<?xml version='1.0' encoding='UTF-8'?><rss xmlns:atom='http://www.w3.org/2005/Atom' xmlns:openSearch='http://a9.com/-/spec/opensearchrss/1.0/' xmlns:georss='http://www.georss.org/georss' version='2.0'><channel><atom:id>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709</atom:id><lastBuildDate>Fri, 05 Mar 2010 09:43:25 +0000</lastBuildDate><title>UITVAARTEN</title><description>Omschrijving van de eenzame uitvaarten in Nederland bijgewoond door de dichters in dienst van de stichting Eenzame uitvaart</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/uitvaarten.html</link><managingEditor>noreply@blogger.com (uw Starik)</managingEditor><generator>Blogger</generator><openSearch:totalResults>89</openSearch:totalResults><openSearch:startIndex>1</openSearch:startIndex><openSearch:itemsPerPage>25</openSearch:itemsPerPage><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-8611005739869807461</guid><pubDate>Fri, 05 Mar 2010 09:41:00 +0000</pubDate><atom:updated>2010-03-05T10:43:25.366+01:00</atom:updated><title></title><description>&lt;span style="font-weight:bold;"&gt;Eenzame uitvaart nummer 113&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;I.M. Oleksandr Polishchuk – 11 november 1974, Drogobytsj, Oekraïne. &lt;br /&gt;Overleden 20 februari 2010, om vijf over drie 's nachts, in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, Amsterdam.&lt;br /&gt;Donderdag 4 maart, 10 uur, begraafplaats St. Barbara.&lt;br /&gt;Dichter van dienst: Wim Brands.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Oleksandr werd op 20 november 2009 aangehouden op de Wallen in Amsterdam en overgebracht naar het politiebureau aan de Beursstraat. Daar heeft hij kans gezien zich door het eigen hoofd te schieten. Hij werd overgebracht naar het OLVG, alwaar hij op20 februari overleed. Hij verbeef illegaal in ons land. Er zijn een neef en een oude opa in het land van herkomst getraceerd. Er zijn geen middelen om hem daar te begraven, dus het wordt één steek diep, op St. Barbara. Dat meldt de Dienst.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Google geeft: 'Een man heeft zichzelf gisteravond neergeschoten in een politiebureau in Amsterdam. Hij gebruikte een vuurwapen dat hij zelf bij zich had. Kort daarvoor was hij gearresteerd en binnengebracht bij het bureau aan de Beursstraat op de Wallen. De man schoot zichzelf door het hoofd toen hij al in de cel zat. Hij is zwaargewond naar het ziekenhuis gebracht. Bij het schieten zijn geen agenten gewond geraakt. De politie had de man opgepakt na een vechtpartij op straat. De rijksrecherche onderzoekt hoe het kan dat de man na zijn arrestatie zijn vuurwapen nog kon grijpen.'&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het Parool vult aan: 'Zaterdagavond werd de man, volgens persofficier Otto van der Bijl waarschijnlijk tussen de twintig en dertig jaar oud, gearresteerd na een vechtpartij. In de ruimte waar hij moest wachten tot hij zou worden voorgeleid aan de hulpofficier, een meer ervaren agent die de arrestatie beoordeelt, was hij een moment alleen gelaten. Toen heeft hij zich in het hoofd geschoten en levensgevaarlijk verwond. Een traumateam kwam ter plaatse; het slachtoffer is per ambulance afgevoerd naar het ziekenhuis. Er vielen verder geen gewonden. Het bureau Beursstraat is ontruimd en geldt sinds het incident als plaats delict. Het onderzoek van de rijksrecherche spitst zich toe op de vraag hoe deze man nog toegang kon hebben tot een vuurwapen. Tussen arrestatie en voorgeleiding aan de hulpofficier hoeven, volgens justitie, maar een paar minuten te zitten. Van der Bijl: ,,We kijken nu of deze man in de tussentijd is gefouilleerd, en waarom daar eventueel van is afgeweken." Onduidelijk is of de man, vermoedelijk iemand die de Nederlandse taal niet machtig was, als enige is gearresteerd na de vechtpartij. Getuigen op straat meldden dat ze een groepje mensen herrie zagen schoppen bij het politiebureau, direct na de arrestatie. De ambulance waarin de arrestant om 22.40 uur werd afgevoerd, werd ook gevolgd door een personenauto.'&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De politie meldt op haar eigen site: 'Noot voor de redactie: In deze zaak zullen er verder geen mededelingen worden gedaan.'&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Uit televisiefilmpjes op het net over het incident wordt duidelijk dat de man op het moment dat hij schoot geboeid was. Zijn handen waren op zijn rug gebonden. Hij moet zich dus van achteren door het hoofd hebben geschoten. In hetzelfde filmpje ventileert een woordvoerder van de politievakbond de mening dat de politie aangehouden verdachten al op straat moeten kunnen fouilleren. Alle berichten op internet dateren van enkele dagen na de arrestatie, er worden inderdaad geen verdere mededelingen gedaan. Onder de berichten vind ik telkens rauwe commentaren van reageerders, doorgaans in de trant van 'net goed.' Opgeruimd staat netjes. En dat de politie er niks van bakt. Lafaards. Hoe stom kun je zijn. Dat zeggen de mensen ervan. Nooit eens iemand die denkt: 'Jezus wat erg. Arme man.' Of hebben de mensen die zulke normale dingen denken eenvoudig geen behoefte om dat op te schrijven? &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zijn overlijden, drie maanden later, is geen nieuws: hij is waarschijnlijk al vergeten. Hij was een incident, niet meer. Toch wordt hij netjes weggebracht. Veel te netjes naar de zin van zulke reageerders, neem ik aan. 'Ze draaiden bij de uitvaart zelfs muziek uit de Oekraïne, stelletje maffe uitslovers. Kennen ze niet gewoon Hazes draaien? Een gezond stukje inburgeringsmuziek?'&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Donderdagochtend. Ik wandel door het Westerpark naar de begraafplaats, hier en daar ligt er rijp op het gras, sommige sloten zijn met een aarzelend flinterdun laagje ijs bedekt, maar de zon heeft alweer genoeg kracht gewonnen om hier snel een einde aan te maken. Ik draag een snoeischaar in de zak van mijn keurige uitvaartjas. Langs de rand van de begraafplaats is een enorme berg aarde gestort, daaromheen is men bezig hekken te plaatsen. Een vrouw in een oranje hesje draait verbindingsstukken tussen de hekken vast, ziet me lachend aan en groet dan, bijna enthousiast. Een man in het zwart, een man zonder hond, maar toch duidelijk onderweg. Ik geef haar mijn melancholiekste glimlach terug.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op de begraafplaats tref ik de dichter van dienst, de uitvaartleider, de oude meneer Degenkamp, en ook de jonge meneer Degenkamp komt even langs, op laarzen, in modderige werkkledij gestoken. Twee heren van de Oekraïnese Ambassade, een woord waarvan ik denk dat het met een hoofdletter moet, Ambassade, dat maakt het instituut nog indrukwekkender. En ook de heren zelf maken indruk: strak in het pak, de kleinste van de twee draagt een zonnebril, achterstevoren in zijn haar geschoven. Precies wat je je van een bodyguard voorstelt. Zal wel de chauffeur wezen. Hij heeft een merkwaardig, wijdbeens loopje, alsof hij van zijn vak eigenlijk paard rijdt en niet auto. Hij beweegt zich nochtans traag, maar soepel. We giechelen besmuikt. Het is een bijna angstaanjagende verschijning. De dragers maken hun eigen grapje. 'Wilt u het gedicht heel langzaam lezen? Anders kunnen we het niet verstaan. Omdat het in het Russisch is.' &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De kist was vroeg, arriveerde al om half tien, waar een kwartier voor aanvang gebruikelijk is. Ik toon mijn enige cd met muziek uit de Oekraïne, waarop ik, min of meer op goed geluk, een vijftal korte nummers heb geselecteerd: twee voorafgaand aan het gedicht, liedjes die op deze Unesco-uitgave in het Engels worden aangeduid met 'Why do you weep, why do you lament' en 'The willow tree with many leaves.' Na het gedicht zal dan de ouverture klinken: 'Trembitas with folk orchestra' mijn favoriet van deze compilatie: hartverscheurend koperwerk. Ik toon mijn cd aan de mannen van de Ambassade. De lange man knikt instemmend, de kleine houdt afzijdig, bemoeit zich nergens mee, zwijgt. We kunnen beginnen. Stappen de aula in, nemen plaats in de banken, ik schuif in op links, daar waar Van Bokhoven eigenlijk hoort te zitten, omdat de Ambassade al op rechts heeft plaatsgenomen. Links dan maar. Van Bokhoven liet zich gisteren excuseren, vanwege de drukte op de zaak. Alles voor het evenwicht. Ik heb nog nooit op links gezeten, onwennig staar ik naar het spiegelruitje waarachter ik de heer Degenkamp weet, bezig met het bedienen van de muziek. Die klinkt zoals het de bedoeling was. De uitvaartleider heet ons, zoals afgesproken, in het Engels van harte welkom op deze bijeenkomst waarop we Oleksandr Polishchuk zullen gedenken, met muziek, bloemen en de woorden van de dichter. Hij geeft Wim het woord.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;*&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In Memoriam&lt;br /&gt;Oleksandr Polishchuk&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Diep in de nacht schiet ik wakker; een van mijn kinderen komt niet lang daarna thuis.&lt;br /&gt;Ik ben op mijn hond gaan lijken&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;die ruim voor onze komst aanslaat. Ik denk aan jouw laatste nacht, in het ziekenhuis,&lt;br /&gt;werd er op je gewacht? – en die nacht dat je jezelf&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;het leven probeerde te benemen,&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;werd er toen aan je gedacht, door je grootvader bijvoorbeeld met wie je – zo verbeeld &lt;br /&gt;ik me – in het voorjaar naar de veulens ging kijken?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Misschien vroegen jullie je wel af hoe het zou zijn om tussen de paarden te slapen in&lt;br /&gt;een warme zomernacht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik denk aan een landgenoot van je die ik ken. Hij slaapt in auto's die hij openbreekt,&lt;br /&gt;soms rijdt hij op en neer naar een naburige stad&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;om het idee te hebben dat hij iemand anders is, iemand van wie iets wordt verwacht,&lt;br /&gt;een man op wie wordt gewacht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Diep in de nacht schiet ik wakker, hoe je jezelf door het achterhoofd schoot, het leek&lt;br /&gt;alsof niet jijzelf, maar een ander je had gedood.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© Wim Brands&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ouverture. Schallend koper. 'Mama, the dawn.' 'Chumak song.'  -'Chumak songs had an important influence on Ukrainian culture. The themes of the songs deal with every aspect of the wagoners' daily life: their departure, the misery of their families, their nostalgia, the hardships of life on the road, illness and death, longing for a beloved, the hard life of a hired hand, momentary distractions, their return home, love and marriage, the longing of waiting wives'- het klinkt in ieder geval heel verdrietig en berustend. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We staan recht. De dragers komen naar voren. We wandelen in het schitterende zonnelicht achter de kist aan naar zijn laatste rustplaats, pal naast een overdadig met verse bloemen overdekt graf. Een enkele roos daalt met hem mee naar beneden, dat ene bloemstuk blijft achter, als we hem verlaten, na dat ogenblik van stilte, het schepje zand op de kist. In de koffiekamer praten we over wat we weten van wie hij was. Hij was al acht jaar hier, hij had er een vriend, met wie hij dikwijls werkte, hij heeft een tijdlang een verblijfsvergunning gehad. Wat voor werk dat was, waar die vriend nu is, dat weet niemand. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Niemand wenst een tweede kopje koffie. Buiten schudden we handen, Degenkamp blijft achter om wat bij te kletsen. Hij klaagt over de konijnen, die de hyacintenbollen afknagen, die ze helemaal niet lusten, en toch afknagen, zo wordt het nooit een voorjaarsperk hier. In ruil vertel ik over de viooltjes die mijn balkonbak sieren. Dat herinnert mij aan de meegevoerde snoeischaar. We lopen terug door het park, de bewoonde wereld in, Wim met zijn fiets aan de hand. Onderweg neem ik de snoeischaar ter hand en gun me de weelde van een bos wilgenkatjes, die op uitkomen staan. De hekwerkers zie ik niet meer. Ik had die mevrouw op de terugweg nog een keer willen groeten, als een oude kennis, die je verrast terugziet, dat had je niet verwacht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© voor het verslag: F. Starik&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-8611005739869807461?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2010_03_01_archive.html#8611005739869807461</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-6053017664396786673</guid><pubDate>Thu, 04 Mar 2010 13:28:00 +0000</pubDate><atom:updated>2010-03-04T22:22:33.428+01:00</atom:updated><title></title><description>&lt;span style="font-weight:bold;"&gt;Eenzame Uitvaart Den Haag nummer 24&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Datum: 1 maart 2010&lt;br /&gt;Tijd: 9.00 &lt;br /&gt;Crematorium Nieuw Eykenduynen, Den Haag&lt;br /&gt;Dichter van dienst: Gilles Boeuf&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Crematie van de heer Geert Neskens&lt;br /&gt;Geb. 27 november 1934, Odoorn&lt;br /&gt;Overleden 17 februari 2010, Den Haag&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Odoorn is een klein dorp in Drenthe waarvan de naam zou kunnen betekenen: de eenzame woeste hoek. Ik raakte geïntrigeerd door dit dorp omdat een man die hier in Den Haag is overleden uit zo’n klein dorp blijkt te komen. Een man die een pensioen ontving uit het vrachtvervoer en wellicht veel op de weg heeft gezeten. Zo probeerde ik mij voor te stellen hoe het is om in zo’n kleine gemeenschap op te groeien. Wat een afstand tot een leven hier in Den Haag en onderweg is er in dit leven ook weer erg veel gebeurd. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De heer Neskens had twee kinderen, een zoon en een dochter. Met beiden had hij geen contact meer. Bij de scheiding van zijn vrouw waren de kinderen nog klein. In een afscheidsbrief uit 2003 aan zijn zoon, geschreven toen hij al erg ziek was, verontschuldigde hij zich voor het gebrek aan contact. Hij verontschuldigde zich voor het verdriet dat hij had aangericht, maar benoemde ook het grote verdriet dat hij voelde. De kinderbescherming had hem het contact met de kinderen verboden, schreef hij. Ook probeerde hij het standpunt van de zoon te respecteren, die kennelijk geen contact wilde om zijn moeder te beschermen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vanaf wanneer precies is niet bekend maar een aantal jaren heeft Mijnheer Neskens in Joegoslavië gewoond. Hij keerde terug naar Nederland met een Joegoslavische vriendin en haar dochter. Hij bleek met deze vrouw een tumultueuze verhouding te hebben. Eens is hij vanwege herrie die hij schopte uit het bejaardentehuis gezet waar deze vrouw inmiddels verbleef. In een brief uit 2006 aan haar dochter schreef hij dat het niet altijd vrolijk was geweest tussen hen, maar dat haar moeder ook een lastige vrouw was. Desondanks, zo schreef hij, hield hij veel van haar. Hij benoemde de dochter tevens tot executeur testamentair, maar deze wilde er niets van weten. Haar moeder bleek op het moment van zijn overlijden bovendien terminaal, dus ze had wel iets anders aan haar hoofd. In diezelfde brief uit 2006 gaf hij haar uiteindelijk ook nog een misschien belangwekkende instructie. Van een speaker links boven op de kast moest ze de schroefjes losdraaien. Dan zou ze iets vinden “waar ze in haar leven nog iets aan zou hebben.” Toen de gemeente in het huis kwam, lagen de schroefjes inderdaad losgedraaid naast de speaker. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is fris en zonnig op deze eerste dag in maart. De lente lijkt te beginnen. Er is sprake van geweest dat misschien de dochter van de heer Neskens bij de crematie aanwezig zou zijn, maar er komt niemand. De kist staat kaal zonder bloemen in de aula. We luisteren naar het eerste door mij uitgezochte nummer: ‘The Open Road’ van de CD Highway Trance van Jimmy Lafave. In zijn huis is ondanks de vele installaties en elektronica die er stond geen muziek gevonden. Ik heb daarom muziek uitgezocht die iets van zijn leven zou kunnen weerspiegelen. Nadat ik mijn gedicht heb voorgedragen besluiten we de bijeenkomst met zigeunermuziek uit Belgrado. ‘A#-Rromans’ van The Earth-Wheel-Sky Band. &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Laatste Instructie&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Waar kun je in het leven bij gebaat zijn?&lt;br /&gt;Een pakketje geld, een laatste waarheid misschien?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De schroefjes zorgvuldig losgedraaid&lt;br /&gt;van een verouderde speaker. Het huis &lt;br /&gt;elektronisch en verlaten verbergt&lt;br /&gt;nog een laatste schat&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een laatste is een laatste woord&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Van liefde naar woede, via brieven met&lt;br /&gt;laatste woorden&lt;br /&gt;naar kinderen, naar de dochter&lt;br /&gt;van de laatste vriendin&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor haar was de laatste instructie,&lt;br /&gt;de laatste uitleg van liefde &lt;br /&gt;van woede&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Van verdriet van misschien &lt;br /&gt;een dader, een slachtoffer&lt;br /&gt;en wat is daar het aller&lt;br /&gt;aller laatste in?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;(c) voor gedicht en verslag Gilles Boeuf&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-6053017664396786673?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2010_03_01_archive.html#6053017664396786673</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-3042328237680233356</guid><pubDate>Tue, 23 Feb 2010 18:31:00 +0000</pubDate><atom:updated>2010-02-23T19:33:15.378+01:00</atom:updated><title></title><description>Eenzame uitvaart nummer 112, Amsterdam&lt;br /&gt;I.M. Jan Willem van der Wal, 17 april 1934, Amsterdam, gevonden in zijn woning op 16 februari 2010.&lt;br /&gt;Begraafplaats St. Barbara, dinsdag 23 februari 2010, 13 uur.&lt;br /&gt;Dichter van dienst: F. Starik&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De dag nadat Jan Willem werd gevonden word ik gebeld door een aangeslagen Van Bokhoven, die juist is teruggekeerd van een bezoek aan de woning van de overledene, aan het Hygieaplein in Oud Zuid. Van Bokhoven vertelt. 'Het stonk verschrikkelijk. Meneer moet weken, zoniet maanden op de woning hebben gelegen.' In het jargon van de Dienst ligt men op de woning, niet erin. Hij verkeerde 'in verregaande staat van ontbinding.' Zo noemt de politie dat. De staat van ontbinding. Verregaand. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;'Alsof er een bom was ontploft. Geen meubels, alleen een matras. Kale vloer. Geen vloerbedekking. Daar was al dat vocht en bloed natuurlijk ingetrokken. Overal rotzooi. Een vuilnisbelt. De stank. De stank. Dat blijft in je neus zitten.' Van Bokhoven zette bij zijn vertrek alle ramen in het trappenhuis wijd open. 'Die lucht moet er toch uit. Onbegrijpelijk dat de buren niet eerder hebben gewaarschuwd.' Van der Wal leefde zeer teruggetrokken, als een kluizenaar, had nooit kontakt met zijn buren. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij werd in Amsterdam geboren, zijn moeder overleed aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, in 1945. Jan Willem was toen elf. Hij was enig kind. Van zijn vader is bekend dat hij drie keer is hertrouwd, dat al die huwelijken kinderloos zijn gebleven. Van die vader is verder bekend dat hij in 1962 verhuisde naar Amstelveen. Verdere naspeuringen naar vader lijken overbodig: hij werd geboren in 1903. Mocht hij er nog zijn, dan was met afstand de oudste man van Nederland. Er is dus geen directe familie meer in leven. Jan Willem is nooit getrouwd geweest, zijn leven lang alleen gebleven. Hij heeft sinds 1946 onafgebroken in Amsterdam gewoond, sinds 1979 op het Hygieaplein, in wat zijn laatste woning zou worden. Naast zijn AOW genoot hij een bescheiden pensioen van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, wat erop zou kunnen duiden dat hij een overheidsbetrekking heeft gehad. Veel geld gaf hij niet uit. Hij laat, naast een gezond girosaldo, een forse beleggingsrekening achter.