Eenzame uitvaart #9, Rotterdam

Eenzame uitvaart Rotterdam
M. S.
21 januari 1941, Joegoslavië – 30 mei 2011, Rotterdam.
Begraafplaats Crooswijk, maandag 4 juli 2011, 9.30 uur
dichter van dienst: Rien Vroegindeweij

Ik sta in de Spar in Haamstede, Zeeland, als Peter Boertjes van de Dienst Stedelijke Zorg mij belt voor de aanzegging van het overlijden van een man en het verzoek voor een Gedicht bij de Eenzame Uitvaart. Ik moet mijn gedachten even bepalen, want het is al weer een tijd geleden dat Peter mij belde en ik was op zoek naar bouillonblokjes. Nu is er plotseling een dode man. Er is weinig over hem bekend, zegt Peter, ik zal het op de mail zetten. Dat is OK maar ik heb hier geen internet. Mijn caravanbuurman op de minicamping heeft een iPad, maar ik ben het wachtwoord van mijn e-mail vergeten.
Thuis lees ik de summiere gegevens die over de dode bekend zijn: een man van Joegoslavische afkomst, geboren in 1941, in de jaren zeventig naar Nederland gekomen, als gastarbeider, heeft in de metaal gewerkt, ontving aow en een pensioen. Bij zijn Joegoslavische nationaliteit staat ‘vervallen’ en bij zijn huidige staat ‘onbekend’. Vrienden en nabestaanden hebben zich niet gemeld. Kennelijk kwam hij ook niet in het café waarboven hij woonde en waar hij om wat voor reden dan ook besloot dat het genoeg was. Zijn stoffelijk overschot werd door de politie gevonden en door de begrafenisondernemer opgehaald en tenslotte naar de Algemene Begraafplaats Crooswijk gebracht en ter aarde besteld.

Man van de Balkan

M. S., ik heb je niet gekend,
we waren buurtgenoten.
De meldkamerpost vermeldde
dat je bent geboren in 1941
ergens in het koninkrijk Joegoslavië
dat in jouw kindertijd een republiek werd
die met geweld verdeeld uiteenviel
waar nu ‘voormalig’ aan wordt toegevoegd.

M. S., ik heb je niet gekend,
we waren buurtgenoten.
Man van de Balkan, op zoek naar werk
bracht de geschiedenis
jou naar de fabrieken van het westen,
naar een stad, een plein, een huis
dat wordt opgemerkt nu het leeg is.

M. S., ik liep over het plein
waar je woonde, dacht te zien wat jij zag
het kruispunt, het sportveld aan de overkant,
de mensen die voorbijgaan, oversteken.
Er stond een matras in het portiek
gereed om het op te nemen
voor wie van het leven wil genezen.

Gedicht en verslag: Rien Vroegindeweij