had alle vocht trouwhartig opgezogen. Meneer Van Bokhoven
zette bij zijn vertrek alle ramen in het trappenhuis wijd open.
Later die avond nam hij een bad, om de geur ook uit zijn neus
te wassen, de geur van de man die niemand meer was, niets bezat.

Geknakt riet. Stengel na stengel, identiek, ongekookt en waardeloos.
Dun, hard en onbesproken. Van alles verlaten, uit de kooi van zijn lichaam
ontsnapt, een gas. Geen sleutel tot de geest. Geen idee wat het betekent.
Die rekening van niks. Afbetaald, geweest.


*


Het gedicht wordt weer in vieren gevouwen, ik schuif het behendig onder het groen van het boeket op de geurende kist, bijna onzichtbaar, neem dan weer plaats, wacht de komst van de muziek. Het zal me benieuwen of het gaat lukken het lichaam als kooi bijtijds weg te draaien – en het lukt precies. Nu kan er niets meer misgaan. Voor het laatste muziekstuk zal uitdoven stelt de uitvaartleidster voor dat we allemaal rechtop gaan staan, uit eerbied voor de overledene, om daarna de kist naar de laatste rustplaats te dragen, en zo geschiedt het precies. We wandelen derwaarts. Zelfs hier ruik je hem nog. Meer stilte. Kist daalt. Schepje zand. Koffie.




© voor gedicht en verslag: F. Starik




+

vrijdag 12 februari 2010

Eenzame uitvaart nummer 111, Amsterdam.

I.M. Eduard de Hont, 16 maart 1949 – 24 januari 2010
Begraafplaats St. Barbara, woensdag 3 februari 2010, 15 uur.
Dichter van dienst: Anneke Brassinga (verslag)


Het is fris en winderig, opgeklaard na de dag van gisteren die tot middernacht toe een stortvloed van regen had gebracht. Op St. Barbara word ik begroet door 'de jonge mijnheer', de opvolger van zijn vader in het kerkhofbeheerdersambt. Degenkamp junior, dus. Daarna ga ik een sigaret zitten roken op het bankje naast de kapel, waar nog dikke bevroren sneeuwkorsten onder liggen. Om twintig voor drie rijdt de begrafenisauto de poort in, ik leg mijn sigaret even op de zitting om de auto na zijn langzame rondje om het middenperk te laten passeren, en zie tegelijkertijd mijnheer Van Bokhoven aan komen lopen, ook al rokend. Zonder overjas, hij zal het nog koud krijgen. Samen staan we nadat de kist naar binnen is gedragen buiten naast de deur te wachten, hopend dat er toch nog iemand komt.

Ik heb twee versies van het gedicht, één ingeval van buren die wel, één ingeval van buren die niet komen opdagen. Een paar minuten voor drieën zien we een kwieke fietser naderen, die afstapt en naar het bij de deur staande bezoekersboek loopt. Hij is van 'de Doras', in Noord het centrum voor alle mogelijke maatschappelijke zorg & steun, en kwam om de veertien dagen bij mijnheer De Hont aan huis om zijn financiële administratie te regelen. Hij vertelt dat een buurman geregeld boodschappen deed voor de overledene, en dan met een pilsje werd beloond. Jammer, als die buurman was gekomen kon ik versie één lezen. Maar mooi dat deze hulpverlener gekomen is. Van Bokhoven vertelt over het noodweer op de Canarische eilanden, waar ons aller Starik met vakantie is. Moge hij heelhuids terugkeren…

Na het Air van Johann Sebastian Bach lees ik mijn gedicht, daarna klinkt een Prelude voor piano, en als het orkeststuk inzet hoor ik vanaf de voorste bank een geheimzinnig heel licht geschuifel en gerucht achter mij, totdat de dragers naar de kist toe komen. De deuren zijn geopend, we gaan ter kuile. Op het pad wat resten glazig ijs. Drie treinen rommelen over de spoorbaan terwijl we meneer De Hont naar zijn laatste rustplaats brengen. Het leven gaat door, de kraaien krassen, de wind stoot adem uit. Geen schouderende dragers deze keer, misschien wegens de gladheid, de kist is op het karretje over de paden gereden. Drie schepjes zand op de kist in de diepte, en daarna koffie. Eduard de Hont, bezweken aan een derde hersenbloeding, was best een olijke man, maar gewoon een beetje teruggetrokken, hoor ik. Gelukkig maar; dan heb ik in mijn gedicht de plank niet helemaal misgeslagen.


Voetstuk

voor Eduard de Hont

Een korte stille straat. Je kon niet ongezien
er wonen, noch ongezien verdwijnen; waar zijn
vandaag je buren, waarom deze eenzame uitvaart?
Vrijgezellen van zestig verkommeren vaak, maar

jij had achter het ruitje van de voordeur
een groot rood monter hart gehangen, en ook
de kamerplanten staan er fleurig bij. Je was
misschien gewoon het liefst alleen, hoewel

er in de onbeschutte achtertuin twéé stoelen
bij de ronde tafel staan – vergeef me dat ik
zo ver in mijn naspeuringen ben gegaan.
Ik ben nu erg op je gesteld al was het maar

om het betonnen voetstuk van de parasol,
in de vorm van je naam: een heel lieve hond.
Wij rouwen om alles wat je zelf hebt gemist,
wat je gewild zou hebben en je niet gegeven is.



© voor gedicht en verslag: Anneke Brassinga.



+

woensdag 10 februari 2010

EENZAME UITVAART TE ANTWERPEN -bij monde van Maarten Inghels- bericht:

'De Eenzame Uitvaart' loopt één jaar in Antwerpen. Ik zou graag zowel de dichters, als de uitvaartondernemer bedanken voor hun inzet, medewerking en overgave het afgelopen jaar.
Alsook het OCMW van Antwerpen en Antwerpen Boekenstad zonder wiens (financiële) steun dit niet mogelijk was.

Het afgelopen jaar heeft 'de Eenzame Uitvaart' zeven uitvaarten kunnen verzorgen. De laatste vond afgelopen donderdag plaats waarbij dichter Stijn Vranken het woord nam. Het verslag en gedicht zijn zoals steeds na te lezen op http://www.eenzameuitvaart.be/
Over één jaar Eenzame Uitvaart schreef ik een korte persoonlijke beschouwing op mijn weblog. http://www.maarteninghels.be/ Tot slot maakte de Telenet cultuurzender Exqi Culture een integere reportage over het project dat in de week van Gedichtendag werd vertoond. Het is te bekijken via deze link.http://vimeo.com/9289924

Dankzij de financiële steun van het OCMW Antwerpen kan 'de Eenzame Uitvaart' nog voor onbepaalde tijd doorgaan. Aangezien alle dichters één uitvaart hebben verzorgd zou ik Joke van Leeuwen opnieuw willen vragen voor de eerstvolgende uitvaart, aanstaande vrijdag. Er is ook al het idee geopperd om voor de zes graven (er was één asuitstrooiing) een zerk te voorzien, met het gedicht in gebeiteld bijvoorbeeld. Ik zoek nu uit of dit haalbaar en wettelijk is.

Maarten Inghels



+