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Van Bokhoven kondigt aan dat hij straks, na deze lange, aangrijpende werkdag een warm bad gaat nemen, als hij thuis komt, eerst een glas wijn, dan lekker lang in bad. Om die verschrikkelijke geur uit te weken. Dat is zijn grootst verlangen, nu. Verder kondigt hij aan dat er een redacteur van het Nederlands Dagblad, Maarten Vermeulen, bij de uitvaart aanwezig zal zijn, alsmede een fotograaf van die krant. Ik herinner me het telefoongesprek dat ik een tijd geleden met hem voerde. De zeven werken der barmhartigheid, daar had hij het over, hij moest een werk van barmhartigheid verrichten, en in dat kader wilde hij iets met de eenzame uitvaart doen. Ik legde hem uit dat er weinig te verrichten valt: we kunnen de dichter moeilijk door een journalist vervangen. En dit huis wil hij niet opruimen. En voor de bloemen zorgt de gemeente al. Maar nu was het toch gelukt, hij zal Van Bokhoven, voorafgaand aan de uitvaart, naar het uitvaartcentrum begeleiden, waar de overledene, uiteraard in een stijf gesloten kist, ligt opgebaard. Van Bokhoven raadt me aan voorzichtig te zijn met het gedicht, gezien het specifieke karakter van die krant. Dat beloof ik. Ik zal er een fijn Bijbels beeld in stoppen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de Statenvertaling luidt het volledige (Jesaja 42:3) citaat: 'Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen.' In de Willibrordvertaling leest men knak voor krook en kwijnen voor roken, de wiek werd een pit: 'Het geknakte riet zal hij niet breken en de kwijnende vlaspit blaast hij niet uit. Werkelijk, hij zal recht brengen.' De hoofdletter voor Hem werd onderkast, ook de waarheid heeft het nu opgegeven. In de Nieuwe Vertaling van 2005 gaat het rechtuit van: 'Het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven. Het recht zal hij zuiver doen kennen.' De Naardense Bijbel geeft: 'Het gekrookte riet zal hij niet breken, een verflauwende vlaspit niet doven,– naar zijn trouw zal hij recht doen uitgaan.' Dat moeten ze dan zelf maar met de spaghetti verbinden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik zal beslagen ten ijs verschijnen, mocht het gesprek hierop raken. &lt;br /&gt;Er ligt een zeer recente opname van Peter Gabriel op mijn bureau, Scratch My Back, met  een plechtige, klassieke versie van Arcade Fire's 'My Body Is A Cage'. (But My Mind Holds The Key. Set My Spirit Free.) Dat nummer zal door de aula klinken, als het gedicht gelezen is. Bij het binnentreden van de aula zal 'I Think It's Going To Rain Today' oorspronkelijk van Randy Newman, het werk moeten doen, met die heerlijke regel 'Human kindness is overflowing.' En dan vertrekken we weer op de klanken van Street Spirit (Fade Out), Radiohead. Fade out. Again. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dinsdag, kwart voor een. Kouder dan gedacht, en het zal waarschijnlijk niet gaan regenen vandaag. Acht dragers bij de poort. Natuurlijk. Meneer had geld. Dan word je geschouderd. Bij de aula begroet ik meneer Degenkamp en mevrouw Bussink, die graag eens om 'haar moverende redenen' een eenzame uitvaart zou meemaken, laten we het zo maar noemen. Ik vraag Degenkamp of het mogelijk is het tweede muziekstuk tussen 2:26 en 2.28 out te faden. Het wordt daarna een paar minuten eigenlijk te luid, ziet u, te modern misschien, voor deze gelegenheid. Hij gaat zijn best doen. We herhalen de volgorde van de muziekstukken. Even later verschijnt de lijkwagen. Gevolgd door de witte dienstauto. Bert Kiewik, Van Bokhoven, de journalist. Tezamen met de acht dragers zullen we een heel gezelschap vormen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De uitvaartleidster stelt zich voor. Nieuw gezicht. Ik onthoud haar naam niet. Ik onthoud die namen nooit. Erger nog, ik versta ze niet, neem het niet op. Hoor een klank. We bespreken het verloop van de dienst. Ze kondigt aan ons welkom te zullen heten, na het eerste muziekstuk, bij binnenkomst. En dan komt daarna het gedicht, en daarna het tweede muziekstuk, dat heb ik er zo bij uitgezocht, zo doen we dat. Alles is duidelijk. We scholen samen voor de aula. Dan is het precies 1 uur geworden. Randy Newman denkt dat het zal gaan regenen vandaag. We gaan naar binnen, ik doe mijn jas uit en leg die naast mij in de bank, en ook mijn das leg ik af. Menselijke vriendelijkheid overstroomt ons. Dan stapt de uitvaartleidster naar voren en heet ons allen, zelfs hartelijk, welkom op de uitvaart van Jan Willem van der Wal, vijfenzeventig jaar oud, gevonden in zijn woning in Amsterdam, die we gaan gedenken met muziek, met deze bloemen, met de voordracht van een gedicht. Dan geeft zij graag het woord aan de heer Starik. Er is geen katheder neergezet. Dat heeft hij al gezien. Kiest positie achter de kist, vouwt zijn papier open en legt zijn hand erop.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;*&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Al het mijne&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In een dansvoorstelling zag ik eens hoe Pina Bausch&lt;br /&gt;van een pak spaghetti een voor een de stengels uitnam&lt;br /&gt;en bij iedere harde dunne sliert uitriep: 'Dies ist meine. &lt;br /&gt;Dies sind alle meine.' Geen idee wat het betekent maar&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;het ontroerde diep. Ik hoorde van een kluizenaar, &lt;br /&gt;zo hard en dun dat zijn buren weigerden hem te ruiken, &lt;br /&gt;ook toen hij al weken sliep. Hij had zichzelf helemaal in zichzelf &lt;br /&gt;opgesloten. Pas toen werd hij bezocht. Een kaal matras &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;had alle vocht trouwhartig opgezogen. Meneer Van Bokhoven &lt;br /&gt;zette bij zijn vertrek alle ramen in het trappenhuis wijd open. &lt;br /&gt;Later die avond nam hij een bad, om de geur ook uit zijn neus &lt;br /&gt;te wassen, de geur van de man die niemand meer was, niets bezat. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Geknakt riet. Stengel na stengel, identiek, ongekookt en waardeloos. &lt;br /&gt;Dun, hard en onbesproken. Van alles verlaten, uit de kooi van zijn lichaam &lt;br /&gt;ontsnapt, een gas. Geen sleutel tot de geest. Geen idee wat het betekent. &lt;br /&gt;Die rekening van niks. Afbetaald, geweest.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;*&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het gedicht wordt weer in vieren gevouwen, ik schuif het behendig onder het groen van het boeket op de geurende kist, bijna onzichtbaar, neem dan weer plaats, wacht de komst van de muziek. Het zal me benieuwen of het gaat lukken het lichaam als kooi bijtijds weg te draaien – en het lukt precies. Nu kan er niets meer misgaan. Voor het laatste muziekstuk zal uitdoven stelt de uitvaartleidster voor dat we allemaal rechtop gaan staan, uit eerbied voor de overledene, om daarna de kist naar de laatste rustplaats te dragen, en zo geschiedt het precies. We wandelen derwaarts. Zelfs hier ruik je hem nog. Meer stilte. Kist daalt. Schepje zand. Koffie.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© voor gedicht en verslag: F. Starik&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-3042328237680233356?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2010_02_01_archive.html#3042328237680233356</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-1351067950889339508</guid><pubDate>Fri, 12 Feb 2010 14:44:00 +0000</pubDate><atom:updated>2010-02-12T15:45:26.542+01:00</atom:updated><title></title><description>&lt;span style="font-weight:bold;"&gt;Eenzame uitvaart nummer 111, Amsterdam.&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;I.M. Eduard de Hont, 16 maart 1949 – 24 januari 2010&lt;br /&gt;Begraafplaats St. Barbara, woensdag 3 februari 2010, 15 uur.&lt;br /&gt;Dichter van dienst: Anneke Brassinga (verslag)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is fris en winderig, opgeklaard na de dag van gisteren die tot middernacht toe een stortvloed van regen had gebracht. Op St. Barbara word ik begroet door 'de jonge mijnheer', de opvolger van zijn vader in het kerkhofbeheerdersambt. Degenkamp junior, dus. Daarna ga ik een sigaret zitten roken op het bankje naast de kapel, waar nog dikke bevroren sneeuwkorsten onder liggen. Om twintig voor drie rijdt de begrafenisauto de poort in, ik leg mijn sigaret even op de zitting om de auto na zijn langzame rondje om het middenperk te laten passeren, en zie tegelijkertijd mijnheer Van Bokhoven aan komen lopen, ook al rokend. Zonder overjas, hij zal het nog koud krijgen. Samen staan we nadat de kist naar binnen is gedragen buiten naast de deur te wachten, hopend dat er toch nog iemand komt. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik heb twee versies van het gedicht, één ingeval van buren die wel, één ingeval van buren die niet komen opdagen. Een paar minuten voor drieën zien we een kwieke fietser naderen, die afstapt en naar het bij de deur staande bezoekersboek loopt. Hij is van 'de Doras', in Noord het centrum voor alle mogelijke maatschappelijke zorg &amp; steun, en kwam om de veertien dagen bij mijnheer De Hont aan huis om zijn financiële administratie te regelen. Hij vertelt dat een buurman geregeld boodschappen deed voor de overledene, en dan met een pilsje werd beloond. Jammer, als die buurman was gekomen kon ik versie één lezen. Maar mooi dat deze hulpverlener gekomen is. Van Bokhoven vertelt over het noodweer op de Canarische eilanden, waar ons aller Starik met vakantie is. Moge hij heelhuids terugkeren…&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na het Air van Johann Sebastian Bach lees ik mijn gedicht, daarna klinkt een Prelude voor piano, en als het orkeststuk inzet hoor ik vanaf de voorste bank een geheimzinnig heel licht geschuifel en gerucht achter mij, totdat de dragers naar de kist toe komen. De deuren zijn geopend, we gaan ter kuile. Op het pad wat resten glazig ijs. Drie treinen rommelen over de spoorbaan terwijl we meneer De Hont naar zijn laatste rustplaats brengen. Het leven gaat door, de kraaien krassen, de wind stoot adem uit. Geen schouderende dragers deze keer, misschien wegens de gladheid, de kist is op het karretje over de paden gereden. Drie schepjes zand op de kist in de diepte, en daarna koffie. Eduard de Hont, bezweken aan een derde hersenbloeding, was best een olijke man, maar gewoon een beetje teruggetrokken, hoor ik. Gelukkig maar; dan heb ik in mijn gedicht de plank niet helemaal misgeslagen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-weight:bold;"&gt;Voetstuk&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;voor Eduard de Hont&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een korte stille straat. Je kon niet ongezien&lt;br /&gt;er wonen, noch ongezien verdwijnen; waar zijn&lt;br /&gt;vandaag je buren, waarom deze eenzame uitvaart?&lt;br /&gt;Vrijgezellen van zestig verkommeren vaak, maar&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;jij had achter het ruitje van de voordeur &lt;br /&gt;een groot rood monter hart gehangen, en ook&lt;br /&gt;de kamerplanten staan er fleurig bij. Je was&lt;br /&gt;misschien gewoon het liefst alleen, hoewel&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;er in de onbeschutte achtertuin twéé stoelen&lt;br /&gt;bij de ronde tafel staan – vergeef me dat ik &lt;br /&gt;zo ver in mijn naspeuringen ben gegaan. &lt;br /&gt;Ik ben nu erg op je gesteld al was het maar&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;om het betonnen voetstuk van de parasol,&lt;br /&gt;in de vorm van je naam: een heel lieve hond.&lt;br /&gt;Wij rouwen om alles wat je zelf hebt gemist,&lt;br /&gt;wat je gewild zou hebben en je niet gegeven is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© voor gedicht en verslag: Anneke Brassinga.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-1351067950889339508?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2010_02_01_archive.html#1351067950889339508</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-4702605894963244551</guid><pubDate>Wed, 10 Feb 2010 13:19:00 +0000</pubDate><atom:updated>2010-02-10T14:23:02.471+01:00</atom:updated><title></title><description>EENZAME UITVAART TE ANTWERPEN -bij monde van Maarten Inghels- bericht:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;'De Eenzame Uitvaart' loopt één jaar in Antwerpen. Ik zou graag zowel de dichters, als de uitvaartondernemer bedanken voor hun inzet, medewerking en overgave het afgelopen jaar. &lt;br /&gt;Alsook het OCMW van Antwerpen en Antwerpen Boekenstad zonder wiens (financiële) steun dit niet mogelijk was.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het afgelopen jaar heeft 'de Eenzame Uitvaart' zeven uitvaarten kunnen verzorgen. De laatste vond afgelopen donderdag plaats waarbij dichter Stijn Vranken het woord nam. Het verslag en gedicht zijn zoals steeds na te lezen op http://www.eenzameuitvaart.be/&lt;br /&gt;Over één jaar Eenzame Uitvaart schreef ik een korte persoonlijke beschouwing op mijn weblog. http://www.maarteninghels.be/ Tot slot maakte de Telenet cultuurzender Exqi Culture een integere reportage over het project dat in de week van Gedichtendag werd vertoond. Het is te bekijken via deze link.http://vimeo.com/9289924&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dankzij de financiële steun van het OCMW Antwerpen kan 'de Eenzame Uitvaart' nog voor onbepaalde tijd doorgaan. Aangezien alle dichters één uitvaart hebben verzorgd zou ik Joke van Leeuwen opnieuw willen vragen voor de eerstvolgende uitvaart, aanstaande vrijdag. Er is ook al het idee geopperd om voor de zes graven (er was één asuitstrooiing) een zerk te voorzien, met het gedicht in gebeiteld bijvoorbeeld. Ik zoek nu uit of dit haalbaar en wettelijk is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maarten Inghels&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-4702605894963244551?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2010_02_01_archive.html#4702605894963244551</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-5535959342784418413</guid><pubDate>Wed, 10 Feb 2010 13:17:00 +0000</pubDate><atom:updated>2010-02-10T14:18:03.569+01:00</atom:updated><title></title><description>&lt;span style="font-weight:bold;"&gt;Eenzame uitvaart nummer 23, DEN HAAG&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Verslag van de eenzame uitvaart van mevrouw Van der Gast,&lt;br /&gt;geboren op 25 september 1933, overleden op 29 januari 2010.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maandag 8 februari, 8.45 uur, Nieuw Eykenduynen, Den Haag&lt;br /&gt;Dichter van dienst: Ruth van Rossum&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik ben op het werk, druk met van alles, als Henk van Zuiden belt. Op 29 januari is mevrouw Van der Gast, 76 jaar oud, in haar bed gevonden. Ze zal maandag 8 februari gecremeerd worden op Nieuw Eykenduynen. Woensdag 3 februari bel ik met Carlo Hagendoorn van de gemeente Den Haag om het weinige te horen dat er te horen valt over mevrouw Van der Gast. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ze was enig kind en woonde in het ouderlijk huis, in de buurt van het Zuiderpark. Haar vader en moeder overleden in 1985 en 1986. Het huis is zeer sober. Het lijkt alsof er al tientallen jaren niets veranderd is. Een ouderwetse wasmachine, een oude Philips-radio. De jas van haar vader hangt aan de kapstok met zijn portemonnee in de zak. De slaapkamer van haar ouders is nog precies zoals deze was toen zij nog leefden. De rouwkaart van het overlijden van haar moeder staat op de schoorsteenmantel. Geen adresboekje, geen ansichtkaarten of brieven. Wel veel oude administratie. De gemeente heeft geen familie kunnen vinden. De buurman kon niets over haar vertellen, behalve dat er af en toe iemand met een rollator langs kwam. Er was veel contant geld in huis. In haar testament heeft zij dit bestemd voor een aantal goede doelen. Ik zie een ouderwets geklede keurige wat magere dame voor me. Ze kon kennelijk voor zichzelf zorgen, er was geen hulp. Buren moeten haar op straat gezien hebben, ze kwam in winkels, kocht eten, zij kende winkeliers en winkeliers kenden haar.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De sfeer in het huis - gestold verleden - schijnt zo bijzonder te zijn dat Carlo me aanbiedt om er te gaan kijken. Na enige overweging besluit ik dit niet te doen. Het bovenstaande verhaal roept bij mij al ruim voldoende gevoel op, daar hoeven niet meer beelden aan toegevoegd te worden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het thema lijkt onontkoombaar: mevrouw Van der Gast heeft, om wat voor redenen, keuzen of toevalligheden dan ook, geen eigen leven, geen eigen huis opgebouwd. Ze is blijven wonen in het verleden. We zullen niet weten hoe dit kwam en of ze hier verdriet van of vrede mee had. Hoe was de relatie met haar ouders? Was de tijd dat ze daar gedrieën woonden een goede tijd, of niet? En wie was de bezoeker met de rollator? Een vriend, een geliefde wellicht die elders woonde? Dit verken ik in een strofe die ik later weer uit het gedicht haal. Ik denk: geen enkel mens kiest ervoor om alleen te zijn. Het gedicht wordt daarom uiteindelijk niet zo vrolijk. Ik probeer er de sobere sfeer die ik me bij het huis en het leven van mevrouw Van der Gast voorstel in op te roepen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als ik door de stroeve kou aan kom fietsen bij Nieuw Eykenduynen staat Henk daar al te wachten. Het is de eerste keer dat ik een eenzame crematie meemaak. Er komen nog twee gasten, redacteuren van het blad Kerk in Den Haag dat onlangs aandacht besteedde aan de eenzame uitvaart. De uitvaartbegeleider is een bekende: de heer Versluis, die ook aanwezig was bij mijn vorige eenzame uitvaart. Dat draagt bij aan de intimiteit van deze uitvaart. Mijn boeketje blauwe hyacinten wordt bij de kist gelegd. Op de kist ligt een boeket met rood oranje groene tinten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We gaan zitten in de zaal, op de eerste rij, voor het spreekgestoelte. Ik heb klassieke muziek uitgekozen: Salve Regina van Pergolesi, gezongen door Emma Kirkby en daarna het thema van Schindler’s List, gecomponeerd door J. Williams. Versluis nodigt me uit om het gedicht voor te dragen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-weight:bold;"&gt;Waar ga ik heen?&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bij de uitvaart van mevrouw Van der Gast,&lt;br /&gt;25 september 1933 - 29 januari 2010&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het huis bleef onveranderd. Tot zij overleden&lt;br /&gt;woonden wij daar samen en was ik een gezin&lt;br /&gt;zoals veel mensen hebben zonder een besef&lt;br /&gt;van hun uitzonderlijke geluk. Ik bleef leven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zijn jas hangt aan de kapstok, portemonnee &lt;br /&gt;nog in de binnenzak. Haar nachtgoed op de &lt;br /&gt;planken. Twee sneetjes uit de trommel eet ik&lt;br /&gt;ons brood, dezelfde borden, hetzelfde bestek.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik stof hun kamer en maak mezelf niets wijs. &lt;br /&gt;Maar waarom opruimen om plaats te maken &lt;br /&gt;voor meer leegte? Hier komt niemand terug.&lt;br /&gt;Hier is geen heden voor mij om in te wonen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als we geluisterd hebben naar Requiem: Introit van K. Jenkins nodigt Versluis ons uit om rond de kist te komen en enkele minuten stil te staan, met onze gedachten of gebeden, bij mevrouw Van der Gast, “want dat kan nooit geen kwaad”. Het is een mooi gebaar en ik ben er blij mee.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Versluis had tevoren al aangekondigd dat we een kopje koffie zouden krijgen in de ontvangstruimte. Hij had Henk en mij na afloop van de eenzame uitvaart van zijn oom zien zitten in het koffiehuis naast Oud Eik en Duinen en vond dat eigenlijk nogal gênant. Daar zitten we dan met z’n vieren, een beetje stilletjes. Tot Versluis aanschuift die vertelt over zijn vak en zijn familie en zichzelf en de eenzame uitvaart van zijn oom. En passant laat hij mij nog weten dat de gemiddelde Hagenaar geen chocola zou kunnen maken van het soort muziek dat ik uitkoos. Hij zou het wat luchtiger doen. André Rieu, dat doet het heel goed tegenwoordig. Hij vertelt dat hij het verslag van de eenzame uitvaart van zijn oom door heeft gemaild aan wat familieleden, die allemaal blij waren met het bericht en met het feit dat er toch aandacht was besteed aan de begrafenis. Het is goed om tussen meer afstandelijke uitvaartbegeleiders deze betrokken man tegen te komen die er echt iets van probeert te maken. “Ik hoop jullie nog vaak te zien”, zegt hij bij het afscheid nemen tegen Henk en mij, “want dat betekent dat we allemaal nog lang leven”. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt; gedicht en verslag Ruth van Rossum, 2010&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-5535959342784418413?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2010_02_01_archive.html#5535959342784418413</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-1553080783440014101</guid><pubDate>Sat, 09 Jan 2010 10:58:00 +0000</pubDate><atom:updated>2010-01-09T11:59:28.562+01:00</atom:updated><title></title><description>8 januari 2010&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Eenzame uitvaart nummer 14, Utrecht&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op 2 januari j.l. overleed op 55 jarige leeftijd in ziekenhuis Diakonessenhuis de heer R.E. Boxman. Hij woonde op een troosteloos flatje aan de Berlagelaan in Hilversum, had geen partner, geen kinderen en was enig kind. Dat is, naast zijn uitkeringsgegevens, dan ook alles wat er over hem bekend is. Familie, vrienden en nabestaanden waren er niet, of niet traceerbaar, derhalve restte een eenzame uitvaart op 8 januari op begraafplaats Tolsteeg. Dichter van dienst was Ingmar Heytze.