Eenzame uitvaart #3, Rotterdam

Eenzame uitvaart Rotterdam. Nummer 3.
De heer Kurt Wilhelm R.
geboren te Kiel, Duitsland, 2 september 1934, overleden te Rotterdam, 29 oktober 2008 te Rotterdam.
Begraafplaats: Algemene Begraafplaats Crooswijk, donderdag 13 november 2008, 11.00 uur
Dichter van dienst: Hester Knibbe

Op maandag 10 november meldt Peter Boertjes van de Dienst Stedelijke Zorg, afdeling WOL (Wet op de Lijkbezorging) telefonisch de dood van de heer Kurt Wilhelm R., die voor een Eenzame Uitvaart in aanmerking komt. Een man van 74, Duitser van geboorte, maar al heel lang woonachtig te Rotterdam.

Kurt Wilhelm R. verbleef al ongeveer een half jaar in verzorgingstehuis De Provenier, maar hij had zijn woning in Rotterdam-West nog aangehouden. Daar had zijn bovenbuurman hem een dag tevoren in de portiek aangetroffen. Hij wilde wat spullen ophalen en zou twee dagen in zijn huis blijven. Maar hij was zo uitgeput dat hij niet in staat was de trap naar zijn woning te beklimmen. De buurman heeft hem naar boven geholpen en de volgende dag herhaaldelijk bij hem aangebeld en op de deur gebonsd. Nadat de buurman het verzorgingstehuis had ingelicht, is de politie gewaarschuwd die de deur heeft open gemaakt. In de woning troffen zij Kurt Wilhelm R. levenloos aan, in elkaar gezakt op zijn rollator. Op een deur vond men een briefje waarop stond welke mensen van zijn overlijden in kennis moesten worden gesteld. Er bleken nog een zus en een zoon in Duitsland te zijn. Maar zij hebben laten weten niet voor de begrafenis naar Rotterdam te komen.

Ik heb Hester Knibbe gebeld, dichter van dienst voor deze derde Eenzame Uitvaart in Rotterdam, en Menno van der Beek, de volgende op rij in de poule des doods. Om te ervaren hoe het is om een eenzame uitvaart te verzorgen. Als ik aankom, rijdt de lijkwagen net de toegang naar de begraafplaats op. Hester en Menno staan te wachten. Ook de buurman en twee medewerkers van het verzorgingstehuis zijn aanwezig. Met elkaar vormen we toch nog een stoet van vijf personen. De week daarvoor was ik bij een begrafenis waarvoor honderden mensen zich in een kerk hadden verzameld en met het Adagietto uit de 5e Symphonie van Gustav Mahler werden verwelkomd. Nu begeleidt de stilte op het altijd weer prachtige kerkhof Crooswijk ons naar het pas gegraven graf.

De uitvaartleider vraagt of we willen dat in onze aanwezigheid de kist zakt. Hester leest haar gedicht en legt het daarna op de kist, twee bloemen worden erbij gelegd. Dan zakt de kist in de diepe kuil, voor een stapeling van drie, waarvan onze dode de eerste is.

In memoriam Kurt Wilhelm R.

Geboren in Kiel waarop bommen vielen toen u
een kind was. Kwam ausgerechtnet naar deze stad
waarop bommen vielen toen u een kind was.

We hebben elkaar nooit ontmoet, maar ik denk ons
samen aan tafel en vraag nieuwsgierig waarvan u
droomde: Weltmeister worden misschien in turnen of
meisjes vermurwen? En hoe gaat zoiets dan, hoe beland je

waar bijna niemand je groet, alleen nog een buurman
die vraagt hoe het er voorstaat vandaag of iemand die
langskomt van de verzorging. En wat als trap op trap af
almaar moeilijker gaat, als zoonlief niet belt, je zus

je niet even opbeurt in je moedertaal? U mompelt iets over
geleidelijk: weer iemand weg, Hund tot. Dan: ik merkte hoe
krap en tegelijk veel te groot mijn huid, heel dat leven om me
heen hing. Mit Schmerz in der Welt, er al afgeschopt nog voor

die andere pijn mijn hart implodeerde. Ik knik, noteer
ondertussen: hier zitten we, schmalzen, schlürfen und schmieren
en kunnen het lijf dat ons inhoudt niet in- en uitlopen. Zo schrijf ik
al pratend met u deze afscheidsbrief uit naam van wie leeft

en die ik u meegeef, die spoedig van het papier lekken zal.
Mein lieber Herr Riecken, ik schud u de hand. Laat het
u ginds rianter vergaan, in einem Himmel nur mit Liebe.

© gedicht: Hester Knibbe
© verslag: Rien Vroegindeweij