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;- verslag: Ruben van Gogh&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vanaf het moment dat Bart FM Droog, in hoedanigheid van eerste stadsdichter te Groningen, het verzorgen van een gedicht bij onbezochte uitvaarten introduceerde, geldt de zogeheten Eenzame Uitvaart als morele plicht voor iedere stadsdichter. Utrecht doet het rustig aan: Ingmar Heytze gaat zijn tweede jaar als stadsdichter in, en dit is pas de eerste Eenzame Uitvaart sinds zijn aanstelling.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ingmar en ik glibberen op deze witte, koude, vroege ochtend per fiets de stad door en bereiken met een flinke omweg begraafplaats Tolsteeg. Daar worden we opgewacht door de uitvaartleider van Tap-Ouwerkerk, vier dragers (studenten) en een medewerker van de begraafplaats. Even later, nadat de wagen is gearriveerd, lopen we achter de baar naar de laatste rustplaats voor dhr. Boxman. Het is wit, het is koud. De begraafplaats ademt stilte. De zerken steken vanochtend nog nadrukkelijker dan anders uit met hun donkere tinten. Ingmar Heytze draagt zwarte kleding. Op sommige nieuwere stenen is een foto aangebracht van de overledene. Zij krijgen postuum alsnog nog een gezicht voor de toevallige bezoeker, die niet eens weet had van hun bestaan en heengaan. Wij lopen achter een gesloten kist, waarin een gezichtloze ligt: alles wat wij weten is zijn naam en daarmee weten wij al zoveel meer dan alle bezoekers na ons zullen weten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het graf ligt vlak tegen de Bokkenstraat aan; een serie eind 18e, vroeg 19e eeuwse huisjes in de jaren '80 Bokkenbuurt. De voetspoortjes die we overal zien, bewijzen dat er 's nachts wel degelijk leven rondwaart langs de zerken.&lt;br /&gt;Als de kist klaarligt om de diepte van het graf in te dalen, maken de dragers een buiging. Ingmar Heytze treedt uit het omringende wit toe om zijn gedicht te lezen. Een bizar tableau vivant: aan weerszijden van het graf staan nog de dragers, achter hen in het midden de medewerker van begraafplaats Tolsteeg en vooraan de uitvaartleider, en allen kijken zij Ingmar loodrecht aan. Niettemin draagt Ingmar zijn gedicht onverstoorbaar en statig voor. Op het juiste moment ratelt in de verte een trein voorbij. Als we weer teruglopen wijst Ingmar me op de horizon, waarachter de zon voorzichtige pogingen doet te voorschijn te komen.  Dat zijn altijd de twee herinneringen die je bijblijven van een begrafenis, bedenk ik me: het weer en de geluiden. Verder raakt alles vergeten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-weight:bold;"&gt;aangepaste dienstregeling&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bij de eenzame uitvaart van R.E. Boxman&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nu ben je weg. De grond is hard. Op de kist  &lt;br /&gt;sneeuwt het vraagtekens, altijd weer. Als ik iets  &lt;br /&gt;wist te zeggen zei ik dit: de wereld wordt wit,  &lt;br /&gt;ook zonder dat er iemand ademhaalt. Je ligt  &lt;br /&gt;hier hoe dan ook niet lang. Vandaag, morgen,  &lt;br /&gt;over een week komt de trein naar huis voorbij&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;langs dooiende sloten in schuine, bleke strepen  &lt;br /&gt;zon. Kun je daar niet op wachten? Bind ijzers  &lt;br /&gt;onder en kluun naar de singel, zoek een schaatser  &lt;br /&gt;op lage noren, haak aan als een schaduw over  &lt;br /&gt;het ijs. Wanneer ook dat niet gaat, blijf liever &lt;br /&gt;hier, in deze aarde, nog stiller dan het leven&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;dat je achterliet en niemand weet waarom.  &lt;br /&gt;Ergens, matig ik me aan te denken, moet er iets  &lt;br /&gt;zijn misgegaan: vastgevroren wissels, reservevloot  &lt;br /&gt;niet winterklaar. Wat hindert het. Op een dag,  &lt;br /&gt;werd ons beloofd, is iedereen weer thuis. Stap  &lt;br /&gt;binnen. Sluit de deur. Kijk niet meer om.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;08-01-2010, Ingmar Heytze&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-1553080783440014101?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2010_01_01_archive.html#1553080783440014101</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-8070150465627782707</guid><pubDate>Wed, 30 Dec 2009 10:17:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-12-30T11:18:24.744+01:00</atom:updated><title></title><description>&lt;span style="font-weight:bold;"&gt;Eenzame uitvaart  nummer 110&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;I.M. Zbigniew Tadeusz Bielecki, 15 augustus 1961 Koszalin, Polen – 17 december 2009 Huis van Bewaring Overamstel, Amsterdam&lt;br /&gt;Begraafplaats De Nieuwe Ooster, dinsdag 29 december, 14.45 uur&lt;br /&gt;Dichter van dienst: Wim Brands&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Antwoordapparaat. Als ik thuiskom, tref ik Van Bokhoven nipt op kantoor, ofschoon het vrijdagmiddag al tegen zessen loopt. We proberen de fax nog maar eens, het gaat om een Poolse meneer. Moeilijke naam dus. De fax maakt keurig verbinding, maar spuugt na lang nadenken toch maar twee blanco velletjes uit. We bellen opnieuw. We spellen zijn naam.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij werd dood gevonden in zijn cel, op 17 december. Het lichaam werd door de politie in beslag genomen. Er vond obductie plaats. Tot welke bevinding dit leidde, deelde de politie niet mee. De dienstdoend rechercheur wenste zijn kennis niet te delen, niet met meneer Van Bokhoven, en dan zeker niet met de dichter van dienst. De rechercheur weet dingen die anderen niet mogen weten. Daarom is hij zo belangrijk en geheimzinnig. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het lichaam werd op 21 december door de recherche vrijgegeven. Toen Van Bokhoven om meer informatie belde, was er nog niets uitgezocht – men had niet de moeite genomen familie op te sporen, die heel misschien wel wil weten dat er iemand dood is. Meneer had geen vaste woon- of verblijfsplaats. Gedurende zijn detentie, die ongeveer een maand lang duurde, is er niemand op bezoek gekomen.  Aan een ganggenoot vertelde hij dat er een ex-vrouw is, kinderen, een broer – allemaal in Polen. Via de Poolse ambassade wordt de broer achterhaald. Die heeft geen geld om over te komen, voor de uitvaart. Er is ook geen geld om de overledene in Polen te laten begraven. Hij uit de wens dat er, hier, in Amsterdam dan maar, een crematie plaatsvindt en vraagt of de as te zijner tijd kan worden opgestuurd. Dat kan dan weer wel. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De rechercheur belde Van Bokhoven nog een keer om te zeggen dat hij het horloge van de overledene moest komen ophalen, een huis-tuin-en-keukending, niks waard. Gooi die zelf maar weg, zou Van Bokhoven geantwoord hebben. Bij de Dienst hebben ze daar een speciale container voor. Mobieltjes, pasjes, dat soort dingen. Die worden door een gespecialiseerd bedrijf vernietigd. Ze zullen zo'n container bij de politie ook wel hebben. &lt;br /&gt;En deze meneer had dus verder helemaal niets: geen geld, geen pasjes, geen mobiel, niks. Alleen dat goedkope rothorloge, dat voor hem bijhield hoe laat het nu weer geworden was. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik tref Wim Brands bij de tramhalte. Trots laat ik het truukje met de ov-chipkaart zien. Zo eenvoudig is het. Vergeet prompt om uit te checken, bij de overstap. Tientje kwijt, geloof ik, is de straf. Ik zal tot in lengte van dagen niet meer uit die tram verdwijnen. Bedenk dat pas als ik de pas tevoorschijn haal om wederom in te checken. Dat is te laat. Daarbij kiezen we bij het instappen van de tram voor een verkeerde deur, die eigenlijk alleen voor uitstappen is bedoeld: we komen klem te zitten tussen deur en poortje, worden als het ware gevangen op de trap, staan als twee stoute jongetjes in de hoek.  We overwegen om eroverheen te klimmen. Moet mogelijk zijn. Een meneer helpt ons eruit door het hekje achteruit te duwen, terwijl ik mij zo klein mogelijk maak in de verste hoek. 'Nu moet je dat ook bij mij doen,' vindt Wim. Het gaat maar net. 'Drie kilo overgewicht,' schat hij. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We zijn vroeg. We slenteren wat over de begraafplaats. Ik laat de Mercedes met de gul openstaande deuren op de zwartmarmeren glansplaat zien, toon waar Wally Tax ligt, we komen op de terugweg Kees Fens tegen. Hij heeft hele grote letters gekregen. In kapitalen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De uitvaartleider neemt de muziek in ontvangst, mooi, Bartoli, zegt hij. Van Tindersticks heeft hij nog nooit gehoord. Strijkkwartet, mompelt hij goedkeurend over het derde doosje. Komt goed. Even nadat de lijkwagen rechts achterom is gereden, we krijgen dus de grote aula, arriveert Van Bokhoven. We wachten buiten tot het tijd geworden is. Van Bokhoven vertelt over die aardige mevrouw Arts van de Poolse ambassade, hij heeft haar nog een paar keer aan de telefoon gehad. Zou het misschien die mevrouw zijn, die daar in de verte nadert, met dat uitbundige bloemstuk van donkerrode rozen, in het gezelschap van die onberispelijke heer? Maar ze lopen ons voorbij, gaan naar binnen, ze komen voor de uitvaart van half vier.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De uitvaartleider gaat ons voor, de grote aula binnen, waar die grote stoelen op de voorste rij voor de directe familie zijn bedoeld. Achter die eerste rij stoelen met armleuningen wordt het meubilair eenvoudiger. Van Bokhoven en Brands gaan op links zitten, ik neem plaats op rechts. Cecilia Bartoli zingt Händel wonderschoon. Als het lied gedaan is komt de uitvaartleider naar voren, ik knik eveneens naar Brands, die opstaat en het gedicht zal voordragen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;*&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik ken je niet, nee, maar denk te weten wie je bent: mijn grootmoeder&lt;br /&gt;bij voorbeeld die net als jij Polen verliet, ze telde onderweg de&lt;br /&gt;kerktorens om thuis niet kwijt te raken –&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;ze herhaalde dat tellen elke avond in haar dienstbodenkamer – en jij,&lt;br /&gt;wat telde jij in je kamer in het Huis van Bewaring?&lt;br /&gt;Ik weet dat je enige bezit een horloge was.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik hoop dat je denkt aan uren waarin je geleund tegen een warme muur&lt;br /&gt;wacht op je broer – ik weet ook dat je een broer hebt – met wie je gaat&lt;br /&gt;vissen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nee, ik ken je niet, maar je bent de Rus naast wie ik soms op een&lt;br /&gt;bankje aan het water zit, hij wijst naar de boten, al vissend – en &lt;br /&gt;imiteert een kanon en ik knik.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Je bent de Roemeen die elke ochtend aan de rand van de stad uit een&lt;br /&gt;auto wordt gezet. We zwaaien naar elkaar zoals watersporters dat doen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik denk dat ik je sprak vlak voordat ons buurtfeest begon.&lt;br /&gt;Je vroeg of je welkom was.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Je was de ongenode gast die in een kamer sliep met negen anderen,&lt;br /&gt;eigenlijk was je doodziek terwijl je de hele dag nog toeristen door de &lt;br /&gt;stad moest fietsen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik zie je angstige, boze blik toen iemand dokter mompelde.&lt;br /&gt;Voor we het wisten was je verdwenen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;*&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De microfoon staat zeer luid afgesteld, alsof er een menigte mensen moet worden toegesproken, van wie een deel hardhorend is, en een ander deel last heeft van een hardnekkige, vastzittende hoest. Vanwege dat horloge heb ik Tindersticks meegebracht, het eerste, instrumentale, nummer van het album The Hungry Saw, dat zo mooi verdrietig wegsterft, als een klok die ophoudt met tikken, inderdaad. Als laatste stuk koos ik voor het Borodin-ensemble, Tsjaikovski, het eerste strijkkwartet. Bijna acht minuten. We hebben de tijd. Als de muziek is uitgeklonken, vraagt de uitvaartleider of hij ons mag voorgaan. Dat mag. We staan op, buigen voor de dode, ik geef een klopje op de kist. We lopen zo de koffiekamer in. Ik eet twee plakjes cake. Ik vind de cake lekker. Hij lijkt nog een beetje warm te wezen, alsof hij hier in huis is gebakken. Ik heb nog nooit een plakje cake gegeten, bij een eenzame uitvaart. Ik heb alleen gadegeslagen hoe anderen dat doen. Ook Wim Brands neemt een plakje, net als Van Bokhoven, ieder één.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op de terugweg wil mijn moderne snufje mij geen goede reis meer wensen, natuurlijk, ik rijd nog altijd in die andere tram rond, er is niet voldoende saldo over om mij terug te brengen. Ik leg het allemaal aan de conductrice uit. Ze haalt haar schouders op. Wim zegt: 'Dat doe je verkeerd. Je houdt je kaart bij het instappen voortaan gewoon twee keer voor de kaartlezer, heb je meteen weer uitgecheckt, kan je dat ook niet meer vergeten.' Check in. Check uit. Klaar. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© voor het gedicht: Wim Brands&lt;br /&gt;© voor het verslag: F. Starik.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-8070150465627782707?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2009_12_01_archive.html#8070150465627782707</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-223525054314231602</guid><pubDate>Sun, 13 Dec 2009 11:13:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-12-13T12:14:48.497+01:00</atom:updated><title></title><description>Eenzame Uitvaart nr.6, ANTWERPEN, SCHOONSELHOF&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;R.L.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;R.L. is op 19 februari 1950 geboren te Antwerpen en daar overleden op 2 december 2009. R.L. werd begraven op 10 december 2009 op begraafplaats Schoonselhof. &lt;br /&gt;Dichter van dienst was Andy Fierens.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wanneer in de Aldi achter mijn hoek de speculaas uit de rekken wordt gehaald, krijg ik een mailtje van de Firma. De Firma heft zijn mails steeds op dezelfde manier aan, en sluit ze weer identiek af. Daartussen zit een opsomming van biografische gegevens zo uit het rijksregister geplukt. Veel gegevens zijn het nooit. Twee datums, de naam van een ziekenhuis of een rusthuis, eventueel een straatnaam. Deze mail maakt gewag van een eenzame uitvaart die ze hebben ontvangen van het Sociaal Centrum Veemarkt. Meneer heeft familie maar ‘deze doet volledige afstand van hem’. Meer afstand dan de dood kan ik soms niet bedenken. Ik bel Andy Fierens op die na zijn grimmige debuut ‘Grote smerige vlinder’ een mooi gedicht zal proberen te schrijven. Iets wat hij sinds zijn koerscorrectie tien jaar geleden niet meer deed, zei hij, maar nog wel kon. Hij heeft anderhalve dag om het gedicht voor meneer L. te pennen. Wanneer ik inhaak beslis ik om even langs meneer L. zijn oude straat te rijden, het is niet ver en bruikbare informatie voor het gedicht hebben we niet. Zijn brievenbus zit vol reclamefolders, en de versleten vitrage hangt voor het raam. Meneer L. woonde gelijkvloers. Als ik bij de buurman aanbel kan die me niets meer vertellen dan dat R.L. op zichzelf was, en alleen. En dat R.L. nog een broer had die tot aan zijn dood afgelopen zomer schuin over hem woonde. Sinds de dood van zijn broer was meneer L. steeds meer op café te vinden dan elders, zei de buurman nog. En dan werd hij ziek.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wanneer Andy en ik ceremoniemeester Bert aan de ingang van de begraafplaats vinden, merken we naast een grote troep kraaien in een dode boom ook op dat er nog bezoekers voor de uitvaart zijn. Eerst twee vrouwen die zeggen verre familie te zijn, en dan duikt er nog een broer op van meneer L. Ceremoniemeester Bert is zoals steeds zijn hartelijke zelf, maar wordt toch wat ongeduldig; het is drie uur en de gravers wachten niet. Er is wat verwarring, men moet nog wachten op nog twee familieleden die ‘van ver komen’. Andy en ik duiken al bij Bert in zijn kleine vinnige autootje, met mijn lange benen mag ik vooraan, en in de spiegels zien we een Nederlandse wagen het kerkhof oprijden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Uiteindelijk kunnen we nog een kleine stoet vormen die van de wagens naar het graf wandelt. We hadden onze komst al voorgelegd aan de verre familie die onverwacht was opgedoken, maar Bert doet aan het graf de reden van ons bezoek nog eens uit te doeken. Dan is het Andy zijn beurt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;R.L. (1950 – 2009)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;was wekenlange regen voorbode van dit lot? &lt;br /&gt;had het zijn zaad sinds lang in jou gezaaid? &lt;br /&gt;of kwam het ongedacht, als iemand die je laat&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;voorgaan in een drukke bar. het leven heeft &lt;br /&gt;zijn wetten, de dood zijn rituelen. we zijn hier &lt;br /&gt;omdat we hier zijn. dat moet volstaan. tot we&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;vertrekken, om dezelfde vage reden. daartussen &lt;br /&gt;vullen we de dagen, het staren naar de slinger &lt;br /&gt;van de klok. wat zeg je als men vraagt waarom&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;je kinderen niet spreken of hoe het is, nu een broer &lt;br /&gt;uit zicht verdween. je slikt en staart, woorden lopen &lt;br /&gt;jankend van je weg. zie. zie dat blad daar aan die&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;boom, het wuift als een vermoeide hand, breekt niet &lt;br /&gt;van de tak maar laat langzaam los, valt niet, wiegt &lt;br /&gt;zachtjes naar de grond. het is december, bijna kerst&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;- geen vetes meer, geen tranen. hoe helder &lt;br /&gt;deze eerste nacht onder een bloedloze maan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bert rondt de begrafenis af met de mededeling dat wie het wil de kist kan groeten op de manier die hem het meest geschikt lijkt, niets is ongepast. Er wordt wat onwennig heen en weer geschuifeld, niemand maakt aanstalten, tot er toch middels een klein duwtje in de rug beweging komt in het gezelschap. Dan is het voorbij, de kist wordt hakkelend de kuil in gelaten en er lijkt een kleine reünie te ontstaan tussen de familieleden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Van Bert krijgen Andy en ik nog een kleine lift naar de uitgang van de begraafplaats. Aan de tramhalte in Hoboken is er nog café De Leuvenaar waar Andy en ik koffie en wijn nuttigen. Er wordt een eigenaardig biljartspel gespeeld en op het prikbord aan de toiletten hangt de mededeling dat er een ‘teerfeest’ wordt georganiseerd. Door het raam zie ik de wolken openbreken en een grote troep kraaien vliegt krijsend op.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor gedicht: Andy Fierens &lt;br /&gt;Voor verslag: Maarten Inghels&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-223525054314231602?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2009_12_01_archive.html#223525054314231602</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-7993010660793013375</guid><pubDate>Mon, 30 Nov 2009 15:51:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-11-30T16:52:27.748+01:00</atom:updated><title></title><description>Eenzame uitvaart nummer 22, Den Haag&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;I.M. Anish Lipassa, geboren op 12 januari 1940, overleden in Den Haag op 21 november 2009. &lt;br /&gt;maandag 30 november 2009, 09.00 uur, begraafplaats Oud Eik en Duinen, Den Haag.&lt;br /&gt;Dichter van dienst: Kees 't Hart&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op donderdag 26 november belde Henk van Zuiden over het overlijden van de Heer Lipassa. Hij was 24 november dood in zijn huis aangetroffen door de politie nadat een buurvrouw hen had gebeld. Hij had waarschijnlijk een paar dagen dood in zijn huis gelegen. Er was niet veel over hem bekend. Hij had een zoon (1966) en een dochter (1974) uit drie huwelijken maar zij hadden geen contact met hun vader en wilden op geen enkele manier bij de begrafenis betrokken worden. De dochter wist niet dat hij haar vader was. Ik heb zijn buurvrouw gebeld, zij had de politie gewaarschuwd, maar zij wist vrijwel niets over de Heer Lipassa. Hij was eenzelvig, zocht geen enkel contact, ze wist wel dat het de laatste jaren wat minder met hem ging, er was een keer een klein brandje geweest. Hij had eten aan laten branden. Ook wist ze dat hij een aantal jaar geleden nog in Suriname was geweest, maar ze wist niet of hij daar was geboren. Meer gegevens kreeg ik niet los. Ik belde nog Gerard van Poelgeest van de Gemeente Den Haag of hij toch nog iets meer wist, maar dit was het. &lt;br /&gt;Ik schreef het gedicht op zondagavond, zoals gewoonlijk zo kort mogelijk voor de begrafenis, dat houdt alle mogelijkheden zo lang mogelijk open. Op de fiets naar de begraafplaats bedacht ik dat mijn laatste zin niet goed was. Ik had geschreven: ‘ik was als altijd weer te laat’. Dat leek me ineens veel te metafysisch en symbolisch, bovendien aanstellerig want ik was helemaal niet te laat. Ik bedacht op de fiets de regels: ‘zoals altijd was ik er weer.’ Dat was waar en er zat geen filosofie aan. Ik leende een pen van de vertegenwoordiger van de begraafplaats en veranderde de regel in het gedicht. De begrafenis was sober. De vertegenwoordiger vertelde me dat er vijf anderen konden komen, wat me enigszins verbaasde. Wie zouden dat kunnen zijn? Maar er kwam niemand, we waren in totaal met z’n vieren, de begrafenisondernemer, de vertegenwoordiger van de begraafplaats, Henk van Zuiden en ik. Ik zocht een muziekstukje uit, van Chopin, maar achteraf vond ik het wat te pompeus, al klonk het wel dramatisch. Ik las het gedicht rustig voor. De kist werd vervoerd door vier dragers.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Gedicht voor Anish Lipassa &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;doodgaan is geen wereldwonder&lt;br /&gt;al komt er vaak heel wat bij kijken&lt;br /&gt;de een sterft in een donkere kamer&lt;br /&gt;de ander thuis of in een ziekenhuis&lt;br /&gt;of rijdt er zijn auto bij in de prak&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;je kunt je niet goed voorbereiden&lt;br /&gt;al valt dat soms ook wel weer mee&lt;br /&gt;ik was bij mijn moeder toen ze stierf&lt;br /&gt;ze wist ervan en knikte even naar me&lt;br /&gt;we waren thuis de gordijnen open&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;bij jou was niemand toen je ging&lt;br /&gt;misschien was je even ingedut en toen&lt;br /&gt;was de tijd je voorgoed opgebroken&lt;br /&gt;het had veel weg van de gewoonste zaken&lt;br /&gt;zelfs de tijd voor angst was weg gewist&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;eenzelvige man die niemand tot zich liet&lt;br /&gt;dat was geen optie alleen vroeger even&lt;br /&gt;Surinamer bleef je meestal op een afstand&lt;br /&gt;je moet wat in je kamer hebben afgereisd&lt;br /&gt;dag meneer, zoals altijd was ik er weer&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kees `t Hart &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-7993010660793013375?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2009_11_01_archive.html#7993010660793013375</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-6342495662267301612</guid><pubDate>Mon, 23 Nov 2009 11:57:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-11-23T12:59:15.577+01:00</atom:updated><title></title><description>Eenzame uitvaart nummer 21, Den Haag, Nieuw Eik en Duinen, 18 november 2009 &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;I.M. Huib Jansen op de Tak, geboren op 25 januari 1947 en overleden op 10 november 2009 &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dichter van dienst: Erwin Vogelezang&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat er 50 manieren zijn om je geliefde te verlaten, is al sinds het midden van de jaren '70 bekend. Vanaf vandaag weet ik dat er ook minimaal 51 manieren zijn om te sterven. Huib koos op zijn 62e voor de 51e manier. En zette met vaste tekenaarshand drie ferme strepen onder zijn bestaan. Wat rest zijn de geijkte vragen die ik, tegen beter weten in, toch stel aan de volumineuzige neef én kunstbroeder (“Hij stond eens in de tien jaar plotseling voor de deur en als hij weer was vertrokken, had ik eigenlijk geen idee waar het gesprek over ging”), de buurvrouw met de woonboot die Huib nog steeds zou kopen (“Soms schoot ik wel eens weg als ik hem aan zag komen lopen – als hij eenmaal op zijn praatstoel zat, kwam je bijna niet meer van hem af. Maar het was een hele vriendelijke man”) en de dame van de Soos (“Ik had met hem te doen. Hij had het over zijn overleden moeder alsof het gisteren was gebeurd”). &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar het antwoord op de vragen waarom nu en waarom op deze manier? Ik vind ze niet. Ook niet in de brief die in zijn dossier is blijven steken, want hoewel letterlijk aan zijn ouders gericht, is de toon verraderlijk afstandelijk. Vader speelde piano, moeder bakte appeltaart, Huib blijft ongrijpbaar. En zijn tekeningen? Die heeft geen enkele aanwezige ooit gezien. Toch kan daar nog verandering in komen: het televisieprogramma Kruispunt, vandaag vertegenwoordigd door een cameraman, zal aandacht aan Huib's dood besteden en aanwezig zijn bij het ontruimen van de woning. Een behoorlijke opgave, want zijn almaar uitdijende collectie watalnietenzusenzo (“Er hing al jaren een eenzame kerstbal in het raamkozijn”) was zo ver opgerukt, dat Huib slechts een leef- en sterfruimte restte van enkele vierkante meters. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Of het iets te maken heeft met de media-aandacht weet ik niet, maar dit is mijn eerste Eenzame Uitvaart waarbij de uitvaartleider het woord tot de aanwezigen richt. Hij zegt iets over stof. Maar dat vindt pas later plaats, als de kist met Huib afdaalt in het door hem enkele maanden geleden gereserveerde familiegraf (Vader, Moeder, Broer) en de herfstwind heerst. Eerst luisteren we binnen naar 'The Proposition #1' (Nick Cave &amp; Warren Ellis), 'Do not go gentle into that good night' (Dylan Thomas, uitvoering van John Cale) en 'Het Dorp' (Wim Sonneveld), waar Huib in zijn brief aan refereerde. Tijdens de, ook documentair noodzakelijke, nazit-met-koffie krijg ik van de dochter van de buurvouw met de woonboot, toch nog een onverwacht inkijkje in de denkwijze van de overledene. Hij noemde haar altijd 'de indiaan'. Zij heeft nooit goed begrepen waarom. Maar wie straks de documentaire bekijkt, ziet het direct: ook Zilverslang bewijst Huib vandaag de laatste eer. “Omdat ik vind dat het zo hoort,” zegt ze. Iedereen knikt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;appeltaartpiano&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;ik ben hier om de huid van een bestaan&lt;br /&gt;om u te vouwen, omdat u zo moest waken,&lt;br /&gt;omdat Vader dat voor Moeder vroeg.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;ik ben hier omdat Broer er niet is,&lt;br /&gt;omdat sterven mensenwerk, omdat was &lt;br /&gt;steeds gedaan en vochtvoeten gezalfd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;ik ben hier omdat u kordate lijnen trok &lt;br /&gt;om chaos buiten, herinnering binnen –&lt;br /&gt;en om u in het midden, thuiskomend. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;ik ben hier om wat u open hield te vullen&lt;br /&gt;met uzelf, omdat u er drie harde strepen &lt;br /&gt;onder zette, om Broer, piano, appeltaart.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;(C) Voor gedicht en verslag: Erwin Vogelezang&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-6342495662267301612?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2009_11_01_archive.html#6342495662267301612</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-6751954400686170553</guid><pubDate>Wed, 18 Nov 2009 10:52:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-11-18T11:53:49.568+01:00</atom:updated><title></title><description>Eenzame uitvaart nummer 20, Den Haag, Oud Eik en Duinen, 17 november 2009 &lt;br /&gt;Dichter van dienst: Gilles Boeuf.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Johan Vuurenzee&lt;br /&gt;Zoetermeer, 24 september 1954&lt;br /&gt;Den Haag, 13 november 2009 &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Steijnlaan in Den Haag, vlak bij het centrum. Ik sta er om een indruk te krijgen van het leven van een man waarover bij de gemeente weinig bekend is. Hij is in die straat, in zijn huis dood aangetroffen, waarschijnlijk na er twee weken te hebben gelegen. De politie was getipt door een buurtbewoner die hem al een tijdje niet gezien had. De politie was niet verbaasd want de heer Vuurenzee was een notoir drugsgebruiker geweest.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een gebruiker waar de familie geen contact meer mee wilde. Zijn moeder, grootmoeder en zus distantieerden zich van de uitvaart. Zijn straat en zijn voordeur, meer informatie is er niet voor handen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wanneer ik een aantal dagen later het terrein van Oud Eik en Duinen oploop zie ik een bestelauto voor de aula staan waar een prachtige bloemenkrans uitgetild wordt. Compleet met wit lint en gouden namen; twee vrouwennamen. Ik vraag mij af of zijn familie toch iets heeft willen doen, maar kom er al snel achter dat de heer Vuurenzee een ex-vriendin had die nog erg met hem begaan is. Binnen tien minuten is het voorportaal van de aula gevuld met zo´n veertig mensen, vrienden en kennissen van de overledene en van diens ex-vriendin. Opeens voel ik mij nogal lullig met muziek die ik heb uitgezocht en die hen misschien niets zegt of die voor hen wellicht niet past bij Johan Vuurenzee. Ik vertel waarom ik er ben, dat ik hen totaal niet voor het hoofd wil stoten en met alle liefde mij terug trek uit hun afscheidsceremonie. Dat blijkt niet nodig, de ex-vriendin zegt blij te zijn met de aandacht die er voor hem is en we maken een praatje. Veel vrienden hebben rozen meegebracht en ik zie dat ze elkaar onderling hartelijk begroeten als goede bekenden. Een goede vriendin zegt over Johan: “Hij was misschien wel ‘strange’, maar hij was zeer geliefd”. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De aula vult zich en het eerste lied waar we naar luisteren is: “I heard the lonesome whistle blow” van Johhny Cash. Ik weet niet of het Johan Vuurenzee zijn muziek was, maar ik ben wel erg blij dat ik dit maal geen klassieke muziek heb meegenomen. Na mijn gedicht luisteren we naar “Here it is” van Leonard Cohen. Ik denk aan de uitspraak dat Johan zeer geliefd was en zie het verdriet bij zijn vrienden en hoor Cohen zingen: “(…) and here is your love for all things.”&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Buiten is het droog, een zachte herfstzon breekt nog net niet door de grauwe lucht. We volgen de dragers en zo eenzaam als sommige eenzame uitvaarten ook zijn, dit keer is het tegendeel waar. Vrienden, zelfs een ex-geliefde zijn deze man blijven omringen. De kist is bezaaid met bloemen wanneer hij naar beneden zakt. De ex raakt met haar vingers nog even de kist aan en huilt. Een jongen van een jaar of 12 loopt weg en zijn moeder slaat een arm om hem heen.  De uitvaartleidster verzoekt ons vrij snel om onze weg te vervolgen en de hele groep voelt een aarzeling om weg te lopen. Wanneer de eerste mensen een paar stappen richting de uitgang zetten, komt de hele groep langzaam in beweging. Ik praat nog even met de ex-vriendin. Ze is aangedaan maar ook heel tevreden over hoe netjes de gemeente, zo zegt ze het, de uitvaart heeft geregeld. De goede vriendin die ik eerder sprak vertelt nog over Johan dat hij ‘een enorme speedjunk’ was. “Maar,” zegt ze, “hij had altijd een lach en stond voor iedereen klaar.” “Hij was altijd ergens mee bezig en verzamelde van alles.” Meteen zie ik voor mij hoe zijn huis er van binnen wellicht uit heeft gezien. Tot aan de nok toe gevuld met spullen. Een eigen universum. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Roes&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ieder leven begint in een straat&lt;br /&gt;Aan een weg die een naam heeft&lt;br /&gt;In een huis&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er zijn twee manieren &lt;br /&gt;Om op weg te gaan&lt;br /&gt;Met je eigen naam als huismerk&lt;br /&gt;Ter onderscheiding&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het leven dat alles vast houdt&lt;br /&gt;Maalt kiezelstenen vol weerstand&lt;br /&gt;Het leven dat in het moment glijdt&lt;br /&gt;Springt door de roes over stenen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de roes&lt;br /&gt;Verlies je veel&lt;br /&gt;Het moment brandt als stro door alle&lt;br /&gt;Straten, door de armen&lt;br /&gt;Van je naamgenoten&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In je laatste straat, daar &lt;br /&gt;Waar je gevonden wordt,&lt;br /&gt;Eer ik je sprongkracht&lt;br /&gt;Met het uitspreken van je naam&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© voor gedicht en verslag: Gilles Boeuf.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-6751954400686170553?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2009_11_01_archive.html#6751954400686170553</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-6161116584668852547</guid><pubDate>Tue, 20 Oct 2009 19:28:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-10-20T21:29:33.481+02:00</atom:updated><title></title><description>&lt;span style="font-weight:bold;"&gt;Eenzame uitvaart nummer 19, Den Haag&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;I.M. mevrouw Maria van Zanten, 21 september 1919, Vught - 10 oktober 2009, Den Haag&lt;br /&gt;19 oktober 2009, Oud Eik en Duinen, Den Haag&lt;br /&gt;Dichter van dienst: Gilles Boeuf&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het streven om de overledene recht te doen heeft een ander karakter wanneer er meer bekend is over het leven van de mens waar het om gaat. Denkbeeldige bekenden of nabestaanden die toch ooit nog kunnen opduiken kijken nu al over je schouder mee. Hen recht doen blijkt dan even belangrijk. Dit keer speelt dit misschien wel meer mee dan anders want Mevrouw van Zanten had drie kinderen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mevrouw van Zanten leidde een zwervend leven met de laatste zeven jaren een vast ijkpunt: Parnassia. Voor niet-Hagenaars: het terrein voor chronisch psychiatrische patiënten. Daar woonde ze op zichzelf met de nodige voorzieningen om zich heen. Om die reden waren haar begeleider en twee van z’n collega’s ook aanwezig bij de begrafenis en was er een en ander over haar bekend.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Drie kinderen die in het buitenland wonen en waarvan de verblijfplaatsen niet te traceren waren. Zoals haar begeleider ook laat weten: een in de psychiatrie niet uitzonderlijk fenomeen. Mevrouw had ooit nog de hoop bij één van haar kinderen in te wonen, maar toen dit niet lukte heeft ze ieder contact verbroken. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het beeld dat ik van haar krijg is van een eigenzinnige en taaie vrouw. Een vrouw die drie keer getrouwd is geweest, waarvan één keer met de broer van haar in de tweede wereldoorlog overleden man. Een survivor die steeds nieuwe pogingen waagt. Een vrouw die door haar ziekte, schizofrenie, wellicht veel van haar strevingen heeft zien afbuigen naar wat er in ieder geval over haar laatste jaren bekend is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat mij treft in de gegevens over haar is wat Henk van Zuiden van haar begeleider bij Parnassia heeft vernomen. Wanneer Mevrouw van Zanten haar kleren vuil waren deed ze ze niet in de was maar gooide ze alles weg. Ze kreeg daarom geregeld nieuwe kleren van mensen en op de een of andere manier kan ik mij de efficiëntie hiervan heel goed voorstellen! &lt;br /&gt;Haar zwerftochten hebben haar ook naar Frankrijk gebracht. Daar heeft ze gewoond. Hoe en waar is echter niet bekend. Zouden haar kinderen in Frankrijk wonen of misschien één van hen? De vele pogingen tot duurzame verbintenissen blijken vaak langs de afgrond te gaan onder druk van een ziekte of ander ongeluk. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op de ochtend van de begrafenis hoor ik van de uitvaartleider dat Mevrouw van Zanten een eigen graf krijgt. Daar ben ik juist vanwege haar kinderen heel dankbaar voor. Vroeg of laat zullen ze neem ik aan toch vernemen dat hun moeder overleden is. In de aula staat een mooie witte kist met twee bloemstukken. Eén van de stukken is van de medewerkers van Parnassia die gekomen zijn. We luisteren stil naar de muziek die ik heb meegenomen. Omdat niet bekend was of Mevrouw van Zanten van muziek hield, heb ik twee stukken uitgezocht met in ieder geval een waardige sfeer: Adagiati, Poppea van Monteverdi gezongen door Anne Sofie von Otter en het Kyrie uit het Miserere van Allegri. Na het eerste stuk draag ik mijn gedicht voor en hoop maar dat mijn woorden een brug slaan naar de mensen die de overledene ook daadwerkelijk hebben gekend. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor de zon&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We begonnen steeds opnieuw &lt;br /&gt;De zon en ik&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met nieuwe kleren, een nieuwe man&lt;br /&gt;De straten van de stad parelden&lt;br /&gt;In een vrijgevig licht&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De oorlog nam en de zon&lt;br /&gt;Bracht een nieuwe haard&lt;br /&gt;Alsof het eindeloos voedsel was&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Was het de zon die wat ik baarde&lt;br /&gt;Verstrooide of brak het licht&lt;br /&gt;Door een wolk?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Was ik op een terrein&lt;br /&gt;Met een balkon voor de zon&lt;br /&gt;En de stilte in de mens&lt;br /&gt;Die ik geworden was&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Ik draaide rond in de straten&lt;br /&gt;Van de zacht verlichte stad&lt;br /&gt;Met altijd nieuwe kleren aan&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wie ik geworden was?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dezelfde en een ander in&lt;br /&gt;Het laatste genot van&lt;br /&gt;Een sigaret in de zon&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We wandelen achter de dragers met de kist aan naar het graf aan de andere kant van de grote begraafplaats. Overal liggen herfstbladeren tussen de oude graven. Bij het graf kijken we  naar de dragers die zich naar de kist wenden nadat ze deze in de grond hebben laten zakken en synchroon hun hoed afnemen. De uitvaartleider nodigt de begeleider van Parnassia uit nog iets over Mevrouw van Zanten te vertellen en zo buiten rond het graf is het heel bijzonder om via zijn verhaal toch iets dichter bij haar te komen. Hij is degene die haar heeft gevonden na een val toen ze niet in de eetzaal verscheen waar ze anders altijd al een half uur voor het eten klaar zat. Hij vertelt, samen met zijn collega’s, hoe sober en stil en eigenwijs ze was. De berusting en betrokkenheid waarmee hij spreekt is ontroerend. We nemen hartelijk afscheid van elkaar waarbij we elkaar bijna uitbundig bedanken. Ik hoop dat haar kinderen ooit zullen weten dat haar uitvaart omringd was met zorgvuldigheid en hartelijkheid. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© voor gedicht en verslag: Gilles Boeuf&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-6161116584668852547?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2009_10_01_archive.html#6161116584668852547</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-2012127163233932529</guid><pubDate>Fri, 16 Oct 2009 16:55:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-10-17T09:24:51.459+02:00</atom:updated><title></title><description>Eenzame uitvaart nummer 109&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;de heer Khalil Elkaladij, geboren 29 augustus 1971, Casablanca (Marokko), overleden op 29 juli 2009 in het Huis van Bewaring, Havenstraat 6, Amsterdam.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Begraafplaats St. Barbara, vrijdag 16 oktober 2009, 10.30 uur &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Van Bokhoven belt, maandagmiddag. Lang geleden. De laatste eenzame uitvaart dateert van ergens in juni. Ik word op speaker gezet, een nieuwe medewerkster luistert mee. Ik verontschuldig me voor het feit dat mijn faxapparaat het nog altijd niet doet. Van Bokhoven feliciteert me met mijn prijs, om daaraan toe te voegen: je had toch al lang een nieuwe kunnen kopen? We lachen alle drie.  Dan schakelt hij terug. ‘Meneer is dood gevonden in zijn cel. Om 10.24 uur ‘s morgens.’ Van Bokhoven spreekt dat letterlijk zo uit, dat verzin ik niet. Hij zegt tien vierentwintig uur. ‘Hij is overgedragen aan de politie, bureau van Leyenberghlaan. Een meneer Marco Tel heeft de zaak in behandeling genomen. Meneer Elkaladij was verslaafd. Een junk. Hij had geen verblijfsvergunning. Volgens de Marokkaanse ambassade geen familie, niets gevonden. Meer kan ik u ook niet vertellen. En dan gaan we meneer dus begraven op vrijdag zestien op St. Barbara om half elf.’ Half elf, dat kan hij dus weer wel. ‘Tien dertig uur dus. Gaan we er toch een mooi en waardig afscheid van maken.’ &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een junk uit Marokko, de veertig niet gehaald. Ik bel meneer Tel. Althans ik probeer dat. Een uiterst inventief computersysteem vertelt dat het een landelijk systeem is, verbindt me dan naar keuze met Rotterdam, Den Haag, Utrecht of Amsterdam, en als we in Amsterdam gekomen zijn, wat we nu willen dat er zal gebeuren: als we helemaal niets doen, worden we automatisch doorverbonden met een medewerker van ons servicecentrum. Het systeem vraagt dan of er misschien spoed bij is, dan kunnen we beter een ander nummer bellen. Ja, inmiddels wel, denk je dan. De vriendelijke stem herhaalt het nummer dat we in dat geval beter hadden kunnen kiezen. Maar dan gebeurt het wonder: er gaat een telefoontoestel over. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik hoor de zaal roezemoezen, waarin medewerker Politie Amstelland Goedemiddag Waarmee Kan Ik U Van Dienst Zijn voor zijn beroep de hele dag zit te praten. Ik leg uit wie ik zoek. Marco Tel. Het is voor Marco Tel, dat ik u bel. Hij zal me trachten door te verbinden. Een lauw stukje gitaarmuziek klinkt op, opgewekt, geruststellend, een loopje van een seconde of veertig, dat telkens eender eeuwig herbegint. ‘Bedankt voor het wachten. Meneer Tel is helaas niet meer in dienst op bureau Van Leyenberghlaan, al bestaat de kans dat hij daar woensdagmiddag nog even langswipt.’ Zo lang kan ik niet wachten, leg ik uit. De begrafenis is vrijdagochtend vroeg. Ik wil vandaag beginnen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Medewerker Goedemiddag gaat dan toch zijn andere colleg’s maar eens inschakelen. Moment. Daar is de gitaar weer. Zachtjes zing ik het melodietje mee. De andere collega’s zijn ook allemaal zoek, weet Goedemidag dan. Hij gaat nu toch mijn verhaal maar eerst eens opschrijven, en voert de gegevens, voorzover mij bekend, uit administraties afkomstig, opnieuw in zijn computer in. Op de achtergrond zwelt het koor van de andere bellers aan. Dat je daar kan werken, in die herrie, zeg ik. Je zou er knettergek van worden. Hij legt uit dat het wel handig is als je elkaar kunt zien, terwijl je praat. Er zijn van die momenten dat je alles uit je handen moet laten vallen. Ik zeg dat ik het begrijp. Hoe vermoeiend dat moet zijn. Ik probeer een band te scheppen, zoveel is duidelijk. Goedemiddag heeft het dossier nu voor zich liggen. Ik vertel hem wat ik graag wil weten. Waarom zat Khalil vast? Waaraan is hij overleden? Wat weet u allemaal nog meer van hem? Waarom zo lang met begraven gewacht?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar dat mag ik allemaal niet weten. Ik kan wel iedereen zijn. Aan de telefoon verstrekken wij nooit gegevens aan burgers. Er is ook nog zoiets als de privacy van de overledene. Maar wel kan Goedemiddag proberen om met collega Spiering contact op te nemen. Collega Spiering, dat klinkt goed. Als u dat voor mij wilt doen, heel graag. Na een keer of tien meen ik te weten waar het begin in het einde overvloeit, van het eindeloze muziekje, daar moet de knip zitten. Knap gedaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Collega Spiering heeft de zaak inmiddels met nog weer andere collega’s besproken. ‘Wij zijn geneigd om heel hard nee te roepen,’ citeert Goedemiddag de bevindingen van de collega’s. Maar meneer Tel zal zeker contact met mij gaan zoeken. Goedemiddag schrijft mijn nummer op. Ik herhaal mijn nummer. Hij herhaalt mijn nummer. Ik bedank Goedemiddag uitvoerig voor de verleende zorgen en weet, dat ik nooit zal worden teruggebeld. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Google dan maar. Huis van Bewaring + Amsterdam + dood + 29 juli 2009. Niks. Rien. Nada. Ook aanvullende zoektermen leveren geen bruikbare resultaten op. De naam van de overledene kent Google ook al niet. Niemand van die naam. Ik zal het moeten doen met wat ik heb. En met de Koran. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;“Ieders leven op deze wereld zal eens tot een einde komen: er is geen ontkomen aan. Dat moment wordt door Allah bepaald. Hij zegt: ’Elke ziel zal de dood ondergaan. Waar u ook bent, de dood zal u achterhalen, zelfs al waart gij in sterk gebouwde torens. Hij is oppermachtig over Zijn dienaren en Hij zendt bewakers over u, totdat, wanneer de dood tot een uwer komt, Onze boodschappers zijn ziel wegnemen; zij falen daarin niet. En hoe zal het zijn wanneer de engelen bij de dood hun ziel zullen nemen, hun aangezicht en hun rug treffend? O, kon je het waarnemen, wanneer de onrechtvaardigen in doodsstrijd zijn en de engelen hun handen uitstrekken: "Geeft uw zielen op.”’&lt;br /&gt;Als het een goede ziel is, wordt het begroet door zijn familie die hem voorgegaan zijn. Zij zullen hem vragen stellen over hen, die nog in leven zijn.   Hierna zullen de engelen de ziel van de ene hemel naar de andere dragen tot ze Allah bereikt hebben. Vervolgens keert de ziel terug naar de aarde en zal al hetgeen er met zijn met zijn lichaam gebeurt kunnen waarnemen. Indien de ziel zuiver is, zal hij de mensen toeroepen hem snel te begraven om de heerlijkheid die hem te wachten staat. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De zondige ziel echter zal wensen dat hij niet begraven wordt om het slechte dat hem te wachten staat. De mensen zullen deze zielen niet horen.  Als hij begraven is komen twee engelen naar hem toe. Zij laten hem zitten en vragen hem: ‘Wie is jouw heer?’ Als het een goede ziel is zal hij antwoorden: ‘Mijn heer is Allah.’ Daarna vragen ze hem: ‘Wat is jouw godsdienst?’ Hij zal antwoorden: ‘Mijn godsdienst is Islam.’ Vervolgens vragen ze hem: ‘Wie is deze man, die onder u was gestuurd?’ Hij zal antwoorden: ‘De boodschapper van Allah.’ Dan vragen ze hem: ‘Hoe ben je deze dingen te weten gekomen?’ Hij zal antwoorden: ‘Ik las het boek van Allah, geloofde erin en verklaarde dat het waar was.’ Hierna zal de ziel in een onbeschrijflijk genot verblijven en wensen dat het Laatste Uur spoedig aanbreekt, om de grote beloning die hem te wachten staat. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar als de ziel slecht was zal hij op de vraag wie zijn heer is antwoorden: ‘Spijtig. Spijtig, ik weet het niet.’ Hierna zal hij in geweldige marteling verblijven en wensen dat het Laatste Uur niet zal aanbreken om wat hem aan bestraffing te wachten staat. Over zijn soortgenoten zegt Allah: ‘De poorten van de hemel zullen niet worden geopend, noch zullen zij in het paradijs komen totdat een kameel door het oog van de naald gaat.’” &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat van die kameel staat ook in de Bijbel, Mattheüs zoveel. In Marcus schijnt de anekdote ook te worden opgedist. Maar daar wordt vermoedelijk een andere naald  bedoeld. Met een naald kunnen wij wij ook een klein poortje terzijde van de grote stadspoort aanduiden. Dat is voor een kameel misschien wel moeilijk, maar met een beetje duwen en trekken moet het wel lukken. Vooral wanneer de kameel de rijkdommen die hem op de rug waren gebonden worden afgenomen. In het bijbelboek Mattheüs wordt het de rijkaard ontzegd, de toegang tot de hemelpoort. In de Koran aan alle slechte mensen. En laten we die naald dan maar gewoon letterlijk nemen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Even later geschiedt het wonder toch en belt Goedemiddag mij persoonlijk terug. Ik vertel hem dat ik niets van de dood van Khalil op internet kon terugvinden, geen spoor. Wonderlijk. Doorgaans leidt een dode in een cel tenminste tot een persbericht. Deze dode is wel heel erg stil gebleven. Daar moet bijna wel iets meer aan de hand zijn. De doofpot nietwaar. Maar daar wil Goedemiddag niet van horen. Hij wil alleen graag een korte verklaring namens de collega’s voorlezen: ‘Wij hebben geen bemoeienis met de cliënt gehad voor zijn overlijden. We kunnen u dus niets over hem vertellen. Wij wensen u veel succes met het schrijven van uw gedicht.’  Dat staat dan al in de steigers. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vrijdagochtend, St. Barbara, harde wind tegen. Het regent niet. De uitvaartleider groet vriendelijk. Dezelfde van vorige keer. En de keer daarvoor. Waarom beklijft zijn naam niet? Zachtaardige man. Twee nieuwe dragers. Er zit verjonging in de ploeg. Vanmorgen heb op het nippertje besloten om de twee mooiste stukken van de laatste driedubbel-cd van Keith Jarrett, mooi toepasselijk ‘Testament’ geheten, gisteren gekocht, nog niet eens in zijn totaliteit beluisterd, bij me te steken. De mooiste stukken, daar bedoel ik mee, de stukken die het treurigst klinken. Ook daar kreunt en zingt de pianist af en toe wat bij, op de achtergrond, wat de terloopsheid van de compositie lijkt te bevestigen. Helemaal geen muziek is ook weer zo niks, vinden wij. Zou eigenlijk zo horen. Ik heb eens in een platenzaak met wereldmuziek gevraagd naar Marokkaanse rouwmuziek. Ik werd nog net niet uitgelachen. Muziek draaien op een begrafenis? De jongens keken me ongelovig aan. Doe je niet. Had ik niks meegenomen, dan luisterden we naar het Air van Bach, de Herfst van Vivaldi – dat lijkt dan allemaal weer zo katholiek. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De uitvaartleider vindt het prima. Hij had vanmorgen ook aan muziek gedacht, maar met die gedachte niets kunnen aanvangen. Meneer Degenkamp komt aanbenen. Hij draagt het soort krijtstreeppak waarin de heer Scheringa zich aan het volk vertoont. De lijkwagen arriveert, en even later ook Van Bokhoven, in de nieuwe witte dienstauto, in het gezelschap van chef Kiewik. Tegelijkertijd arriveert de advocaat van de overledene. Die heeft hem tamelijk goed gekend. Voorzover hij zich liet kennen. Zwijgzaam type, wilde niet veel vertellen. Lang in Spanje gewoond, vrouw, kind gekregen, daar moest hij nog een majeure straf uitzitten. Vrouw en kind ook in Spanje niet gevonden. Er is nooit om uitlevering gevraagd. Terwijl hij echt heel vaak vastzat. Hij omschreef zichzelf als een recreatieve gebruiker, geen junk. Het is niet helemaal zeker of hij werkelijk heet zoals hij zich noemde.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een mevrouw van de Commissie van toezicht van het Huis van Bewaring in de Havenstraat voegt zich aarzelend bij het gezelschapje. Vraagt zich af of zij zich heeft vergist. In datum of tijd. De lokatie. Ze heeft een paar bloemen bij zich, de stelen gewikkeld in aluminiumfolie. Zij weet dat het om een natuurlijke dood gaat. ’s Morgens, bij de eerste ronde, was hij nog helemaal goed. Bij de tweede ronde, begin van de middag, was hij plotseling dood. Ze hebben nog geprobeerd hem te reanimeren. Dat is standaard. Gewoon de procedure. Dat je later geen verwijten krijgt. En ja, de doodsoorzaak is onderzocht. Hij was gewoon versleten, helemaal op. Een hartspier werkte al niet meer. Eigenlijk een wonder dat hij nog leefde, voor men hem vond. Hij had maar een paar dagen gezeten, daar. Mevrouw Toezicht windt zich op dat er helemaal geen geestelijk verzorger zich over het slachtoffer ontfermde. Waar hebben we die geestelijke verzorgers anders voor? Er is immers een imam, die had moeten komen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Om half elf treden we binnen. Keith Jarrett is maar vast begonnen. Bijna terloops bouwt hij een melodie op. Degenkamp draait, daarvoor door mij gewaarschuwd, de muziek ruim op tijd weg, opdat het stormachtige applaus dat na iedere improvisatie opklinkt, niet door de aula zal schallen. Ik sta op, leid het gedicht kort in en spreek. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In Memoriam Khalil Elkaladij&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vandaag is het mijn taak een kameel&lt;br /&gt;door het oog van een naald te doen gaan.&lt;br /&gt;Vandaag is mijn taak. Hier is je kameel,&lt;br /&gt;en dit is de naald, en hier is het oog.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Begin maar. Aan jou de taak. &lt;br /&gt;Als je haakt naar de grote beloning &lt;br /&gt;die je te wachten staat. De naald vond jou &lt;br /&gt;wel, met onmiddellijk resultaat. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De hemelpoort, maar spijtig, spijtig&lt;br /&gt;de deur viel telkens weer dicht. Waar &lt;br /&gt;is het wachten nog op? Bestijg je kameel.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zet je schrap. Je kunt het, ik weet dat, &lt;br /&gt;je bent mij verplicht. Ik maak je steeds &lt;br /&gt;kleiner. En kleiner. Nog kleiner. Ontsnap.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Keith Jarrett neemt over. Van Bokhoven hoest, achter mij. Ik zit alleen, op rechts, ik zit altijd op rechts, dit gaat vanzelf, op het voorste bankje. Achter mij Van Bokhoven en Kiewik. Op links de advocaat en mevrouw Toezicht, die bij binnenkomst haar bloemen op de kist heeft gelegd. Die hebben elkaar wel gevonden. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ernstig en bedachtzaam drinken we onze koffie, als het wegbrengen van de kist is gelukt, ieder zijn schepje zand heeft geworpen, behoudens mevrouw Toezicht, die in lichaamstaal zeer duidelijk uitbeeldt dat ze daar niets van moet hebben, schepje zand, het denkbeeld is haar kennelijk een gruwel.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De advocaat wil die cd van meneer Jarrett ook graag hebben. Fijne muziek. Ook het vers kan op instemming rekenen, zeker nadat ik heb uitgelegd dat u de kameel en het oog van de naald wellicht uit de Bijbel herkende, maar dat dit verhaal toch ook in de Koran voorkomt. Ik vertel wat het allemaal betekent. Dat het erg mooi is, hoe dit allemaal wordt gedaan, weten Advocaat en Toezicht eendrachtig. Zo is het precies. Meneer Degenkamp klaagt dat er dit jaar vooralsnog alleen al in Amsterdam drieduizend mensen minder zijn gestorven dan in een vergelijkbaar jaar. Vorige week heeft hij niet één uitvaart gehad. Het wachten is op de Mexicaanse griep. Ik word gratis door de wind naar huis geblazen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© voor gedicht en verslag F.Starik&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-2012127163233932529?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2009_10_01_archive.html#2012127163233932529</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-52914231527427163</guid><pubDate>Fri, 02 Oct 2009 11:58:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-10-02T14:00:28.133+02:00</atom:updated><title></title><description>&lt;span style="font-weight:bold;"&gt;Eenzame Uitvaart nr.4, Antwerpen, J.K.&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;29 september, begraafplaats Schoonselhof.&lt;br /&gt;J.K. is op 27 september 1955 geboren te Mayen (Duitsland) en overleden op Linkeroever op 15 september 2009.&lt;br /&gt; Dichter van dienst was Maarten Inghels.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn knalgele fiets sorteer ik in de daarvoor voorziene strook naast de Sint-Andrieskerk. Voor de hoofdingang staat het busje van de ondernemer, het kofferdeksel staat als een grote mond open, en de vier dragers staan erbij te kijken en te roken. Ik zie dat ik de eerste ben, de aanwezigheid van de koster buiten beschouwing gelaten – een gezette vrouw die met de talloze kerksleutels in haar hand rammelt. De meegebrachte chrysant zet ik naast het trapportaal zodat ik de handen vrij heb om ook een sigaret te rollen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Het waren 107 woorden in de krant, beginnend met: “De politie van Antwerpen kreeg dinsdag rond 8 uur een oproep binnen over een lijk aan het Frederiek Van Eedenplein op linkeroever. (…) Het slachtoffer, een 53-jarige Duitser, lag tussen enkele banken. Hij was al enkele weken dakloos.” Dat bericht stond ergens weggedrukt in een kolommetje, regionaal nieuws, waar er plek vrij was. De ondernemer nam twee dagen later contact met me op.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Paula van Kamiano komt aangestapt en begroet me hartelijk. Kamiano, een initiatief van de Sint-Egidiusgemeenschap, is een vaste waarde in het leven van wie in Antwerpen op straat moet leven. Op woensdag en zaterdag verzorgen ze een maaltijd voor de armsten en de zwaksten die in de stad leven. Vrij snel nadat ik had toegezegd om voor meneer K. het gedicht te schrijven nam Kamiano contact met me op. Zij hadden J.K. nog goed gekend, iemand die regelmatig kwam eten, en onder de daklozen werd gewaardeerd om zijn hulpvaardigheid en charme. Je kon hem haast iedere dag op de Groenplaats vinden waar hij de laatste jaren veel vrienden heeft weten sterven. Kamiano verzorgt een kerkelijke dienst in de Sint-Andrieskerk vlakbij de Groenplaats en het leek me onzinnig om me plots terug te trekken dus, spraken we af, zou ik het gedicht alsnog voorlezen op begraafplaats Schoonselhof waar de sympathiserende daklozen zonder hulp niet geraakten. Meneer K. had nog familie, waaronder twee zonen, in Duitsland wonen maar zij lieten weten niet aanwezig te zullen zijn. Bloemen zouden door hen worden besteld. Kamiano sloot de mail af met ‘daklozen worden niet oud.’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Één voor een druppelen enkele vrienden van J.K. de kerk binnen. Hubert, een van de beste vrienden, is er. Een vrouw met vier zakken klimt de trappen op met een boodschappenwagentje achter haar aan, de wieltjes tikken bij elke trede tegen het beton. Ze gaat helemaal achteraan zitten. Een andere man neemt met zijn digitaal toestel nog gauw enkele foto’s van het bonte gezelschap dat in de linkerbeuk zit. Na drie scherpe flitsen duwt hij het toestel in Hubert’s handen, gaat zelf weer zitten en orchestreert Hubert in positie om een foto van hem te nemen. Paula fluistert me in de rechterbeuk toe dat hij zoveel mogelijk uitvaarten bezoekt. Ik hoor het digitale piepje en een flits weerkaatst in de hoge gewelven. De vier vrouwen van Kamiano zetten bij het binnendragen van de kist het intredelied in, waarna psalm 23 wordt gezongen: “Voorspoed en zegen verlaten mij nooit, elke dag van het leven.” Naast de foto van meneer K. en mijn chrysant zijn er geen bloemen aangekomen om op de kist te leggen. De afscheidsviering wordt afgesloten met een kleine tien mensen. Tijdens de dienst zijn nog enkele mensen binnen gesukkeld.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hubert rijdt mee in de auto van Paula. Door een ongeval in de Nationaalstraat zijn we onverwacht eerder op Schoonselhof dan de dragers die eerder waren vertrokken. De kleine stoet rijdt door naar perk U waarna de kist naar de kuil wordt gedragen. Één van de dragers zet nog een gebed in, Hubert begint te snikken en ik draag mijn gedicht voor:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;AFSTAND&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor J.K. (1955-2009)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er was u misschien het verkeerde deel &lt;br /&gt;van de aarde toebedeeld, u had uw huis &lt;br /&gt;vast met andere ramen voorgesteld maar&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;uiteindelijk gaat alle leven om een afstand: &lt;br /&gt;de lap vlees tussen twee ogen, de pendelende &lt;br /&gt;pas van land tot land, het gekruip van de dood &lt;br /&gt;over het plein dat te weinig hoeken kent.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Niet de honderdenzeven woorden in de krant, &lt;br /&gt;niet het reizende volk dat u vandaag eert, &lt;br /&gt;niet alle bezoek maakt het verschil, &lt;br /&gt;evenmin dit gedicht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Misschien deed uw charmant accent &lt;br /&gt;het wel werd mij verteld, of was u &lt;br /&gt;het mooist met uw schaterlach die &lt;br /&gt;de roest tussen de gewrichten weg wast.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het laatste ommetje bracht u op &lt;br /&gt;een andere oever vanwaar u naar &lt;br /&gt;het water staarde, eventueel &lt;br /&gt;een nieuwe comfortzone zocht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar de knapste afstand was toch deze: &lt;br /&gt;onberoerd liet uw geslenter niet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de auto terug vertelt Paula over meneer K. die binnenschipper was geweest. Over de vaart als metafoor voor de vrijheid, en hoe ongelukkig binnenschippers zich kunnen voelen aan wal. Hoe meneer K. die bewuste avond op zijn eentje naar Linkeroever trok, op een bankje ging zitten en waarschijnlijk naar de Schelde keek.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor gedicht en verslag: Maarten Inghels&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-52914231527427163?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2009_10_01_archive.html#52914231527427163</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-7600582559935036769</guid><pubDate>Tue, 29 Sep 2009 08:16:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-09-29T10:16:44.900+02:00</atom:updated><title></title><description>Eenzame Uitvaart nummer 18, Den Haag&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;I.M. Hans A. Bauer (23 augustus 1929 – begin september 2009) &lt;br /&gt;Begraafplaats Nieuw Eik en Duinen, 14:15 uur, crematie&lt;br /&gt;Dichter van dienst: Erwin Vogelezang&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;“Een wat vreemde man, die het meisje van de dierenwinkel steeds over hetzelfde krantenartikel vertelde en afwezig overkwam,” zegt de vriendelijke medewerker van de gemeente. “Een man ook, die slechts één keer in zijn leven is verhuisd. Met zijn ouders vanuit Duitsland toen hij twee was.” En: “Hij stookte nog kolen. Op zijn bureau vonden we een briefje van de kolenleverancier. Die hield er mee op en kon sinds mei niet meer leveren.” &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat laatste komt de buren – de eenzame uitvaart wordt opgeluisterd door een echtpaar van middelbare leeftijd (“Hans was een stugge, maar we hadden allebei een hond en dat schept een band,” aldus de man) een jongere en een wat oudere buurvrouw – bekend voor. “Daar maakte hij zich wel zorgen over, ja. Dat hij van de winter niet zou kunnen stoken.” Ook de huiseigenaar die zich inmiddels per Bentley cabrio bij het gezelschap heeft gevoegd, is bekend met het kolenverhaal: “Hij gaf niks om gas.” Toch moet Hans, zelf van Duitse afkomst, maar fel anti-Duits (“allemaal Nazi’s!”), wel degelijk een vinger aan de hedendaagse pols hebben gehad. Want hij mocht dan wel op kolen hebben gestookt, bij binnenkomst van de woning trof de politie ook een ingeschakelde laptop aan. Buurman geeft uitsluitsel: “Op een gegeven moment kwam ‘ie op me af en vertelde triomfantelijk dat ‘ie internet zou nemen. Dat moet je doen, Hans, zei ik toen.” “Hij zat heel vaak achter die computer,” weet één van de buurvrouwen die “al vermoedde dat er iets niet helemaal goed zat.” “Hij klaagde over hoge bloeddruk en duizeligheid,” vult buurman aan. “Als je hem op zijn fiets zag stappen, hield je je hart vast.”&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Waar minder duidelijkheid over bestaat, is de vraag of zich achter de vele sloten van zijn woning wellicht een aardig geldbedrag bevond. Voor iemand met zoveel sloten, was Hans in ieder geval verrassend open over dit vermeende appeltje voor de dorst: alle buren blijken het verhaal te kennen. “Hij vertelde altijd dat hij wat geld had en vond het belangrijk dat we dat wisten. Voor als hij opgenomen zou moeten worden.” Hoewel de verwaarloosde staat van zijn woning – inclusief de acht jaar oude ‘halve Labrador’ die inmiddels in het asiel op verlossing wacht – misschien anders doet vermoeden, had Hans het verzekeringstechnisch in ieder geval goed geregeld. Dit is dan ook mijn eerste eenzame uitvaart die met koffie en cake – kan er normaal gesproken nooit vanaf – wordt afgesloten. “Zo zou hij het ook gewild hebben,” vertelt buurvrouw drie, een zachtaardige dame die het gedicht (“het klopt echt!”) graag mee naar huis neemt. “Een keurige begrafenis. Daar hechtte ‘ie waarde aan.” En aldus geschiedde. Gelukkig waren er mensen om dit laatste gebaar op waarde te schatten. Namens ons allen: bedankt voor de koffie, Hans. &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;iemand rook een dode heer&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;ik had u zomaar kunnen zijn, veel is er niet&lt;br /&gt;voor nodig: een kort gebrek aan hartslag,&lt;br /&gt;een verstekeling in het bloed, een lang&lt;br /&gt;gekoesterde staat van eenzaamheid.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;ik stel me uw vertraagde val voor, verbaasd&lt;br /&gt;vasthouden, de voeten verder steeds uiteen&lt;br /&gt;en dat u even bang was om te breken, godbetert&lt;br /&gt;in uw eigen huis een heup te breken,&lt;br /&gt;want de hond.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;of was uw hoofd daarvoor te vol van rook,&lt;br /&gt;van eindeloos herhalen van wat moest;&lt;br /&gt;de hond naar het bos, de pijp naar de mond,&lt;br /&gt;de kolen naar de kachel?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;ik ben hier om u gerust te stellen:&lt;br /&gt;uw benen vonden feilloos de weg.&lt;br /&gt;uw hond vond het fijn u te volgen.&lt;br /&gt;u heeft volbracht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-7600582559935036769?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2009_09_01_archive.html#7600582559935036769</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-6353526299778212731</guid><pubDate>Sun, 13 Sep 2009 20:58:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-09-13T22:59:43.668+02:00</atom:updated><title></title><description>EENZAME UITVAART NUMMER 17, Den Haag&lt;br /&gt;11 september 2009, begrafenis van Johannes Schelling, geboren op 19 juni 1934, overleden op 1 september 2009.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;8.30 uur, Oud Eik en Duinen, Den Haag&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dinsdagavond laat pas hoor ik het bericht van Henk van Zuiden op mijn antwoordapparaat: vrijdagochtend 8.30 uur zal Johannes Schelling begraven worden. Hij werd geboren op 19 juni 1934 en overleed 1 september 2009 in het ziekenhuis, 75 jaar oud. De heer Schelling woonde in een hofjeswoning in Den Haag. Hij leidde een teruggetrokken leven. Het huis was ernstig verwaarloosd. De gemeente heeft kunnen achterhalen dat hij één keer getrouwd was. Het huwelijk werd na korte tijd weer ontbonden. Zijn vrouw had een dochter uit een ander huwelijk, zij is op de hoogte gesteld van overlijden en uitvaart maar had geen behoefte om te komen. De heer Schelling heeft het grootste deel van zijn leven gevaren en schijnt veel vriendinnen te hebben gemaakt. Het is onbekend of hij eigen kinderen had.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als ik vrijdagochtend 11 september in zonnig beginnend herfstweer aankom op Oud Eik en Duinen, met gedicht, muziek en boeketje herfstbloemen, is Henk er al. Meteen komt de uitvaartleider zich voorstellen. Hij heet Versluis en vertelt dat Johannes Schelling zijn oom is. Eigenlijk had hij vandaag een vrije dag, maar toen hij op het overzicht van uitvaarten van de CUWVO ontdekte dat zijn oom begraven zou worden heeft hij aangegeven dat hij deze uitvaart wilde begeleiden. Versluis is een joviale makkelijk pratende man. Zo horen we veel over de heer Schelling, die Jan werd genoemd. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Jan was zoon van een Scheveningse vrouw. Zij trouwde met “een vreemde” (iemand van buiten Scheveningen) en moest daarom “van het dorp af”. Het huwelijk liep stuk en na de oorlog was het een moeilijke tijd. De zes kinderen werden uit huis gehaald en versnipperd elders ondergebracht. Jan is gaan zwerven. Hij was vier jaar bij de Marine en ging daarna in de koopvaardij, waar hij na verloop van tijd hofmeester werd (“en boefie”, zegt Versluis). Zo heeft hij alles van de wereld gezien wat er maar te zien is. Ondertussen maakte hij niet alleen veel vriendinnen maar ook nogal wat kinderen, volgens Versluis 12 of 13. Hij zegt tegen mij: “Hij had een enorm charisma – als hij hier nu stond zou je verliefd op ‘m worden.” Jan was ondernemend, een slimme handelaar. Hij kon zó van 100 gulden 1000 maken, maar hij had een groot gat in z’n rechterhand, het geld vloog er doorheen. Hij kon nergens wortelen en scheerde, zo maken we op uit de verhalen, soms ook langs donker gezelschap. Iedereen die nog wat van ‘m moest krijgen is het nu voorgoed kwijt, zegt Versluis met enig cynisme.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik laat zien welke muziek ik heb uitgekozen, maar Versluis oordeelt meteen “past helemaal niet bij hem”. Hij heeft uit de eigen collectie muziek uitgekozen. De kist is al binnen en de neef heeft daar afscheid genomen van zijn oom (“je zou ’m niet meer herkennen nu”). &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We gaan gedrieën de aula in, naar de voorste rij links. We luisteren eerst naar Morgenstimmung van Edvard Grieg. Dan draag ik het gedicht voor, dat ik maakte zonder alle informatie die we nu hebben. Gelukkig kan het de goedkeuring van Versluis wegdragen, vooral de hand van de moeder en het vrijen in velden vindt hij toepasselijk.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een hand om te rusten&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een ieder heeft recht op de hand van de moeder&lt;br /&gt;leggend op het voorhoofd van bladgroen de koelte&lt;br /&gt;een zomerbries ademend over bedden in velden&lt;br /&gt;waarop je mag rusten in de hand van de moeder.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een ieder heeft recht op de hand van de geliefde&lt;br /&gt;te vrijen in velden het stof van het koren druppels&lt;br /&gt;op het voorhoofd een lijf om te blijven het bed van&lt;br /&gt;de diepte die kleeft aan de hand van de geliefde.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een ieder heeft recht op de handen van de stilte&lt;br /&gt;liggen in leegte van schuivende wolken de vingers&lt;br /&gt;van nachtlucht te voelen op voorhoofd hun strelen&lt;br /&gt;genezend de zwaarte van jaren te liggen in stilte.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een ieder heeft recht op een hand naar het einde&lt;br /&gt;een streling de nacht in naar de zwarte ruiters als&lt;br /&gt;je niet meer kunt reizen de hand die de sprong leidt&lt;br /&gt;fluisterend dat het goed is de hand naar het einde.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik leg gedicht en boeket op de kist. Dan gaat Versluis achter de katheder staan en vertelt ons ontspannen en nuchter, zonder enige postume heiligheid, over het leven van de heer Schelling. Zo dadelijk gaan we Jan’s favoriete lied horen: The Banana Boat Song, van Harry Belafonte. Het is een live vertolking dus er zit applaus bij, zegt de neef, maar dat is niet erg, “want iedereen mag wel eens een applausje hebben”. “Als hij daar is waar ik denk dat hij is, heeft z’n moeder op hem staan wachten, en ze heeft hem een flinke pets gegeven en gezegd: zo heb ik het je niet geleerd jongen”. Jan was een rusteloze man en Versluis wenst hem toe dat hij nu wel rust heeft gevonden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Day-o, day-ay-ay-o. Daylight come and me wan’ go home. We luisteren naar Harry Belafonte en kijken hoe de dragers de kist naar buiten tillen. Het graf is vlakbij de aula. Voor het eerst valt me op dat het gat onder de kist is gecamoufleerd met frisse bladeren. Bij het graf draag ik nog een gedicht voor dat ik vond in een oud boek over walvissen: Going Out To Meet The Moon Whales. “Whales, look, / I have not died too young: / I floated out / in the wood boat / I was born in fifty years ago, / when the moon whales were swimming here.”&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Henk en ik nemen hartelijk afscheid van Versluis en drinken nog een kop koffie in het koffiehuis naast de begraafplaats. Ook de dragers zitten daar een bakkie te doen tussen deze en de volgende uitvaart.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Haast vrolijk fiets ik naar het werk. Mijn vorige uitvaart was een Chinese illegale man die zich op jonge leeftijd had opgehangen aan een boom in het Zuiderpark, en er was niemand dan Henk en ik. Nu was er zomaar een familielid, die volop kon vertellen over de overledene en die passende muziek meebracht. Het mooie toeval dat dit familielid uitvaartleider is en zo zijn oom als het ware tegen kon komen. Het eerlijke en humoristische verslag van het leven van Jan - met de flamboyante maar ook de minder mooie kanten daarvan. Het maakt de heer Schelling denk ik niets meer uit, maar ik ben blij dat er iemand bij was die hem heeft gekend. Wat triest blijft is dit: een grote familie, veel kinderen – en dan toch zo alleen eindigen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; gedicht en verslag Ruth van Rossum, 2009&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-6353526299778212731?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2009_09_01_archive.html#6353526299778212731</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-5961091137921541271</guid><pubDate>Wed, 09 Sep 2009 06:14:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-09-09T08:16:01.257+02:00</atom:updated><title></title><description>Eenzame Uitvaart  nummer 16, Den Haag&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Den Haag, crematorium Nieuw Eykenduinen&lt;br /&gt;3 september 2009 &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Michal Wysokin&lt;br /&gt;* 25 augustus 2009&lt;br /&gt;† 25 augustus 2009 &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In gedachten ben ik bij de ouders van deze jongen. Overleden door complicaties tijdens de keizersnede in het ziekenhuis. Complicaties, dat is mijn woord. Ik weet eigenlijk niet wat er is misgegaan en de ouders zijn kwaad op het ziekenhuis en moeten met die kwaadheid leven. Ze willen de as van hun zoontje meenemen naar Polen maar ze willen niet bij de crematie zijn.&lt;br /&gt;Het is hun leed en ik, een wildvreemde voor hen, wil hen niet in de weg staan, zeker niet wanneer ze eventueel op het laatste moment toch nog zouden komen.&lt;br /&gt;Er is niemand. Henk van Zuiden en ik zitten samen vooraan bij het kistje met de witte baldakijn. Natuurlijk zijn we ontroerd door de gedachte aan dit kind dat helemaal op het leven was aangelegd. De serenade van Tjaikovski is een verjaardagslied waarmee ik hoop de geboorte van Michal recht te doen. Het leed van de ouders spookt ondertussen door mijn hoofd. Je bevalt in een ziekenhuis in een vreemd land en er gaat iets mis waardoor je kind sterft. Hoe machteloos en alleen moet je je dan voelen. Is dat ook de reden dat ze er niet kunnen zijn? Omdat voor hen het ritueel dat wellicht enigszins de gebeurtenis eerbiedigt alleen in hun land van herkomst kan plaatsvinden? Draagt de crematie hier in Den Haag slechts bij aan de ontheemding die nu misschien extra voelbaar is? Ik heb natuurlijk geen idee.&lt;br /&gt;Op geen enkele manier heb ik de illusie dat een gedicht van een wildvreemde de ouders nu helpt. Toch hoop ik dat de poging een ander mens recht te doen betekenis heeft. De troost die niet op z’n plaats is en die ik ze niet kan bieden, wat zou ik ze die graag bieden.&lt;br /&gt;De stilte uit het gedicht is ook een stilte in mij. Uit eerbied naar de ouders die in een vreemd land hun kind verliezen en straks met de as in een urn naar Polen vertrekken. &lt;br /&gt;We zijn mobiele inwisselbare werknemers zonder eigen grond onder de voeten, maar toch…..  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Stilte&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;stilte haalt ons niet in&lt;br /&gt;ze groeit aan ons&lt;br /&gt;en strekt zich uit&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;van het geringe&lt;br /&gt;komt ze omhoog&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;komt ze uit mij&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;komt ze via mijn oog&lt;br /&gt;naar jouw leven&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;al kan het niet&lt;br /&gt;we zijn elkaar geworden&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;jij mooie verloren jongen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;twee blinde mollen&lt;br /&gt;onder aarde&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;kilometers diep&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© Verslag en gedicht: Gilles Boeuf&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-5961091137921541271?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2009_09_01_archive.html#5961091137921541271</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-8989775022459681098</guid><pubDate>Mon, 07 Sep 2009 20:01:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-09-07T22:02:38.044+02:00</atom:updated><title></title><description>Eenzame uitvaart nummer 15, Den Haag&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Verslag van de crematie van Joop Theodorus  Jacobus Huisker ( 25 maart 1927- 1september 2009)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Henk van Zuiden belde donderdag 3 september met het bericht over het overlijden van de Heer Huisker. Erg veel bekend over hem was er niet, zo gaat dat natuurlijk met onze klantenkring, om het maar even oneerbiedig te zeggen. De crematie zou maandag 7 september plaats vinden, dus dat gaf me wat tijd om informatie te verzamelen. Henk gaf me het nummer van Carlo Hagendoorn, een medewerker van de gemeente Den Haag, en die kon me wel wat informatie geven. De Heer Huisker was al enige tijd in een verpleegtehuis in Den Haag opgenomen, hij was sterk dementerend. Hij had van een oude buurvrouw van hem gehoord dat hij graag wandelde toen hij nog zelfstandig woonde en een motorliefhebber was. Ook had hij begrepen dat  een bepaald nummer van Boudewijn de Groot misschien wel geschikt was om bij de crematie te draaien. De Vondeling heette het, ik kende het niet. Ik kreeg het telefoonnummer van de buurvrouw en gelukkig heb ik met haar twee keer gebeld. Ze bevestigde de informatie van Carlo. Ze had haar oude buurman af en toe in het verpleeghuis bezocht, had hem niet goed gekend toen hij nog naast haar woonde. Het was een stille man, vertelde ze, die veel wandelde en graag motor reed. Hij had een hond en later een stel katten. Hij gaf eten aan de zwerfkatten in de buurt. Ze wist geen details over zijn beroep, hij was fabrieksarbeider geweest, maar waar wist ze niet. Misschien in een ijzerwarenfabriek. Toen zijn broer overleed, ging het ineens bergafwaarts met hem, daar kon hij slecht tegen. Hij moest opgenomen worden. Met deze gegevens kon ik wel aan de slag voor een gedicht, ik heb soms het idee dat ik juist met weinig gegevens toch de beste eenzame uitvaart gedichten schrijf. Het geeft je meer vrijheid.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De crematie vond maandag 1 september om 14.30 uur plaats in begraafplaats Nieuw Eik en Duinen in Den Haag. Er was een misverstand, ik meldde me eerst bij Oud Eik en Duinen, maar een paar tuinmannen zeiden dat daar die dag geen begrafenissen of crematies plaats vonden. Snel naar Nieuw Eik en Duinen waar ik nog mooi op tijd was. De oude buurvrouw was er en ook een vertegenwoordigster van het verpleegtehuis. We zaten met z’n drieën rustig bij elkaar, de buurvrouw kende de vrouw van het verpleegtehuis. Later kwam Henk van Zuiden, wat ik zeer op prijs stelde, hij was ook eerst naar Oud Eik en Duinen gegaan. Ik was er niet in geslaagd het nummer De Vondeling te pakken te krijgen, dat overigens De Vondeling van Ameland heet, drie winkels in Den Haag hadden niets van Boudewijn de Groot en downloaden van internet lukt me nog niet zo goed. Dit was geen probleem, de begrafenisondernemer liet twee andere nummers van De Groot horen, De verdronken vlinder en Ik geloof in jou. Het was een kalme plechtigheid, na afloop was er voor koffie gezorgd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Gedicht bij de crematie van Joop Theodorus Jacobus Huisker ( 1927- 1september 2009) &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dichterbij dan nu kwam ik niet&lt;br /&gt;In je leven ik ben hier tot je dood&lt;br /&gt;Geroepen om even stil te staan&lt;br /&gt;Bij wat je onherroepelijk verliet&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een man was je van weinig woorden&lt;br /&gt;Zoals men zegt maar woorden&lt;br /&gt;Betekenen alleen andere woorden&lt;br /&gt;Wat iemand denkt blijft ongezegd&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En lost zich op in stille dromen&lt;br /&gt;In flarden verlangen lust en pijn en &lt;br /&gt;Daarna in vergeefse herinneringen&lt;br /&gt;Die altijd weer dezelfde zijn&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mensen zitten in hun taal&lt;br /&gt;Als in een roestig harnas&lt;br /&gt;Pas wanneer ze zwijgen&lt;br /&gt;Komen ze bij zichzelf aan&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik probeerde hier een man te denken&lt;br /&gt;Fabrieksarbeider dierenvriend &lt;br /&gt;Een wandelaar in Haagse duinen &lt;br /&gt;Ik was er even bij geweest&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik was je dichter en je denker&lt;br /&gt;Ik sprak bij je crematie&lt;br /&gt;De woorden voor je uit &lt;br /&gt;Ze kwamen een voor een&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;voor gedicht en verslag: Kees `t Hart&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;*&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-8989775022459681098?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2009_09_01_archive.html#8989775022459681098</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-591209555902309197</guid><pubDate>Fri, 28 Aug 2009 17:40:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-08-28T19:41:50.325+02:00</atom:updated><title></title><description>Eenzame Uitvaart nr.3, Antwerpen&lt;br /&gt;R.H.&lt;br /&gt;27 augustus 2009, Begraafplaats Berchem.&lt;br /&gt;ANTWERPEN, BEGRAAFPLAATS BERCHEM, BERNARD DEWULF&lt;br /&gt;R.H. is op 21 februari 1923 geboren en overleden op 19 augustus 2009. Dichter van dienst was Bernard Dewulf.&lt;br /&gt;Enkele dagen nadat een inkomende mail van de begrafenisondernemer me meedeelde dat er een Eenzame Uitvaart op komst was, zag ik bij het boodschappen doen in de Aldi dat er een actie was. De chrysanten stonden in aanbieding. Een 3-stek voor 0,99,-. Ik kocht er twee. Typische grafbloemen, maar bij de vorige uitvaart vond ik de berg aarde maar een kale bedoening. Bij het eenvoudige houten kruis kon nog wel een bloemetje staan. Het zal wel aan mijn fatsoen liggen, dat ik nergens met lege handen wil toekomen, maar toen ik de twee potjes chrysanten in een doorschijnend plastic draagtasje stak bedacht ik dat R.H. het vast wel mooi had gevonden. Wat kleur op zijn graf. In de plaats van een grijze zerk die hij niet zal krijgen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na een korte wandeling van de halte van tram 7 naar de begraafplaats van Berchem ben ik nog ruim op tijd. Bernard Dewulf stapt uit zijn auto, vest over de arm, zonnebril op. In de twintig minuten die volgen huppelt het gesprek naar alle kanten; van Josse De Pauw, naar opgroeiende kinderen. Van columns voor De Morgen naar het schrijven van een roman.  Bernard moet voor vier uur zeker weer door, zegt hij, want zijn zoon moet nog een lift krijgen om de trein te halen. Ik verzeker dat de uitvaart waarschijnlijk niet lang zal duren. Standaard vraag ik aan de dichter van dienst of het was gelukt om een gedicht te schrijven voor een onbekende. Weliswaar had ik van het rusthuis nog summiere gegevens gekregen, makkelijk schrijven is het niet. Naast de veelgebruikte ‘een erg gesloten iemand’, wisten we dat meneer H. van sport hield – meer bepaald van zwemmen en wandelen in de natuur -, en dat hij postzegels verzamelde. Wel vijf albums vol. Hij moet nog een erg actieve man zijn geweest. Er werd nog doorgegeven dat hij ongehuwd was, en kennissen noch familie had. Nadat het ondertussen al drie uur is geweest en we de lange zwarte wagen nog niet hebben zien passeren, wandelen we naar de overzijde van de begraafplaats waar de andere ingang zich bevindt. Aangekomen bij het bijgebouw vinden we om vijf na drie de ceremoniemeester Bert – die ik in januari al had ontmoet – en drie dragers. Aan de straatkant wachten ze samen met de graver van de gemeente nog op hun vierde man. Die moet nog van een andere dienst komen die is uitgelopen. Wanneer hij arriveert gaat het snel; we werpen onze sigarettenpeuken in de berm, zetten de gsm’s op stil en ik neem mijn tasje met chrysanten bij de hand.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De vier dragers haken per twee hun armen in elkaar en de kist wordt met een kleine stoet het kerkhof op gedragen. Vooraan loopt de graver, daarna de schommelende houten boot, dan Bert en achteraan bungelen Bernard en ik. Ik vraag me af of de dragers dikke epauletten onder hun jassen dragen, tegen de schouderpijn, of dat ze af en toe van kant wisselen. Met hun oren tegen de zijkant van de kist gedrukt komen de dragers aan bij de uitgegraven kuil en wordt meneer H. op twee schragen geplaatst. Mijn twee chrysanten krijgen een plaatsje op de kist. Ceremoniemeester Bert geeft me een teken dat het onze beurt is nu, en op mijn beurt knik ik naar Bernard die met vaste stem het gedicht voordraagt:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor R.H. (1923 - 2009)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De eenzamen gaan zoals iedereen, &lt;br /&gt;maar er kleven postzegels aan hun lakens &lt;br /&gt;en zij stapten sprakeloos door de natuur.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We kunnen ze niet kennen, zoals talen, &lt;br /&gt;maar niemand loopt ze blind voorbij. &lt;br /&gt;We halen ze in in elk waaiend lichaam.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Soms zijn ze groot en beweeglijk, &lt;br /&gt;in elke omgang zijn ze benoembaar. &lt;br /&gt;Men komt ze tegen en groet hun naam&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;als een vriend, een vrouw of een holte. &lt;br /&gt;Ze zijn herkenbaar aan onze gebaren &lt;br /&gt;en bewegen zich onder elkaar als iedereen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er worden riemen onder de kist geschoven die door de handvatten worden gestoken, en nadat de schragen er van onderuit zijn gehaald draaien de dragers met een kleine zwaai de kist een halve slag om, dragen hem tot boven de kuil en laten het houten gevaarte gelijkmatig zakken. De vijf in pak buigen rond het graf en dan is het weer onze beurt. Na het groeten legt Bernard het gedicht dat op een in vier gevouwen vel staat in het graf. Bij de wandeling naar de auto besluiten we dat de begraafplaats van Berchem erg mooi is, en in die zin erg ‘gezellig’ aandoet. De graven staan dicht opeen, met hier en daar een boom ertussen. Intiemer dan begraafplaats Schoonselhof. Bernard Dewulf zet me af aan het rode licht achter het oude justitiepaleis in Antwerpen. Vanaf die hoek is het voor mij nog maar vijf minuten wandelen. In stilte slenter ik naar huis. ’s Avonds krijg ik een mail van Bernard. Zijn zoon heeft keurig de trein gehaald.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor gedicht: Bernard Dewulf &lt;br /&gt;Voor verslag: Maarten Inghels&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-591209555902309197?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2009_08_01_archive.html#591209555902309197</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-636324137976700760</guid><pubDate>Wed, 12 Aug 2009 11:07:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-08-12T13:10:06.988+02:00</atom:updated><title></title><description>Eenzame Uitvaart nr.2, Antwerpen,&lt;br /&gt;F.T.&lt;br /&gt;11 augustus 2009, Schoonselhof, Wilrijk.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;dichter van dienst JAN AELBERTS&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nadat een vorige uitvaart, waarvoor ik al een dichter had ingeschakeld, toch geen eenzame uitvaart zou worden, op het laatste moment dook er gelukkig nog familie op, was er nu meer zekerheid. Meneer F.T. werd door de politie aangetroffen in zijn woning waarna de buren verklaarden dat het een eenzaat betrof. Ongehuwd, geen kinderen. Iemand die nooit bezoek kreeg.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na het weekend zou meneer begraven worden op begraafplaats Schoonselhof, in de middag, kreeg ik per mail van de begrafenisondernemer aan. Er dook een probleem op omdat ik enkele uren later op die dag een vliegtuig had te nemen in Charleroi. Ik zou het nooit halen, aangezien men al wekenlang de versmalling van de E19 Antwerpen-Brussel aankondigde, en bijhorende files op de alternatieve route: de lelijke Boomsesteenweg met zijn ontelbare stoplichten. Na enkele telefoons en mails kom ik met de begrafenisondernemer overeen de uitvaart te vervroegen naar half tien in de ochtend. Omdat dit nog maar de tweede uitvaart is die we verzorgen, en er nog wat smeer in de communicatie met het uitvaartcentrum moet komen, wil ik geen verstek geven. Dichter Jan Aelberts antwoordt bevestigend op de vraag dat weekend nog een gedicht te schrijven voor F.T. Er zijn weinig tot geen gegevens bekend.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De avond voor de uitvaart slaat het weer om. De aanhoudende hittegolf van die week krijgt een regenachtig karakter dat niet zal stoppen tot ik op het vliegtuig zal stappen. Als ik na een onrustig nacht hondsvroeg opsta lijkt het gestopt te zijn met miezeren, maar het weer blijft grijs. Op tram 24 richting Schoonselhof is het verdacht rustig. Snel wissel ik nog wat tekstberichtjes met Aelberts die vanuit Gent de trein naar Antwerpen nam. Ik schrijf dat hij best in het station van Berchem afstapt en een taxi naar de begraafplaats neemt. De doden huizen een heel eind buiten de stad.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nadat Jan de taxi-chauffeur betaald heeft, we gelijktijdig sigaretten opsteken, ik even met de begrafenisondernemer heb getelefoneerd, blijkt dat we aan de verkeerde ingang van Schoonselhof staan. Die van het crematorium, en naar de andere ingang waar de begrafenis doorgaat is toch een kwartier loopafstand. Daar aangekomen blijkt de kleine stoet al onderweg te zijn naar perk U. Uitgeteld en genoeg gejogd voor een week kan ik de begrafenismedewerker teken doen dat we er zijn, en op zijn beurt gaat hij in een drafje naar het graf en maant de graver tot stoppen. Die wilde net de kuil gaan dichtgooien.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met drie staan we aan de voet van het graf. De begrafenisondernemer met zijn mooie zwarte pak, mantel en dito stropdas, doet teken dat we een laatste groet aan meneer F.T. kunnen brengen. Naast de kuil die gelijkmatig rechthoekig is afgegraven ligt een grote hoop zand, waarin naast de schop ook al het bruine kruisje staat. ‘F.T. 2009’ staat er in het wit op geschilderd. Geen geboortejaar. Jan leest zijn lange gedicht voor, met ietwat trillende stem en met gebogen hoofden luisteren we:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-style:italic;"&gt;Voor F.T. (1928 – 2009)&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij bestaat niet meer zoals hij eerst bestond, blauw doorbloed &lt;br /&gt;kortademig en met open mond kwijlde hij zijn vuisten nat, bereid &lt;br /&gt;om ze te heffen voor een koningsdroom, een heldendaad zoals &lt;br /&gt;het eerste lopen dichter bij bestormen staat dan alle andere dagen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Om hem heen verslikken jongens zich in hun jeugd, happen landen &lt;br /&gt;koortsig naar oorlog, breken alle kalveren hun poten van extase &lt;br /&gt;aan de voet van hun overgave. Ze branden langzaam op tot wolken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar alles dooft ook weer. Elk woord laat zich zonder verzet &lt;br /&gt;vervangen door zwijgzaamheid en zinderende straatlantaarns. &lt;br /&gt;En in het canvas van de televisie dansen de jongens verder in kleur.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ook dat is vrede.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dan pas staat de eenzaat op met gebalde vuisten, als een reus &lt;br /&gt;gewapend met stilte en een verbeten glimlach tussen de kaken. &lt;br /&gt;Ergens halverwege de scherpte van een polaroid volgt hij de goten, &lt;br /&gt;bestaat hij zomaar, zonder reclame voor bereikbaarheid,&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;altijd en overal. Als een slaaplied voor het ontbreken &lt;br /&gt;kruipen twee gebalde vuisten tegen zijn lichaam aan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ook dat volstaat.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nu kan je naar eigen geloof de laatste groet brengen, suggereerde de uitvaartmedewerker, aarde op de kist werpen behoort ook tot de opties. Hij stelt de lichte buiging voor, een beweging die hij voordoet door een lange knik te maken met zijn hoofd en het bovenlichaam mee te laten hangen. Daarna loop ik naar de berg aarde en steek mijn hand tot aan de pols erin. Een doffe klap van het zand op de kist van een goedkoop model volgt. De kist is redelijk smal vanonder en breed vanboven. Gouden bouten op het deksel.&lt;br /&gt;Wanneer we uit perk U komen staat de bejaardenhelpster ons op te wachten. Ze is met haar kleine autootje gekomen dat staat te blinken naast de lange slee van het uitvaartcentrum. Zij heeft meneer T. jarenlang aan huis verzorgd. Toen ze van het OCMW vernam dat meneer overleden was, wist ze dat niemand aanwezig zou zijn, dus kwam zij maar. Ze vertelt dat F.T. werd gevonden met de kat liggend op zijn buik, die twee wilden geen afscheid nemen. Lang geleden had de verzorgster beloofd een goede thuis voor zijn dierbare poes te zoeken wanneer hij er niet meer zou zijn. Zij had de kat nu in huis genomen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Een mooi verhaal,’ zeg ik tegen Jan, langs de brede lanen op weg naar de tramhalte. ‘Dat had je kunnen verwerken in je gedicht.’ Een grote reiger vliegt over. ‘Als we het vroeger hadden geweten,’ antwoordt Jan. De bejaardenverzorgster rijdt ons in haar kleine autootje voorbij en wuift even. Zwijgend wandelen we verder.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor gedicht: Jan Aelberts &lt;br /&gt;Voor verslag: Maarten Inghels&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-636324137976700760?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2009_08_01_archive.html#636324137976700760</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-157334382517537057</guid><pubDate>Mon, 20 Jul 2009 12:30:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-07-20T14:37:56.692+02:00</atom:updated><category domain='http://www.blogger.com/atom/ns#'>rotterdam nummer 7</category><title></title><description>&lt;span style="font-weight:bold;"&gt;Eenzame uitvaart nummer 7, Rotterdam&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Adrianus Henricus Deits, geboren 15 juli 1935, overleden (gevonden) 11 juli 2009 te Rotterdam. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Algemene begraafplaats Crooswijk, vrijdag 17 juli 2009 om 09.30 uur&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dichter van dienst: Daniël Dee &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op vrijdagochtend is het mooie zomerweer omgeslagen. Op weg naar de algemene begraafplaats in Crooswijk is de lucht grijs en het miezert zo nu en dan. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een paar dagen daarvoor belde dichter Rien Vroegindeweij mij met de vraag of ik een gedicht kon schrijven voor een eenzame uitvaart. Van de overledene, de heer Deits, is nauwelijks iets bekend. De summiere informatie die ik krijg behelst niet meer dan zijn adres, zijn geboortedatum en de dag dat hij dood in zijn woning is gevonden. Er worden geen nabestaanden gevonden en er is verder ook niemand die zich meldt. Adrianus Henricus Deits is 74 jaar oud geworden. Zijn hele levenswandel is één groot vraagteken. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor de poort op de Kerkhoflaan 1 maak ik kennis met Egbert op 't Ent die samen met twee vrouwelijke collega's van het team WOL (Wet Op de Lijkbezorging) van SoZaWe een kijkje komen nemen bij de eenzame uitvaart. De namen van Egbert's collega's vergeet ik direct. De vrouwelijke uitvaartleider  arriveert vlak daarna en stelt zich ook voor. Ook haar naam vergeet ik direct. Het zal te maken hebben met het gegeven dat ik lichtelijk gespannen ben. Hoewel ik de heer Deits niet heb gekend is er een uniek mens overleden en ik wil mijn afscheidsgedicht zo waardig mogelijk ten gehore brengen. Daar ben ik volledig op geconcentreerd zodat andere omgevingsfactoren nauwelijks doordringen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wanneer de lijkwagen arriveert breekt de zon plots door. De hele dienst zal zij blijven schijnen en wordt de temperatuur zelfs aangenaam. Na de dienst zal het weer gaan miezeren. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Gevieren volgen wij de lijkwagen naar de laatste rustplaats van dhr. Deits. Voor de wagen lopen de  uitvaartleider en de dragers. De kiezelstenen op het pad knerpen onder onze schoenen en onder de banden van de wagen. Verder is het op de begraafplaats stil en groen. Bij het graf aangekomen tillen de vier dragers de kist in het openstaande graf, buigen en vertrekken. De uitvaartleider, de drie WOL-medewerkers en ik gaan om het graf staan. Ik lees mijn gedicht voor. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-weight:bold;"&gt;Een laatste groet &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bij het overlijden van de heer Deits (15-07-1935 – 11-07-2009)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;zo verglijden de dagen soms zon veel regen en altijd wind &lt;br /&gt;mensen ontmoeten elkaar in deze stad of raken elkaar kwijt &lt;br /&gt;aarde, wind, vuur en water blijven kalm in hun element &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;van de wieg tot het graf kan een hoop gebeuren&lt;br /&gt;wie heeft weet van een ander wie moet er weet van hebben&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;in de beslotenheid van het eigen wezen zijn wij allen alleen&lt;br /&gt;tot het onvermijdelijke moment dat iedereen zal treffen &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;de tijd blijft verstrijken voor de overblijvers &lt;br /&gt;alsof er niet een mens alles en voorgoed &lt;br /&gt;meenam aan dromen herinneringen en verlangens &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;de woorden zijn voltooid of voorgoed verborgen &lt;br /&gt;alleen het water het vuur de wind en de aarde  &lt;br /&gt;vertellen de waarheid &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;'Meneer Deits, rust zacht,' zegt de uitvaartleider waarna er een moment stilte in acht wordt genomen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na afloop gaat Egbert op 't Ent met zijn collega's nog bij een ander graf langs. De uitvaartleider vertelt me dat het nooit routine wordt om een mens te begraven, terwijl we naar de uitgang wandelen. Bij de poort van de begraafplaats staat mijn vrouw en gezamenlijk gaan ook wij nog even bij een overleden vriendin op bezoek. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© verslag en gedicht Daniël Dee &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-157334382517537057?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2009_07_01_archive.html#157334382517537057</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-3536206513168459716</guid><pubDate>Wed, 01 Jul 2009 11:39:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-07-02T00:32:45.364+02:00</atom:updated><title></title><description>Eenzame uitvaart nummer 6, Rotterdam&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Johannes Jakobus van der Haak, geboren 12 mei 1923 te Rotterdam,  overleden 23 juni 2009 te Rotterdam &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Algemene begraafplaats Crooswijk, vrijdag 26 juni om 10.00 uur.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dichter van dienst: Hester Knibbe&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wanneer is iemand eenzaam? Terwijl men wereldwijd rouwt, men elkaar met veel gevoel voor tragiek sniffend in de armen valt vanwege de dood van Michael Jackson, vorm ik in mijn eentje de stoet die Johannes Jakobus van der Haak naar zijn laatste plaats vergezelt. De zon schijnt, er zijn vier keurige heren in het zwart die de auto het kerkhof op begeleiden om vervolgens de kist op de baar te schuiven en naar een graf in vak U te rijden. De dame die de leiding heeft, schikt nog even zorgzaam het lint met Gemeente Rotterdam dat aan het bloemstuk met witte rozen is bevestigd. Zoveel is zeker, zelfs een sloeber die bij leven van straat wordt geschopt, krijgt hier een ordentelijke uitvaart.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;24 uur ervoor had Rien Vroegindeweij mij gevraagd “dichter van dienst” te zijn. Van de man waren alleen geboorte- en sterfdatum bekend, meldde hij, van zijn leven daartussen niets. Behalve dan dat hij enig kind was, nooit scheen te zijn getrouwd en dat hij de laatste paar weken van zijn bestaan had doorgebracht op de palliatieve afdeling van het Verpleeghuis Antonius Binnenweg in Rotterdam. Het was een vriendelijke, rustige man die erg op zichzelf was, werd daar van hem gezegd. Was hij eenzamer dan Michael Jackson die het maar niet met zichzelf kon vinden? &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoe schrijf je een gedicht over iemand van wie je niets weet, waarbij je je zelfs geen gezicht en gestalte kunt voorstellen? Het is als met een woord waar je maar niet op kunt komen: je gaat omschrijven, je probeert je een basaal leven voor te stellen, je probeert daar wat hoogte- en dieptepunten in te forceren. Maar zelfs die hullen zich in grijstinten.  &lt;br /&gt;Misschien had ik de man in mijn gedicht van een tweede leven moeten voorzien, eentje met glamour, reizen en veel feest, hem een soort popidoolstatus moeten aanmeten: beter laat dan nooit. &lt;br /&gt;Misschien dat ik het een volgende keer ook ga doen, dat ik zo’n anoniem bestaan optil naar het niveau van een Olympus. Immers, elk mens zou geschapen zijn naar het beeld van een god.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bestaan&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor Johannes Jakobus van der Haak&lt;br /&gt;        12 mei 1923-23 juni 2009 &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wie wordt geboren weet van leven niets&lt;br /&gt;telt nog geen uren dagen jaren, maar bestaat alleen&lt;br /&gt;uit slaap en schreeuw om moederborst. Wie&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;opgroeit droomt: ik ben het vorstelijk begin &lt;br /&gt;van iets dat iedereen verbazen zal, ik word &lt;br /&gt;de spil van het heelal en als ik doodga moet&lt;br /&gt;een lange stoet mij treurend uitgeleide doen. Wie &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;groot is dorst naar al het grootse dat hem nog&lt;br /&gt;ontglipt, een liefde die maar niet, en houdt voor alle &lt;br /&gt;zekerheid het klein vertrouwde bij de hand, is doende&lt;br /&gt;voor de kost, een huis, wat centen op de bank.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;U had een moeder, zij wellicht haar fantasie: &lt;br /&gt;mijn enig kind dat zeer geslaagd, vijf dochters&lt;br /&gt;en zes zonen hebben zal, een elftal dat rumoerig&lt;br /&gt;op bezoek morst met mijn frisdrank, koek&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;mijn goede raad. Maar soms staat iemand op zichzelf &lt;br /&gt;en heeft daaraan genoeg. Wellicht zat het alleenzijn u &lt;br /&gt;behaaglijk als een oude kamerjas, een tweede &lt;br /&gt;huid en trok u die bij voorkeur &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;rustig met de eerste uit. U kent mij niet en ik &lt;br /&gt;weet van uw leven niets. Had het de saaiheid van &lt;br /&gt;een pasgemaaid gazon waarin geen spriet frivool&lt;br /&gt;het mes ontsprong of was het nu en dan een wilde&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;bloemenzee? Als afgezant van ieder die nog mee &lt;br /&gt;en moet, sta ik zo vragend bij uw dood, bij u: &lt;br /&gt;een man die bijna anoniem de ogen sloot. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© voor verslag en gedicht Hester Knibbe&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-3536206513168459716?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2009_07_01_archive.html#3536206513168459716</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-8725888497226368840</guid><pubDate>Wed, 24 Jun 2009 13:24:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-06-30T21:04:15.606+02:00</atom:updated><category domain='http://www.blogger.com/atom/ns#'>amstelveen</category><title></title><description>&lt;p class="MsoNormal"&gt;Eenzame uitvaart nummer 108&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormal"&gt;woensdag 24 juni 2009, 10.30 uur, begraafplaats St. Barbara&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormal"&gt;Cornelia Maria Spaargaren, 1 februari 1929 Bodegraven - 1 juni 2009 Amstelveen&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormal"&gt;dichter van dienst: Catharina Blaauwendraad&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormal"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormal"&gt;Mevrouw Spaargaren werd door de politie (Bureau Amstelveen Zuid) op 1 juni in haar woning in Amstelveen gevonden. Ze was toen waarschijnlijk ongeveer twee weken dood.&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormal"&gt;De politie heeft het lichaam weggehaald en is mevrouw vervolgens een beetje vergeten: pas op 19 juni deed men melding bij de Dienst. Van Bokhoven reageerde hierop door om de sleutels van de woning te verzoeken, die inmiddels reeds door de Woningbouwvereniging bleken te zijn opgehaald, die zich formeel op het standpunt stelt dat na twee maanden wachttijd de woning wordt ontruimd.&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormal"&gt;Er is nog een zuster in leven, wonend in Maasland, die heeft aangekondigd geen belangstelling te hebben. Ouders overleden. Er is nog een vriend in Duitsland, de heer Jager, die meent te weten dat mevrouw schulden heeft en geen uitvaartverzekering. Ook hij liet weten niet naar de uitvaart te komen. Er is een testament gevonden, gedateerd op 29 oktober 1979, waarin mevrouw Spaargaren aangeeft haar lichaam ter beschikking aan de wetenschap te stellen, wat echter alleen met zeer verse lijken zinvol is. Mevrouw wordt dus in haar geheel begraven.&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormal"&gt;De heer Van Bokhoven omschrijft de buurt als een echt woonbuurtje, het kostte hem nogal wat moeite de woning te vinden. Benedenwoning, tuintje voor, tuintje achter, 'enkele appartementen' erboven gelegen. Catharina Blaauwendraad mailt de zondag na de melding haar muziekkeuze voor de uitvaart door. Ze kan pas aan haar gedicht beginnen, vindt ze, als ze weet welke muziek er klinken zal. Die muziek zal tot woensdagmorgen onophoudelijk door haar woning klinken.&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;1. "Pues que jamás olvidaros" (5:49) van de componist Juan del Encina (1468&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;- 1529), in een uitvoering van Ensemble Accentus (dir. Thomas Wimmer),&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;afkomstig van de cd "Cancionero Musical de Palacio - Music of the Spanish&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Court" (#03);&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;2. "Youkali Tango" (4:41) van de componist Kurt Weill in een arrangement van&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Barry Socher, uitgevoerd door The Armadillo String Quartet, afkomstig van de&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;cd "Lost in the Stars - The Music of Kurt Weill" (#08);&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;3. "Summertime" (5:02) van de componist George Gershwin, uitgevoerd door&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Artie Shaw &amp;amp; His Orchestra, afkomstig van de cd "The Artie Shaw Story 4/4 -&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Little Jazz" (#09).&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormal"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormal"&gt;Woensdagochtend, stralende morgen, de kou van de nacht is nog niet geheel door de zomerdag verdrongen. In het park is het koel. Hondenuitlaters, oma’s met kinderwagens, congresgangers op het Westergasfabrieksterrein, men neemt de ruimte en de tijd, liefst midden op de paden, die de eenzame fietser naar de begraafplaats moeten voeren. Omzichtig laverend wordt de eindbestemming bereikt. Blaauwendraad is er al. Ze zit op een bankje naast een oudere dame, die van haar fiets gevallen blijkt, op de Kinkerstraat al. Er is sprake van een schaafwond. Ze vraagt zich af of ze nu een tetanusprik nodig zal hebben. ‘Goed wassen,’ meent Catharina, ‘dat is een begin.’ &lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormal"&gt;We nemen plaats in de zonneschijn. De dragers drentelen bij de poort, de jonge heer Degenkamp is met een sproei-installatie in de weer. De eenjarige zomerbloeiers worden ruim bediend. Blaauwendraad wijst op het witte autootje van het cateringbedrijf dat de koffie verzorgt: Engel B.V. Dan komt de lijkwagen aanrijden, tegelijk met de nieuwe dienstauto van Van Bokhoven, die witte. Tegelijk met het uitnemen van de kist schudden we handen. De uitvaartleider stelt zich voor als Henk Kloos. Probeer die naam nu eens te onthouden. Hoe moeilijk kan dat helemaal zijn. Henk. Kloos. ‘Wat een prachtige wagen is dat toch,’ verzucht Van Bokhoven over de zilvergrijze limousine, die mevrouw Spaargaren aflevert.&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormal"&gt;‘Daar steekt de jouwe maar bleekjes bij af,’ humort Starik. Blaauwendraad overhandigt de jonge Degenkamp de muziekkeuze, als de installatie eindelijk zo staat afgesteld dat de bewatering hem optimaal voorkomt. Op de meegebrachte cd’s zijn gele post-its geplakt, met de juiste nummers erop. Maar voor de zekerheid worden de drie stukken ook mondeling nog eens doorgenomen. Hij beent de aula in om de muziekinstallatie te programmeren. Om half elf treden we de aula binnen. Henk Kloos gaat voorop, buigt voor de kist, we schuiven de harde bankjes in. Muziek. Een vlieg cirkelt om de kist. &lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormal"&gt;Als het eerste muziekstuk voorbij is, komt Kloos opnieuw naar voren, vertelt dat we in dit kleine gezelschap van betrekkelijke buitenstaanders bijeengekomen zijn om mevrouw Spaargaren te herdenken met muziek, mooie muziek, specificeert hij, mooie, melancholische muziek, en met de woorden van de dichter. Hij noemt de naam van de overledene, haar geboorteplaats en datum, en die van haar overlijden. Die zitten in zijn hoed. Hij heeft de noodzakelijke informatie op een papier in zijn hoed gedaan. Hij houdt zijn hoed in zijn hand. Dan wijst hij op Catharina. Hij geeft haar graag het woord, zegt hij. Ze heeft uit een kanariegele tas een chique zwarte map genomen, waarin het gedicht is geschoven. Met zachte stem, welluidend, uiterst verzorgde dictie, leest ze haar gedicht aan ons voor.&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormal"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;ONDERZOEK&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Het is beslist niet makkelijk te vinden:&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Die druppels water in hun petrischaaltjes&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;lijken op elkaar als nieuwbouwwijken. Toch&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;doen wij belangwekkende ontdekkingen;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;brengen - tussen de uiterste wil enerzijds&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;en het ongewilde lichaam anderzijds -&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;assen aan van tijd tot tijd:&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Zorgvuldige vergeetputten&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;waarover een ruige vorst regeert.&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Onbewogen. Dit wordt genoteerd&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;en deze waarden&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;stellen wij ter beschikking&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;aan de wetenschap; onze onwetendheid&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;vertrouwen we toe aan levende aarde. &lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;© Catharina Blaauwendraad&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Het tweede muziekstuk klinkt op, een trage, verdrietig gestreken tangoversie van een lied dat ik ooit door Grace Jones in een discoversie meen te hebben horen zingen, La vie en rose. Dan neemt Henk Kloos opnieuw het woord. Hij zegt dat we deze plechtigheid aan het graf zullen vervolgen. Even denk ik dat ik moet protesteren: we hebben immers nog een muziekstuk tegoed. Maar daar klinkt Summertime al op, als beloofd, in een schurende instrumentale versie, niet zoals die in mijn middelbare schooltijd levenslustig uit de juke-box van het café met de Perzische kleedjes op de tafel schalde. Toen je vader nog rijk, en je moeder zo knap was.&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;De dragers komen naar voren, de jonge Degenkamp komt uit zijn muziekhok tevoorschijn. De dag heeft haar schuchtere koelte van de nacht inmiddels afgelegd. Het is waarlijk zomertijd geworden. We wandelen naar het graf. Op het hoofdpad is nieuw grind gestrooid. Knarsend gaan we op ons doel af. De kist wordt soepel geplaatst, we verzamelen ons daarrond. Opnieuw neemt Henk Kloos het woord. Hij maakt gewag van het feit dat wij mensen uit stof zijn gemaakt, en op het einde tot stof zullen wederkeren. Hij spreekt zijn hoop en het vertrouwen in het genot van een ongeschonden grafrust uit. Ik vraag me af op het papier nog in zijn hoed zit. &lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Zwijgend slaan we het dalen van de kist gade. Heel diep daalt de kist niet. Ergens halverwege de afdaling acht de jonge Degenkamp het wel voldoende. Aarzelend blijft de kist in het luchtledige hangen. Op een knikje van Van Bokhoven stelt Kloos voor om de plechtigheid te besluiten met een kopje koffie. ‘Schepje zand,’ merk ik op. Degenkamp schuift met zijn hand het zand op de schep en reikt die aan. Blaauwendraad werpt met het zand haar gedicht in vieren gevouwen mee naar beneden. Het gedicht dwarrelt naast de kist het graf in. Als we alle drie ons zand hebben geworpen, nemen we met een buiging afscheid, wandelen terug naar de aula. Van Bokhoven en Starik steken synchroon een sigaret op. Koffie. Ik vertel aan Kloos dat mevrouw haar lichaam graag aan de wetenschap ter beschikking had willen stellen, ter verklaring van het gedicht. ‘Aha.’ Die informatie had niet in zijn hoed gezeten. Later mailt Blaauwendraad nog een feit, dat Henk Kloos had kunnen helpen: ruige vorst, dat is die witte afzetting uit mist beneden nul graden Celsius. Dat wij niet denken dat die ruige vorst een soort van God is.&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;© voor het verslag: F. Starik&lt;/p&gt;&lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;br /&gt;&lt;/p&gt;&lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;br /&gt;&lt;/p&gt;&lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;+&lt;/p&gt;  &lt;!--EndFragment--&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-8725888497226368840?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2009_06_01_archive.html#8725888497226368840</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-1293888797333437882</guid><pubDate>Sun, 14 Jun 2009 13:28:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-06-30T21:01:58.590+02:00</atom:updated><title></title><description>&lt;p class="MsoNormalCxSpFirst"&gt;Eenzame uitvaart nummer 107&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;De heer Louw Zeilstra, 2 augustus 1934 -31 mei 2009&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Begraafplaats St. Barbara dinsdag 9 juni 2009, 10.30 uur&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Dichter van dienst: Neeltje Maria Min&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Meneer Zeilstra woonde in Amsterdam-Noord, in een van die straten die aan het uitspansel doen denken, nochtans gelegen in de wijk Tuindorp, alsof onze Schepper dat Heelal van hem maar zo’n beetje bij elkaar getuinierd heeft. Een eengezinswoning, tuintje voor, tuintje achter, beide overwoekerd met onkruid. Van Bokhoven, de ambtenaar die de melding doorgeeft, meldt verder dat de boel ‘potdicht’ zit: alle gordijnen zijn gesloten. In de buurt vangt hij op dat meneer Zeilstra een zonderling was, lijdend aan straatvrees, iemand die zich nergens mee bemoeide, met niemand sprak, zich nergens vertoonde.&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Toch is meneer Zeilstra op 21 april de straat op gegaan. Daar is hij onwel geworden. Hij werd overgebracht naar het Boven-IJ ziekenhuis, waar hij tien dagen later overleed.&lt;span style="mso-spacerun: yes"&gt;  &lt;/span&gt;Hij had geen huissleutels bij zich. Van Bokhoven kon de woning daarom niet binnentreden. Wel stak er post uit zijn uitpuilende brievenbus, waaronder een bankafschrift met een heel behoorlijk bedrag erop. Meneer Zeilstra wordt dus op eigen kosten, met alle égards begraven: acht dragers, een extra fors bloemstuk.&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Hij had twee zusters en een broer, waarvan er twee al eerder zijn overleden. Een van die zusters is nog in leven en verblijft in een verpleeghuis. Zij had al dertig jaar geen contact meer met Louw. Maar zij heeft op haar beurt weer twee kinderen, die de erfenis wel willen aanvaarden. Belangstellend wordt er door hen naar de datum van de uitvaart geïnformeerd. Die zal vast al wel geweest zijn. Die is nog niet geweest. Die gaat aanstonds beginnen.&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Om kwart over tien komt de lijkwagen het terrein van de begraafplaats opgereden. Even daarvoor kwam ik Neel al tegen, gehuld in een lange zwarte regenjas. Mij staat alleen een originele uitvaartparaplu ter beschikking. ‘Daar heb je niets aan, met die wind,’ merkt ze geringschattend op. Ik prijs de kwaliteit van de uitvaartparaplu. Gezamenlijk wandelen we de begraafplaats op, langs de dragers, die samenscholen bij de poort, hoed in de hand. ‘Heeft u gevochten?’ wordt er gevraagd, wijzend naar het witte lapje dat mijn Dwalend Oog afdekt. ‘Pas maar op,’ doe ik snedig. &lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;We wachten tot even na half elf, voor we de aula binnentreden. Niemand. Ik heb een cd van Laïs Lenski meegebracht, stemmingsvolle, maar ook berustende muziek. Nummer 1, nummer 8, nummer 9, instrueer ik de jonge meneer Degenkamp. De uitvaartleider vertelt dat hij een paar weken geleden stage heeft gelopen, hier, op St. Barbara, de dag voor de nacht van dat verschrikkelijke onweer. Het was zwaar werk geweest: ze hadden een enkel vak bladvrij geveegd. En dat was de volgende morgen dus allemaal voor niets gedaan. Alles werd voor niets gedaan.’ De jonge Degenkamp haalt zijn schouders op. Het is niet anders. Een voortdurend gevecht, dat je altijd verliest. &lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Van Bokhoven arriveert in zijn nieuwe dienstauto: een witte Honda Civic. Hij vertelde aan de telefoon al over de nieuwe dienstauto, die eindelijk de ouwe, die waarin je een grote hond kon begraven, een nachtzwarte Volkswagen Variant, had vervangen. Eigenlijk heeft hij iedere drie jaar recht op een nieuwe. Nu duurde het maar liefst vijf jaar, voor er een nieuwe kwam. ‘Alles zit erop en eraan,’ vat hij zijn bevindingen samen. ‘Fijne auto.’ We treden binnen. Breekbaar klinkt ‘Hymne’ op. Neel treedt naar voren, gaat links van de kist staan, tussen de kandelaars, waar het spreekgestoelte rechts geplaatst is. ‘Omdat we zo weinig van hem wisten, heb ik hem dan maar een jeugd verzonnen,’ vertelt ze.&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;LOUW ZEILSTRA&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;2 augustus 1934 - 31 mei 2009-06-09&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Aan tafel gezeten, kaantjes gegeten. Met pap&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;je naam en je leeftijd op het zeiltje geklad:&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;‘Louw Zeilstra, 15 jaar oud’, een open &lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;sollicitatie. Tot zus met het dweiltje erbij wou.&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;(Moe, laat Louw eens ophouwe met dat geklier.)&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;De schoenen gepoetst voor het hele gezin.&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;De kit met kolen gevuld. Je gulden gebeurd.&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Met vrienden in te krappe kleren gaan flaneren&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;op de dijk. Te kijk staan en kijken. Even de&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;koning te rijk zijn als je dacht dat je lach&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;werd beantwoord. Gedroomd van meisjes&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;en motoren, niet van de Meteorenweg.&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Het verschiet is verschoten&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Het leven verzaakt&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Niets werd ontsloten&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Niets binnengehaald&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Potdicht het huis&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Potdicht de wereld&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;Van beide de sleutel&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;onvindbaar gemaakt&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;9 juni 2009, Neeltje Maria Min&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;‘Requiem,’ zal het tweede muziekstuk heten, ‘I tell my beloved’ het derde. De dragers komen naar voren. Er is opmerkelijk weinig gehoest. We staan recht, wandelen achter de dragers aan naar buiten. Een aarzelende zon verlicht ons pad. ‘Prachtige muziek, beeldschoon,’ fluistert Min. De kist wordt geschouderd. Er wordt tempo gemaakt. Zwijgend wachten we tot de toebereidselen van het plaatsen van de kist zijn voltooid, dan treden we eendrachtig nader. ‘We nemen een ogenblik stilte in acht voor Louw Zeilstra,’ spreekt de uitvaartleider, op het moment dat de trein naar Haarlem langs komt denderen. In gedachten rijd je een stukje met de onwetende reizigers mee. Dan wordt de kist toevertrouwd aan de schoot der aarde. Hij zakt niet erg diep. We werpen een schepje zand, buigen nogmaals voor de dode. ‘Mag ik u dan nu uitnodigen voor een kopje koffie?’ Daar gaan we, de koffie tegemoet. Synchroon steken Van Bokhoven en ik een sigaret op. Onderweg houden we stil bij een familiegraf, waarvan het opschrift opmerkelijk genoemd mag worden: er wordt gewag gemaakt van strijd, van onrust, om de rij te besluiten met ‘verkracht, gehaat.’ &lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;De koffie wordt geschonken door de nieuwe jongen van de catering, vandaag gekleed in een blauw pak met een bescheiden streepje, keurig, zelfs een das. Min wordt gecomplimenteerd met haar mooie woorden. Mooie woorden, vindt de uitvaartleider. Iedereen krijgt een persoonlijk door Neel in het papier gehamerd typoscript van het gedicht mee. Gedateerd en ondertekend. ‘De koffie is wel duurder geworden hier,’ grinnikt Van Bokhoven, ‘vijfenveertig euro, alleen al om die man te laten komen.’ ‘Misschien moeten we dan maar een tweede kopje nemen,’ oppert Min, ‘dan zijn we per stuk al minder duur uit.’ Ze vindt de koffie hier erg lekker. ‘Tenminste niet zo sterk als in een restaurant.’ Dat klopt. Het spul is weliswaar gloeiend heet, veel smaak zit er niet aan. Het is meer het idee van koffie. &lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;© voor het verslag: F. Starik.&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;+&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormalCxSpMiddle"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;p class="MsoNormal"&gt;&lt;o:p&gt; &lt;/o:p&gt;&lt;/p&gt;  &lt;!--EndFragment--&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-1293888797333437882?l=www.eenzameuitvaart.nl%2Fuitvaart%2Fuitvaarten.html' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://www.eenzameuitvaart.nl/uitvaart/2009_06_01_archive.html#1293888797333437882</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item></channel></rss>